Toch is de Balkan nog niet verloren

De gedachte dat haat en wantrouwen en bloedige strijd de onveranderlijke grondtoon van het leven op de Balkan zijn, en dat het niet meer dan realistisch is dat nu maar te accepteren wint terrein....

HOOP of scepsis, wat is er op zijn plaats waar het vrede op de Balkan betreft? Tijdens de top in Sarajevo werd gerept over solidariteit tussen de Balkanvolkeren, over de multiculturele samenleving, over vrede en stabiliteit, over het opbouwen van een burgerlijke samenleving. 'Zo, en nu weer allemaal lief zijn voor elkaar', lijkt de mededeling te zijn aan de Serviërs en Kroaten, de Albanezen en de Macedoniërs, de Bosnische moslims en de zigeuners. En ondertussen kijken we verbijsterd toe hoe in Kosovo de rollen worden omgekeerd, hoe Serviërs en zigeuners en 'collaborerende Albanezen' worden mishandeld, verjaagd en vermoord.

De sceptici hoeven dezer dagen dan ook niet lang te zoeken naar voorbeelden om hun sombere voorspellingen te onderbouwen. Dag in dag uit krijgen ze die via het avondnieuws aangereikt. De gedachte dat haat en wantrouwen en bloedige strijd de onveranderlijke grondtoon van het leven op de Balkan zijn, en dat het niet meer dan realistisch is dat nu maar te accepteren wint terrein.

In zijn Forum-column concludeert Marcel van Dam dat hij zich liever neerlegt bij etnische scheiding dan dat hij ernaar zou streven een mooi principe overeind te houden waar anderen voor moeten sterven. Raymond Detrez, eminent Balkan-historicus uit Leuven en onlangs te gast bij Instituut Clingendael, stelde 'met pijn in het hart' vast dat er naar zijn oordeel geen houden aan is: het proces van de etnische zuivering dat in de negentiende eeuw heeft ingezet, lijkt onomkeerbaar, en, zo voegde hij er provocerend aan toe, misschien zouden we het ook niet moeten willen, ons ideaal van multiculturaliteit aan de Balkan-volkeren opdringen.

Multiculturaliteit was in deze regio weliswaar eeuwenlang een realiteit, maar daarmee nog niet de ideologie die het in het kosmopolitische denken van een westerse elite is geworden. 'We moeten realistisch zijn', hield Detrez zijn gehoor voor. 'Die mensen willen gewoon niet met elkaar samenleven.'

En het is waar, vanuit zijn vogelvlucht perspectief kan de historicus nauwelijks tot een andere conclusie komen: na al die onbenoemde opstanden en botsingen uit de woelige negentiende eeuw - '. . .vergeten, vergane slachtingen, het bindweefsel van de geschiedenis, lijden waarvan je je nooit meer zou kunnen voorstellen dat het echt geweest was, en ergens om', zoals Cees Nootenboom ze eens noemde - volgde de Eerste Balkanoorlog van 1912 en de Tweede van 1913, na de Eerste Wereldoorlog volgde de Tweede Wereldoorlog, na Kroatië volgde Bosnië en Kosovo. . . . al die oorlogen waren hier, op de Balkan, episoden van burenmoord, volksverjagingen, slachtpartijen.

Tegenover de zwaar onderbouwde scepsis staat de idealist al snel met een mond vol tanden. De uitspraken over de toekomst van de Balkan, zoals die op de Sarajevo-top en in de hoofdkantoren van KFOR, OVSE en NAVO zijn te beluisteren, zijn niet veel meer dan slogans, en die slogans lijken - in figuurlijke en letterlijke zin - niet helemaal van deze wereld.

Verzoening, solidariteit, samenwerking, goed nabuurschap: ik hoor mijn Joegoslavische vrienden er al smalend om lachen. Ze hielden mij altijd al voor dat mensen in het welvarende, vredige Westen het contact met de werkelijkheid enigszins hebben verloren, en stekeblind zijn geworden voor de duistere kanten van het menselijke samenleven. Voor de idealist zit er momenteel weinig anders op dan op zoek te gaan naar steekhoudende argumenten die zijn hoop op een duurzame vrede in een multiculturele samenleving kunnen rechtvaardigen.

Laat me beginnen die aantijging van mijn Joegoslavische vrienden serieus te nemen: kunnen wij, die de oorlog niet kennen, ons eigenlijk wel voorstellen wat dat is, vrede na bloedige strijd? Ik behoor tot een generatie die de vrede enkel kent als het hier en nu, dat wil zeggen, als een allesomvattende toestand die nauwelijks te benoemen valt. Alleen wanneer ik vrede opvat als het tegenovergestelde van oorlog lukt het me er grip op te krijgen. Waar oorlog lelijk, fout en verwerpelijk is, zal vrede dus wel mooi, goed en wenselijk zijn. Leeuwen en lammeren die zij aan zij liggen. De verhevenheid van een minuut stilte op de Dam.

De berichtgeving uit Kosovo logenstraft die zoete voorstelling. Voor oorlogsslachtoffers blijkt de vrede een veel bitterder smaak te hebben, een opgewondener temperament, een lelijker gezicht.

Neem wraakzucht, ongetwijfeld een van de voornaamste emoties in een na-oorlogse periode. Voor mij is wraakzucht enkel in abstracte zin begrijpelijk. Ik kan het niet navoelen. Als ik zie hoe dezer dagen Serviërs en zigeuners in doodsangst uit hun dorp worden verjaagd, onder een regen van stenen en hoongelach, kan ik alleen maar denken: hoe weet je nu zeker dat juist deze mensen degenen zijn die jou leed hebben berokkend?! Hoe kun je je überhaupt beter voelen door andermans ellende?

Maar de stenengooiers zien blijkbaar iets anders. Zij zien geen angstige vrouwen, kinderen en bejaarden, zij zien enkel vijanden. Hun blik is door andere ervaringen gevormd. Dat is niet alleen in Kosovo zo. Een 18-jarig meisje dat Auschwitz overleefde schreef, toen ze nog maar net uit het concentratiekamp was bevrijd, in haar dagboek: '. . .'s middags ondervonden we een gevoel van diepe voldoening. We waren in de omgeving van de stad op weg en zagen Duitsers die uit Dantzig gevlucht waren en zich met hun vrouw en kinderen in het veld verborgen hielden. Ineens verschenen er Russische soldaten. Ze overvielen de Duitsers en verkrachtten de jonge meisjes, de vrouwen en ook de kinderen. Tien of twintig soldaten namen een klein meisje en verkrachtten het. Wij keken toe en voelden voldoening. Eindelijk werden wij gewroken.'

Ik kan alleen maar huiveren als ik dit lees. En vaststellen dat ik niet in Auschwitz heb gezeten.

Lijden maakt niet per definitie nobeler. Na het doorstane leed is het gebod 'heb u naaste lief' misschien ook wel teveel gevraagd. Als de buurman zich eenmaal heeft ontpopt tot bloeddorstige moordenaar, als het onmogelijk geachte mogelijk is gebleken, is goed nabuurschap voor eeuwig van zijn vanzelfsprekendheid ontdaan. De vrede die is ontstaan is getekend door haat, achterdocht en onderling wantrouwen.

Deze gedachte, die de sceptici in het debat over de Balkan ongetwijfeld zal aanspreken, wordt verder onderbouwd door observaties van de Amerikaanse antropoloog David Rheubottom. Die deed aan het einde van de jaren zestig onderzoek in een dorp op de grens van Servië en Macedonië. Ofschoon Tito's boodschap van 'broederschap en eenheid' ook op dit dorpsplein weerklonk, waren de dorpelingen - het ging in dit geval om Serviërs en Macedoniërs - een lange geschiedenis van burenmoord niet vergeten.

De onderzoeker tekent het dorp als een verzameling vestingwerken waar de verschillende families zich in hebben verschanst. Het contact tussen de twee bevolkingsgroepen blijft tot het minimum beperkt en men is overtuigd van de kwaadwilligheid van de dorpsgenoten. 'De kunst van het voeren van een nietszeggend gesprek is hier hoog ontwikkeld', merkt Rheubottom op als hij beschrijft hoe families er alles aan doen om te voorkomen dat hun dorpsgenoten zicht krijgen op hun doen en laten.

Kinderen leren al op zeer jonge leeftijd dat 'vertrouwen in de medemens een zekere weg naar onheil is'. Hij illustreert dat met een spelletje dat in zijn bijzijn veel werd gespeeld: een klein kind krijgt iets lekkers beloofd, maar moet, om de lekkernij te krijgen, eindeloos zeuren en opdrachten vervullen. Steeds weer houdt de vader of de oom zijn gesloten vuist voor het kind en zegt zoiets als 'hmmm, lekker!' Als het kind dan aan alle opdrachten heeft voldaan opent de vader of oom zijn gesloten vuist waar niets in zit. Het hoongelach van de omstanders is het enige dat het goedgelovige kind krijgt.

Tegenover deze observaties staan ook tekenen van hoop. Zoals de steeds maar weer herhaalde mededelingen van vele ex-Joegoslaven dat etniciteit er onder Tito werkelijk niet toe deed. Het is te gemakkelijk die opmerkingen af te doen als 'romantisering achteraf'. Er was een multiculturele samenleving in het voormalig Joegoslavië in de zin van een geleefde en beleefde realiteit van samen wonen, werken en leven.

Het hoge percentage huwelijken dat over de grenzen van de etnische gemeenschap heen werd gesloten, laat zich niet reduceren tot 'opgelegde ideologie'. Dat geldt ook voor het gegeven dat ik hier in Amsterdam zie dat ex-Joegoslavische jongeren elkaar opzoeken, omdat ze zich verbonden weten, het gevoel hebben, vis-á-vis de Nederlanders, meer met elkaar gemeen te hebben dan van elkaar te verschillen.

En wat te doen met al die Serviërs die mij op het hart drukten dat zij al eeuwenlang samenleefden met anderen, dat de politici hen in deze afgrond hadden gestort en dat zij, 'het volk', zoals altijd enkel de rekening betaalden? Waar het vogelvlucht-perspectief van de sceptici aanleiding is voor het argument dat 'deze mensen nu eenmaal niet met elkaar willen samenleven', leert een grass-root-level perspectief dat dit argument ook kan worden omgedraaid: de Balkan is niet alleen het toneel van terugkerende episoden van burenmoord, het is ook het gebied waar mensen er iedere keer weer in slaagden een modus vivendi te vinden om er samen uit te komen (iets dat, juist vanwege die bloedige geschiedenis, opmerkelijk genoemd mag worden).

Ik denk niet dat de scepticus zwaar onder de indruk zal zijn van deze argumenten. Maar daar gaat het ook niet om. Waar het om gaat is de vaststelling dat de door oorlogen getekende vrede op de Balkan vol ongerijmdheden zit.

Die ongerijmdheid van een bittere vrede laat de vraag of hoop dan wel scepsis op zijn plaats is eigenlijk niet toe. Zo'n vraag is ingebed in een logica die enkel duidelijke, ondubbelzinnige antwoorden vereist: is inter-etnisch samenleven na een oorlog nog mogelijk of niet? Was Tito's multi-etnische Joegoslavië gezichtsbedrog of echt? Kan de herhaalde mededeling van veel Joegoslaven dat etniciteit er voor de oorlog niet toe deed als nostalgie worden weggestreept of verwijzen zij naar een geleefde realiteit?

We willen ja of nee. Het een of het ander. Doorhalen wat niet van toepassing is.O f dit óf dat - maar niet én dit én dat.

De werkelijkheid lijkt zich echter niets aan te trekken van onze zucht naar helderheid, naar ons streven de paradox op te heffen. 'Ach wat nou, die Bosnische moslims', zei men mij in Servië, 'het zijn gewoon bekeerde Serviërs.' En daarmee werd in één enkele opmerking een bevolkingsgroep buitengesloten en weer binnengehaald.

Ook op de Balkan weten mensen zich verleid door de mooie ogen van een meisje uit het volgende dorp, daar waar die vermaledijde Serviërs, Kroaten of Albanezen wonen. Ze haten de Moslims, maar zwelgen in oriëntaals aandoende muziek en Turkse spijzen. Ze prediken de vooruitgang, de beschaving, het Europeaan-zijn als hoogste Goed, maar geloven niet dat zulks voor de Balkan is weggelegd. Ze verheerlijken het groeps-eigene en noemen hun ondeugende kind liefkozend 'klein zigeunertje' of 'Albaneesje'.

Mensen leven in verschillende verhalen. En het ene verhaal is niet minder waar als het andere.

Zo'n gelaagd werkelijkheidsbeeld is onhandig: het levert immers geen duidelijke, klip-en-klare vertrekpunten voor beleid, voor politieke berekening, voor hulpverlening en opbouwprogramma's. Het levert wel een minder eendimensionaal - en ik zou, in antwoord op Detrez' realisme, zeggen: realistischer - beeld van de Balkan en de mensen die daar wonen. De erkenning dat mensen in verschillende verhalen wonen, belet de scepticus om de waan-van-de-dag - opgeblazen nationalisme en vijanddenken - tot essentialistisch 'bevolkingskenmerk' te bombarderen. Zo'n visie kan ook voorkomen dat een hele bevolking wordt uitgeleverd aan het gedachtengoed van diegenen die de spreekbuizen van de samenleving bezetten, of tot gevangene wordt gemaakt van haar eigen duistere gedachtengoed.

Er is op de Balkan een welwillender en toleranter gedachtengoed voor handen, er zijn ervaringen met inter-etnisch samenleven, herinneringen aan een tijd dat etniciteit 'er niet toe deed'. De uitdaging is de weg te vinden mensen daar op aan te spreken.

Tegelijkertijd kan een meer gelaagde visie op de werkelijkheid van de Balkan de idealist behoeden voor een al te naïef optimisme. De idealist zal zijn mooie woorden over 'solidariteit', 'de pluriforme samenleving' of 'de civil society' steeds opnieuw moeten wegen tegen de ervaringsgeschiedenissen die mensen op de Balkan met zich meezeulen.

Trauma's laten zich niet ontkennen en wanneer een opgelegd verzoeningsideaal vooral tot gevolg heeft dat de betrokkenen het gevoel krijgen dat er in de gepropageerde orde geen plaats is voor het onrecht dat hun door anderen is aangedaan, zijn we verder van huis dan ooit: de wrok gaat dan ondergronds, en het aanspreekpunt voor toekomstige haat-campagnes is daarmee gevestigd. Dat heeft de volkomen uitholling van de titoïstische slogan bratstvo i jedinstvo, broederschap en eenheid, wel geleerd.

'Heb je je wel eens gerealiseerd hoeveel Servische voornamen het begrip vrede in zich bergen?', vroeg ik laatst aan een Servische vriend. Ik somde het rijtje op. Zvonimir, Branimir, Vladimir, Tihomir, Radomir, Ljubomir, Velimir, Miroslav en Mirko (respectievelijk betekenen ze zoiets als Bel-van-vrede, Verdediger-van-vrede, Heerser-van-vrede, Stille-vrede, Vreugdevolle-vrede, Houdt-van-vrede, Grote-vrede, Gezegende-vrede, en Vrede-tje).

Hij was verbaasd, had zich de betekenis van die namen nooit gerealiseerd, maar was overigens van mening dat ik niet altijd overal wat achter moest zoeken. 'Echt, zo luisteren wij niet naar die namen', zei hij. Later kwam hij er nog op terug. Mijn rijtje was incompleet. 'Wat te doen met namen als Borislav (een samenstelling van boriti, strijden en slaviti, vieren) en Ratko (afgeleid van rat, oorlog)?'

Hij heeft gelijk. De Balkan is het land van Ljubomir en Borislav. Dat besef biedt een uitweg uit de verstarde dichotomiën die het Balkandebat domineren en schept daarmee de mogelijkheid om een politiek die is gebaseerd op beeldvorming over de Balkan, te vervangen door een politiek die is gebaseerd op een dialoog met de mensen die daar wonen. Het is het enig juiste vertrekpunt om te bouwen aan een betere toekomst voor dit deel van Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden