Toch gevallen voor Little Feat

Op de toch al erg leuke cd met covers van jaren-zeventig liedjes door Matthew Sweet en Susanna Hoffs (Under The Covers vol.2), staat ook Willin'. Toen ik het hoorde moest ik ineens weer aan Little Feat denken. De band van Lowell George waar ik met een zekere regelmaat van geprobeerd heb te houden, maar wat me tot nu toe nooit echt is gelukt.

Behalve dan van Willin'. Het is een liedje dat Lowell George al schreef toen hij eind jaren zestig even deel uitmaakte van The Mothers Of Invention. Het verhaal gaat dat Zappa vond dat iemand die zulke mooie country-liedjes kon schrijven niet in zijn begeleidingsband thuishoorde en hij George aanspoorde zelf een band te beginnen.

Dat werd Little Feat. Willin' zou de band in twee verschillende versies opnemen op de eerste plaat (Little Feat, 1970) en op de tweede (Sailin' Shoes, 1972). Ik heb ze allebei, zoals ik nog wel meer platen van de band heb, maar om nu te zeggen dat ik er dol op ben. Nee. Willin' heb ik altijd een prachtig liedje gevonden, maar de rest, daar kon ik maar moeilijk aan wennen.

Ik heb het vaak geprobeerd met Little Feat, gewoon omdat veel mensen zeiden dat het mooie muziek was van een belangrijke band uit de jaren zeventig. Maar iets stond een mooie band tussen mij en Little Feat in de weg. Misschien vond ik het wel te jazzy, waar ik tot ver in de jaren tachtig een pesthekel aan had.

Ik hield wel van The Band, waar Little Feat me nog altijd een beetje aan doet denken, maar die speelden ook wat directere rock 'n roll.

En waar ik jaren later wel ineens als een bom viel voor Steely Dan, gebeurde iets dergelijks niet met Little Feat.

Een beetje teveel muzikanten muziek en lesvoer voor conservatoria misschien.

Wel vond ik de geschiedenis van de groep altijd interessant, omdat die met deed denken aan die van de door mij zeer bewonderde Pogues.

Zowel de Pogues als Little Feat hadden een genie in hun midden die eigenlijk alle liedjes had moeten blijven schrijven. Maar beiden werden steeds onberekenbaarder door drank- en drugsconsumptie en produceerden steeds moeizamer nieuwe liedjes.

Bij Little Feat zie je dat toetsenist Bill Payne en gitarist Paul Barrére steeds meer eigen muziek op Little Feat platen zetten. The Pogues namen vanaf Peace And Love (1989) steeds meer liedjes op die niet van Shane MacGowan waren en dus ook meestal stukken minder.

Zowel Lowell George als MacGowan verlieten hun eigen band noodgedwongen, terwijl de andere bandleden gewoon onder dezelfde naam doorgingen.

MacGowan leeft gelukkig nog, maar George overleed in 1979 vlak na de release van zijn soloplaat Thanks I'll Eat It Here, die ik wel meteen goed vond. Meer een liedjesplaat namelijk.

Little Feat bestaat nog en iedere paar jaar staan ze aangekondigd in Paradiso of De Melkweg. Ik weet niet eens wie er nog uit de oorspronkelijke bezetting in zit, maar sinds deze week neem ik me toch voor een volgende keer wel te gaan kijken.

Dat komt door de dvd die eerdaags ook in de winkel ligt met opnamen van Little Feat tijdens de eerste Rockpalast-nacht in 1977.

Hetzelfde jaar dat de groep hun live dubbel-lp Waiting For Columbus opnam.

Ineens viel, toen ik dit weekend de dvd bekeek, het kwartje wel.

Misschien komt het omdat mijn oren gewend zijn geraakt aan jazz en ik zelfs de ooit door mij verafschuwde Weather Report kan verdragen. Of misschien had ik gewoon zin om eens een band echt goed te zien samenspelen. Wat ik bijvoorbeeld ook zo mooi vind aan Steely Dan.

Je ziet dat namelijk steeds minder. Een band die gewoon de tijd neemt zonder effectbejag. Ja, bij de Black Crowes misschien, maar die overdrijven weer. Bij Little Feat ging alles om de muzikaliteit onderling. Niet om een bijdehante solo van deze of gene, of het snel toewerken naar een refreintje.

Effectbejag is steeds belangrijker geworden in de rock 'n roll. Muzikanten zijn bang dat het publiek de aandacht verliest als niet meteen groots wordt ingezet. Little Feat is dat in 1977 niet.

In 1977 was de band, zo begreep ik, al enigszins op hun retour. Legendarisch waren ze vooral in 1975 toen ze met de Doobie Brothers op tournee waren en in het Londense Rainbow Theater het hoofdprogramma compleet van het podium speelden.

Aan dit concert wordt door veel (Britse) journalisten nog regelmatig gerefereerd. Ook John Peel noemde het steevast wanneer er naar zijn ultieme concert-ervaring werd gevraagd. Eind 1975 spreekt hij als nieuwjaarswens ook de hoop uit dat Little Feat weer naar Londen komt.

Of hij in 1977 (het jaar van de punkexplosie) nog altijd zo blij was met de band van Lowell George weet ik niet. Ze doen eigenlijk alles in Essen waar punk mee wilde afrekenen.

Maar ik kan het ineens erg goed hebben, Little Feat. Al vind ik Willin' nog altijd het mooiste liedje.

'I've been from Tucson to Tucumcari, Tehachapi to Tonapah.....Just give me weed, whites and wine'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.