Toch bepalen grote denkers de politiek

Grote ideeën van intellectuelen ontstaan vaak in de marge van het heersende gedachtegoed en worden pas later door politici gebruikt die een taal voor hun programma nodig hebben, constateert Ralf Dahrendorf....

John Maynard Keynes, wellicht de grootste politiek econoom van de twintigste eeuw, heeft ooit gezegd dat op de lange duur de loop van de geschiedenis net zozeer bepaald wordt door ideeën en intellectuelen als door politici. Daarmee doelde hij niet op speciale adviseurs of mensen die progamma's maken voor onmiddellijk gebruik en de tekstschrijvers voor presidenten en premiers. Ook doelde hij niet op de commentatoren en wijsneuzen van kranten en televisie die de achtergrondmuziek bij de politiek leveren. Hij doelde op de bedenkers van echt wezenlijke ideeën, zoals zijn eigen idee dat het kapitalisme van tijd tot tijd gered moet worden door invloed van de staat op de geaggregeerde vraag.

Keynes doet ons er uiteraard ook aan denken dat we op de lange duur allemaal dood gaan. Toen zijn invloed een hoogtepunt had bereikt (zo halverwege de vorige eeuw en vlak daarna) was hij ook al echt dood. Veel van degenen die de inspiratie (als dat het goede woord is) vormden voor het totalitaire kwaad in de twintigste eeuw waren ook al lang dood toen hun ideeën tot vervulling kwamen. De ideeën van intellectuelen hebben dus nooit onmiddellijk politiek effect. Ze hebben hun tijd nodig.

Dit heeft te maken met een ander kenmerk van het soort grote ideeën dat bepalend is voor een tijdperk, namelijk dat ze vaak ontstaan in de marge van het heersende gedachtegoed. Toen ze werden bedacht en voor het eerst gepubliceerd, leken deze ideeën bijna irrelevant en in elk geval niet in overeenstemming met de tijdgeest.

Dit gold ook voor De weg naar Slavernij van Friedrich Hayek en Karl Poppers The Open Society and its Enemies, die beide vlak na de Tweede Wereldoorlog verschenen. De ware triomf van deze boeken kwam in 1989, met de val van het communisme, toen de opkomende maatschappijen een taal nodig hadden om hun doelstellingen mee tot uitdrukking te brengen. Het was geen toeval dat die boeken destijds in bijna iedere Oost- en Zuidoost-Europese taal werden vertaald.

Zo leek de lofzang van Milton Friedman op het zuivere kapitalisme ook niet erg op zijn plaats gedurende de hoogtijdagen van het sociaal-democratische tijdperk in de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar zo'n tien jaar later zette de stagflatie, de combinatie van geringe economische groei en inflatie, in. Terwijl meer somber aangelegde economen veronderstelden dat alleen een revolutie of een oorlog de status quo konden doorbreken, wisten Ronald Reagan en Margaret Thatcher zich nog het wereldbeeld te herinneren van Friedman, Hayek en anderen. Ook hier ging het erom dat men inhoud wilde geven aan een aantal vage intenties die weliswaar vooruitliepen op de stemming onder de bevolking maar wel de juiste richting hadden en dat men daar een taal voor nodig had.

Ik heb nooit geloofd dat de politiek van de Derde Weg die de laatste jaren de boventoon voerde hetzelfde belang en dezelfde voorname intellectuele afkomst had. Het tot stand brengen van de onbestaanbare combinatie van rechtvaardigheid en groei was een noodzakelijk idee, maar het werd nooit erg warm ontvangen. Zelfs het belangrijke A Theory of Justice van John Rawls bleef eerder tijdverdrijf voor een elite dan een voorschrift voor velen.

Terwijl men op de Derde Weg voortging, kwam er echter een ander ideeënstelsel opzetten, dat aanvankelijk marginaal en zelfs absurd leek. Het bouwde voort op de opvattingen van Friedman en Hayek over het terugdringen van de sociaal-democratische welvaartsstaat, maar leverde ook een aantal nieuwe ideeën over de rudimentaire staat die overbleef - een staat die alleen nog was doortrokken van wat Joseph Nye noemde 'harde macht'. Dergelijke harde macht komt neer op strikte handhaving van de rechtsorde in het binnenland en vertoon van militaire macht ten opzichte van het buitenland. Het is een staat waarin veiligheid als het hoogste goed wordt beschouwd.

Dergelijke ideeën gaan ver terug. Volgens sommigen zijn ze in de twintigste eeuw terug te voeren op de Duits-Amerikaanse immigrant Leo Strauss, of zelfs op Carl Schmitt, de kroonjurist van Hitler. Recentelijk hebben een aantal auteurs rond het Amerikaanse tijdschrift Commentary ze omhelsd. De denktanks in Washington hebben er een krachtig intellectueel arsenaal uit geput voor de neo-conservatieven die de dienst uitmaken in Washington (al is Bush er zelf geen).

Dus, alweer komt er nu een gedachtegoed naar boven dat ver terug gaat. De ideeën ontstonden in de marge van een tijdperk waarin het links-liberalisme de hoofdstroom vormde en werden, toen de tijd rijp was, opgepikt door politici die er een bruikbaar organisatiebeginsel in zagen. De ideeën leveren zowel de grondregels voor actie als een taal waarmee die acties aan het grote publiek kunnen worden 'verkocht'. Het intellectuele toneel wordt zozeer door deze ideeën gedomineerd dat alternatieven geen kans lijken te hebben. Zelfs politiek links verbleekt erbij. Of houdt zich ergens in de coulissen een nieuwe Keynes schuil?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden