Titels

Ik heb in deze rubriek al eens geschreven over het boek Kut. Het stond in een antiquariaat op het plankje 'Seksuologie' en daar trok het waarschijnlijk mijn aandacht door de poëzie in de titel....

ED SCHILDERS

Ik kocht Kut, zij het niet omdat het aan de verwachtingen beantwoordde, maar omdat het een verslag was van hevige gevechten in de woestijn rond de Iraakse plaats Kut. Engelse oorlogsgeschiedenis. Het leek me dat er een aardige collectie van zulke door het noodlot misdeelde boeken op te bouwen moest zijn. Dat is tot nu toe wat tegengevallen.

Sindsdien ben ik wel gaan begrijpen dat dergelijke boeken de bibliothecarissen van vroeger uit hun slaap hielden. Er kon tot de jaren vijftig geen rapport over het gedrag van leners verschijnen, of de waakzaamheid van de onderzoeker gebood hem een vermanend woord te uiten met betrekking tot de grootste aller lenerszonden: de ongezonde nieuwsgierigheid naar wat toen nog Schundliteratur werd genoemd.

J. de Deugd was bibliothecaris van de Volksbibliotheek van het Nutsdepartement Rotterdam. Vooral aan hem kon het probleem natuurlijk niet ontgaan. Voor en na de pauze van Koopmans van Boekeren was slechts vijf maal uitgeleend, maar Een weduwe met negen kinderen van dezelfde auteur liefst 48 maal. Nol Giele en andere beelden uit Noord-Brabant van een zekere Chappuis haalde zeven uitleningen; diens Boswachters Rika echter 92. Andere misleidende titels vond De Deugd: Beecher Stowe's De predikant en zijn uitverkorene; Marie Corelli's Ziska, het raadsel van een bedorven ziel en Walter Scott's Het schoone meisje van Perth.

Het zijn altijd wat tobberige stukjes. Je ziet zo'n bibliothecaris hoofdschuddend turven en je moet bijna wel aannemen dat hij na gedane arbeid weer is gaan lezen in zijn Horatius of in zijn Rochefoucauld, in een boek dat zijn bibliotheek niet eens heeft, omdat de leners lak hebben aan wijsheid. Want als ze al een stuk van Shakespeare willen lezen dan lenen ze negentien maal Othello en slechts vier maal Coriolanus.

Ook de toenmalige boekbesprekers waren waakzaam. Over Dostojevski's De vreemde vrouw en De man onder het bed luidde het: 'De titel speculeert een weinig op ongezonde nieuwsgierigheid.' En over G. von Ompteda's Der Venusberg: 'De titel klinkt een weinig angstwekkend, maar is gelukkig slechts bedrieglijke reclame.' Vooral dat 'angstwekkend' is verhelderend.

Is de lezer 'ongezond nieuwsgierig'? Ik hoop het. Ik kan me geen betere aandrift tot lectuur voorstellen. Ompteda's titel deed me denken aan een verhaal van Pierre Louës dat ook Der Venusberg heet en waarin bij de ingang van de grot het bordje hangt dat Dante aantrof bij de toegang tot de hel: 'Laat af van alle hoop, gij die hier binnentreedt.'

Het boek als hel? Zeker. Maar als je de rapporten en de besprekingen op een divan legt, zal de angst toch wat dieper zitten. Want wat deed Rika met haar boswachter? Hoe kwam die weduwe aan negen kinderen? Bleef het verhaal onder het bed, of trok het in bij een vreemde novelle? Zie het eerste bedrijf, akte 1, regel 107 voor Othello en Desdemona.

Angstig lezen en je lezers wantrouwen, een perversere manier van omgaan met boeken lijkt me moeilijk te bedenken. Altijd gluren achter de woorden, altijd die negatieve twijfel. Over Als de zinnen ontwaken van Dorothée Buys: 'Er staat niets hartstochtelijks in het boek, en toch, ook al in verband met titel en slot, komt het mij eenigszins verdacht voor.'

Altijd maar weer moeten opletten of het boek geen plaats in Irak is.

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden