Titel Tsjizjov mist 'normale' glans

Afgelopen dinsdag behaalde Alexeï Tsjizjov voor de negende maal in zijn carrière de wereldtitel. In het te Moskou gehouden toernooi om het WK 2000 bleef Tsjizjov, die op een score van 22 punten uit 16 partijen finishte, oud-wereldkampioen Valneris één punt voor....

Ton Sijbrands

Het lag in de lijn der verwachting dat Tsjizjov, nadat deze het toernooi met 11 uit 6(!!) was begonnen, zijn in 1998 verloren wereldtitel zou heroveren. Maar de manier waarop de machtswisseling uiteindelijk tot stand kwam, zal menigeen verbaasd hebben. Anders namelijk dan Tsjizjov in het verleden wel placht te doen (men denke onder meer aan het WK-toernooi van Toulon 1992, waarin hij uit 23 partijen liefst 37 punten vergaarde!), slaagde hij er ditmaal nìet in zijn droom-start een passend vervolg te geven.

Integendeel: na die hyper-productieve eerste week rolde er zeven (speel)dagen lang geen winstpartij meer uit Tsjizjovs vingers. En het was welbeschouwd een wonder dat de koploper in die periode niet werd ingehaald door zijn achtervolgers Valneris en Clerc. (De Litouwer Boezjinski was inmiddels wegens ziekte uitgevallen.)

Maar ook Tsjizjovs naaste belagers ondervonden vrijwel dagelijks hoe moeilijk het was om in deze zwaar bezette wedstrijd, waarin ook de drie debutanten uit Kameroen zich als uitstekende dammers ontpopten, tot winst te komen. Daardoor raakte Tsjizjov de leiding nooit echt kwijt. En de overwinning die de Rus in de veertiende ronde op de Belgische hekkensluiter Schalley boekte, leverde Tsjizjov precies dat ene extra punt op dat nodig was om de concurrentie definitief van het lijf te houden.

Het is ontegenzeggelijk waar: Tsjizjovs nieuwste triomf mist de glans waarmee bijvoorbeeld zijn troonsbestijging in 1988 (Paramaribo), zijn al eerder gememoreerde titelprolongatie in 1992 en de gewonnen WK-matches tegen Valneris (1991, 1995) en Wiersma (1993) zo nadrukkelijk waren omgeven. Zo was er nogal wat af te dingen op Tsjizjovs winstpartijen tegen Erdenebileg en - vooral - het Russische duo Georgiev/Kalmakov. Maar het zou onjuist zijn te stellen dat de grootste kampioen uit de damgeschiedenis (waarbij 'kampioen' niet noodzakelijkerwijs hetzelfde hoeft te betekenen als 'dammer') in Moskou niets bijzonders zou hebben laten zien.

Indrukwekkend vond ik bijvoorbeeld de manier waarop Tsjizjov zijn oude rivaal Valneris onder druk wist te zetten. Knap was ook de koelbloedig gevoerde verdediging in zijn partij tegen Schwarzman, door wie Tsjizjov na een mislukt openingsexperiment regelrecht dreigde te worden overspeeld. En de even agressieve als roekeloze wijze waarop Tsjizjov het slotduel met Clerc opzette (met als gevolg dat de koploper, als mijn analytisch inzicht mij niet al te zeer bedriegt, omstreeks de 35ste zet in vrijwel onoverkomelijke moeilijkheden verkeerde!!), was op z'n minst opmerkelijk.

Maar Tsjizjov onderstreepte zijn klasse bovenal met zijn overwinningen op Gantwarg, Koster en Schalley, partijen die het stuk voor stuk waard zijn te worden ingelijst. Ziehier hoe Tsjizjov in de vijfde ronde afrekende met oud-wereldkampioen Anatoli Gantwarg, een speler van wie hij in het verleden nog nooit een serieuze partij gewonnen had (in het WK 1994 wist Gantwarg hem zelfs met een combinatie te verschalken) maar die nu op hardhandige wijze van het bord werd gezet.

Tsjizjov-Gantwarg

(WK 2000)

1.32-28 17-21 2.37-32 21-26 3.41-37 11-17 4.34-29 20-24 5.29x20 15x24 6.40-34 10-15 7.45-40 18-23 8.31-27 6-11 9.50-45 17-21 10.34-29 23x34 11.40x20 15x24 12.44-40 5-10 13.40-34 13-18 14.37-31.26x37 15.42x31 18-23 16.46-41 21-26 17.41-37 8-13 18.47-42 2-8 19.49-44 10-15

Zwart kampt met het probleem dat hij 19...12-18 niet goed kan doorzetten vanwege de opstoot 20.27-22! 18x27 21.31x22.

20.34-29(!) 23x34 21.39x30

Door de zwakte van het open veld 10 bloot te leggen, zet Tsjizjov zijn tegenstander onder druk.

21...14-20

Een ingrijpende beslissing. Maar ook na 21...12-18 22.27-22 18x27 23.31x22 en 24.44-39 had zwart vanwege de positionele dreiging 25.28-23! in een (gedeeltelijke) opsluiting van zijn linker vleugel moeten berusten.

22.30-25 9-14 23.44-39(!)

Van een centrale opstelling met 44-39 en 45-40 gaat onder de gegeven omstandigheden meer kracht uit dan van het cliché-matige 23.43-39 en 24.44-40.

23...4-9 24.45-40 12-18 25.27-22 18x27 26.31x22 1-6 27.36-31! 7-12 28.31-27!

Even sterk als chique gespeeld! Omdat 28...12-17? nu zou falen op 29.40-34!!, de tactische wending waarmee de toenmalige titelhouder Ghestem in het WK 1948 de Belg Demesmaecker aftroefde (zie de Volkskrant van 22 april 2000), resteert Gantwarg slechts één acceptabele voortzetting:

28...12-18 29.28-23!

De inleiding tot een decorwisseling die in deze specifieke zetting (dus mèt zwarte schijven op 20 en 24 en een witte op 25) nog nooit is voorgekomen.

29...19x17 30.27-21 16x27 31.32x23

Hoewel de exacte waarde van de ontstane situatie zich moeilijk laat vaststellen, kan ik mij goed voorstellen dat Gantwarg, geconfronteerd met die vijandelijke indringer op 23, zich in deze fase allengs minder op zijn gemak moet hebben gevoeld.

31...8-12 32.37-31 26x37 33.42x31 11-16 34.31-27 6-11 35.33-28 13-18 36.39-34 18x29 37.34x23 9-13 38.43-39

Zie diagram

38...14-19 39.25x14 19x10

Inventief verdedigd: 40.23-19? faalt immers op de verrassende meerslagwending 40...16-21!! 41.27x9 3x45 +. Maar de pressie op de zwarte stand houdt onverminderd aan:

40.38-32! 13-18?

En hierna stort de zwarte stelling zelfs helemaal in. Alleen met 40...3-8, dat na bijvoorbeeld 40.23-19? (maar dit is bij lange na niet wits beste zet) 40...24-29 41.39-34 13x24 42.34x23 12-17 een kostbaar tempo zou hebben gewonnen ten opzichte van het partijverloop, had Gantwarg nog voor remise kunnen vechten.

41.39-34 18x29 42.34x23 12-17 43.40-34! 24-29 44.23-18!

Duikt in het enorme gat dat zwart op het middenbord heeft laten vallen.

44...29x40 45.35x44 3-9

Dit vergemakkelijkt de witte winstvoering. Maar het lijdt weinig twijfel dat zwart ook zou hebben verloren wanneer hij zich nìet tegen de verschrikkelijke dreiging 46.18-13! had verzet.

46.48-42!

De opmars van 48 naar 37 vormt de aanzet tot een heuse forcing.

46...10-14 47.42-37! 17-21

Er dreigde uiteraard 48.18-13!, 49.28-22 en 50.32x12 +.

48.28-22! 14-19 49.18-12! 9-13 50.37-31! 21-26

Er is niet beter: ook 50...11-17 enz. verliest kansloos.

51.22-18! 26x28 52.18x9 28-33 53.12-8

Nog gemakkelijker wint 53.9-4, bijvoorbeeld 53...33-38 54.27-22! + of 53...11-17 54.12x21 met de niet te pareren dreiging 55.27-22 +. Maar de stijlvolle tekstzet, waarmee wit zich zelfs met twee schijven op weg naar de damlijn begeeft, is goed genoeg. Zo kan er volgen 53...33-38 54.9-4! (maar onder geen beding 54.27-21? 16x27 55.8-2 wegens 55...15-20!! 56.2x25 38-42 =) 54...11-17 (54...38-43 55.44-39! 43x34 56.8-2 +) 55.8-3 38-43 56.3x26 43-48 en nu bijvoorbeeld nog 57.4-18 19-24 58.18-34 48x25 59.44-39 25x21 60.26x30! 16-21 (of ook 60...15-20 61.30-43 annex 43-38-43-49 +) 61.30-43 21-26 62.43-48 15-20 63.48-42 20-25 64.42-48 +.

Gantwarg liet zich één en ander niet meer bewijzen en gaf het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden