Titaantjes zoeken zin van bestaan

Jongens zijn ze, maar aardige jongens. Ze staan hele zomernachten bij het hek van het Oosterpark honderduit te bomen. Bekker heeft een vaag besef dat hij alle kantoren wil afbreken, Bavink begrijpt niet waarom sommige heren andere lui mogen commanderen en Koekebakker krijgt op kantoor het ongemakkelijke gevoel dat hij...

Een serie over werk in de literatuur kan niet zonder zoekers, twijfelaars en melancholici. Niemand heeft ze mooier geportretteerd dan Nescio, het pseudoniem van de zakenman J.H.F. Grönloh. De vijf vrienden in Titaantjes (1918) verwoorden scherp de gevoelens van allen die aan het begin van hun carrière zoeken, halverwege twijfelen en aan het einde met melancholie terugkijken: 'Jongens waren we - maar aardige jongens. Wat we eigenlijk doen zouden is ons nooit duidelijk geweest.'

De kantoormedewerkers Bekker, Koekebakker en Ploeger en de kunstschilders Bavink en Hoyer doen hun uiterste best te bouwen aan een zinvol bestaan. De vrienden delen een afkeer voor de gewichtige heren die denken dat ze het ver hebben geschopt. Soms vrezen ze zelf zulke mannetjes te worden.

Een enkele keer zijn ze domweg jaloers op de heren wier haar altijd even netjes zit : 'Op den duur kon je toch niet tegen ze op. D'r waren er zooveel en ze hadden altijd gelijk. Zij hadden een reden van bestaan. Wij niet, wij hadden geen reden van bestaan.'

Tachtig jaar na de Titaantjes maken de Figuranten dezelfde zoektocht naar een reden van bestaan. Ook de personages van Arnon Grunberg zijn twijfelaars, doch misschien minder melancholiek.

Grunberg introduceert in zijn roman Figuranten (1997) een fraaie term voor zoekende carrièremakers: 'de operatie-Brando'. Velen willen iets anders worden dan ze zijn. Overal ter wereld treffen mensen bijvoorbeeld voorbereidingen om Marlon Brando te worden. Of ze zijn het al, maar ze houden het nog even geheim.

Veel figuranten en passanten in de roman van Grunberg wisselen meerdere malen van beroep. Een serveerster en een pianist gaan acteren, een molenaar en een zwemleraar gaan oberen, een bontjassenhandelaar wordt filmproducent, een acteur gospelzanger, een actrice krantenverkoper en een bankier campingbaas.

Wat betreft wonderlijke beroepen, moeten beslist de sokophaler en de enveloppendichtlikker worden genoemd. Verteller Ewald Stanislas Krieg eindigt als geldwolf, een makelaar in krotten.

De Titaantjes zijn honkvaster dan de Figuranten. Toch werken ook de Titaantjes aan hun versie van de operatie-Brando. Met name Bekker mag graag dagdromen. Hij wil binnen enkele jaren stilletjes op de hei gaan wonen. Hijzelf en zijn vrienden proberen zichzelf te overtuigen dat het zo zal gaan.

'Maar wij geloofden 't niet. En 't is ook zoo niet gegaan.' Bekker werkt evenals Koekebakker nog steeds op kantoor, Ploeger int alweer enige tijd gasrekeningen, Hoyer renteniert en Bavink heeft het afgelegd tegen de zon die zich niet schilderen laat.

'Gods troon is nog ongeschokt', eindigt Nescio, die het tot directeur van een handelsfirma bracht. 'Af en toe glimlacht God even om de gewichtige heeren, die denken dat ze heel wat beteekenen. Nieuwe Titaantjes zijn al weer bezig kleine rotsblokjes op te stapelen om 'm van z'n verhevenheid te storten en dan de wereld eens naar hun zin in te richten. (...) En zoo gaat alles z'n gangetje en wee hem die vraagt: Waarom?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden