Tirannie in Turkmenistan

Onafhankelijkheidsdag in Turkmenistan is een massale loftuiting aan president Nijazov. De 'Grote Bouwvakker' zoals hij wordt genoemd, laat uit zelfverheerlijking het ene na het andere kolossale gebouw neerzetten....

BERT LANTING

HET valt niet mee de Turkmeense president en dictator Nijazov te slijten aan zijn volk. Rachmet Moechijev staat te wanhopen in de herfstzon, die in Turkmenistan nog tamelijk warm is. Er is voldoende volk op straat, maar om de een of andere reden wenst haast niemand zijn bundels met gedichten aan het adres van Turkmenbasy - het hoofd der Turkmenen, zoals Nijazov zich graag laat noemen - te kopen. 'Dankzij zijn verstand en arbeid/ Ging een nieuwe zon op boven Turkmenistan/ Iedere dag wordt het beter en bloeit ons land/ IJverige Leider, geef ons volk kracht', leest de dichter voor uit zijn lofdichten voor Turkmenbasy.

Zijn bewondering voor de president dateert uit de tijd dat Nijazov hem uit de gevangenis vrijliet. Hij zat daar een straf uit van twaalf jaar wegens dissidente activiteiten (volgens anderen was het oplichting) onder het sovjetregime. Sindsdien is hij de poëzie ingegaan en dicht hij nog uitsluitend op de president. Aan andere onderwerpen heeft hij geen behoefte. 'Turkmenbasy is een thema zonder einde', verklaart de mollige dichter plechtig.

Op de cassetterecorder van zijn auto laat de dichter een liedje horen waarin hij de president een goede gezondheid wenst. 'Dat is vooral de laatste tijd, toen de president voor een hartoperatie in Duitsland was, vaak op de radio gespeeld', zegt hij trots.

Kennelijk heeft het geholpen, want de president komt vrolijk aanscheuren in zijn Mercedes bij de viering van de Onafhankelijkheidsdag en stapt kwiek uit het dure voertuig. Om te laten zien dat hij democratisch is, zit hij zelf achter het stuur. De verborgen boodschap is dat zijn rivalen niet moeten denken dat hij op zijn retour is na de hartoperatie in Duitsland. Integendeel, het presidentiële leven begint pas.

De viering van de Onafhankelijkheidsdag komt vooral neer op een massale loftuiting aan het adres van Turkmenbasy, die al twaalf jaar aan de macht is. Eerst als partijsecretaris en vervolgens als president van het onafhankelijke Turkmenistan. Twee dagen lang moeten de leden van het corps diplomatique die de pech hebben in de hoofdstad Asjchabad gedetacheerd te zijn, de feestelijkheden bijwonen.

De ambassadeurs staan braaf in de felle zon naar de militaire parade te kijken; de andere buitenlandse gasten mogen zitten, maar de ambassadeurs moeten staan, want waarom zouden zij zitten als de Turkmeense president de parade ook staande afneemt?

Vervolgens worden de buitenlandse gezanten aan nog een reeks beproevingen onderworpen: een urenlange gymnastiekshow, paardenrennen, een voetbalwedstrijd en een loterij, die uren duurt en waarbij een auto, twee voetballen en twee trainingspakken verloot worden. De winnaar van de auto is zo dronken dat hij niet achter het stuur mag gaan zitten, maar in extatische toestand rondgereden wordt door het pasgebouwde stadion.

'Een feestdag die de geschiedenis in zal gaan', oordeelt de belangrijkste krant, Neutraal Turkmenistan, de volgende dag. 'Vandaag, na afloop van deze grandioze feestdag, kan men zonder overdrijving stellen dat zich nooit zoiets heeft afgespeeld op Turkmeens grondgebied. Want de omvang van de feestdag laat nog eens zien dat de Turkmenen door God uitverkoren zijn en de toppen van de beschaving bereikt hebben.'

Dat alles is volgens de krant natuurlijk te danken aan die 'ware humanist', die een 'verbazingwekkend geloof in zijn volk' heeft en 'er de voorkeur aan geeft vaker te glimlachen dan toornig te zijn', kortom president Nijazov. 'Leest in deze woorden geen overdreven verfraaiing', raadt de krant de lezers aan. 'Als het erop aankomt, is president Nijazov onwrikbaar, onomkoopbaar en zeer streng als de omstandigheden en de belangen van het volk dat vereisen.'

Vlak erboven staat de 'eed aan het vaderland' die iedere dag door alle Turkmeense kranten op de voorpagina wordt afgedrukt: 'Moge mijn hand afgehakt worden voor het minste kwaad dat ik u aandoe. Moge mijn adem ophouden op het uur van verraad aan het vaderland en de president.'

In Asjchabad is het hard zoeken naar een openbaar gebouw dat niet versierd is met het portret van Turkmenbasy - vaderlijk, vastberaden, peinzend of een enkele keer haast lichtelijk verrast door de schilder die hem komt vereeuwigen. Van de nieuwe gebouwen draagt ruim de helft zijn naam: het Turkmenbasy Winkelcentrum, het Turkmenbasy Jeanscentrum, het Turkmenbasy Stadion, er is geen ontkomen aan. De 57-jarige president zegt zelf een hekel te hebben aan de persoonsverheerlijking waarvan hij het voorwerp geworden is, maar wat doe je eraan als het volk het wil?

Om te voorkomen dat de buitenlandse journalisten het land op eigen houtje gaan verkennen, heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken een druk programma opgesteld waaraan men zich slechts op straffe van een zee van bureaucratische problemen kan onttrekken.

In een speciaal voor ons gecharterde bus worden we vervoerd naar een kwalijk riekend ondergronds meer waar de Turkmenen zich van hun kwalen schijnen te ontdoen. Om de conversatie gaande te houden, heeft het ministerie een aantal plaatselijke journalisten gedwongen met ons mee te reizen. Zij hebben de ondergrondse zwavelbaden al zeker twintig keer bezocht, verzuchten zij.

Een Franse fotograaf van het blad National Geographic die het verplichte tripje heeft overgeslagen, wordt meteen de volgende dag gestraft. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt hij door een paar geüniformeerde figuren onder de arm genomen. De drie dagen erna brengt hij door in zijn hotel; zodra hij naar buiten komt, staan zijn 'begeleiders' klaar.

De reisleiders van het ministerie van Buitenlandse Zaken wijzen enthousiast op de hypermoderne gebouwen die her en der in de hoofdstad boven de laagbouw - Asjchabad werd in 1948 door een aardbeving met de grond gelijk gemaakt - uitsteken. En het moet gezegd: er zijn weinig steden in de voormalige Sovjet-Unie waar zo druk gebouwd wordt.

Het pronkstuk is het presidentiële paleis met zijn marmeren pilaren en half vergulde koepel, een gigantisch bouwwerk dat onwillekeurig associaties oproept met het paleis dat de Roemeense dictator Ceausescu voor zijn dood midden in Boekarest liet optrekken. Het paleis - geschatte kosten zestig miljoen dollar - is gebouwd door de Franse firma Buig, die kennelijk goede betrekkingen heeft met het regime. Buig heeft ook al een paar andere onderkomens voor de Turkmeense heerser gebouwd en is nu bezig een nieuw parlementsgebouw uit de grond te stampen.

Om de stroom zakenlieden te herbergen die Nijazov in zijn gas- en olierijke paradijs verwacht, heeft de president aan de rand van de stad zo'n dertig vier- en vijfsterrenhotels laten bouwen. De moderne gebouwen staan in een lange rij te schitteren in de Turkmeense zon, maar er valt geen sterveling te bekennen.

Het luxe hotel waar wij moeten logeren - de andere hotels zijn 'vol' - herbergt welgeteld drie gasten. Twee jaar na de opening van het hotel zijn de kamerprijzen al gedaald van ongeveer 200 naar 65 dollar per nacht en begint het haast ongebruikte meubilair stilletjes uiteen te vallen.

Zo'n veertig kilometer buiten Asjchabad heeft de Franse firma Buig een ander monument opgericht voor de 'Grote Bouwvakker', zoals het volk de president oneerbiedig noemt. Het is een gloednieuwe moskee die hoog boven het stoffige stadje Geok-tepe uittorent. De koepel is veertig meter hoog - de leeftijd waarop Mohammed de titel profeet kreeg - en de vier minaretten zijn elk 63 meter hoog - de leeftijd waarop Mohammed stierf.

De moskee, die ook al naar de president is genoemd en volgens de regering veertig miljoen dollar heeft gekost, biedt plaats aan 4330 gelovigen. Afgezien van de vrouwtjes die de marmeren vloeren dweilen en de tapijten stoffen, is er echter geen dooie ziel. Zelfs bij het vrijdaggebed komen hooguit enkele tientallen mensen opdagen, vertelt een plaatselijke journalist.

'Het is allemaal weggegooid geld', zegt hij. 'De moskeeën staan leeg en zullen ook leeg blijven. De islam speelt hier slechts een geringe rol. De Turkmenen zijn van oudsher een nomadisch volk en houden nog steeds vast aan tal van heidense praktijken.' Dat valt ook af te lezen aan de manier waarop de Turkmenen hun doden begraven: zonder gedenkteken, onder een hoop zand die uiteindelijk door de woestijnwind weggedragen zal worden. De moskee moet niet alleen laten zien dat de president een vroom man is, maar ook dat hij een rechtgeaard Turkmeen is. Het complex is gebouwd op de plaats waar het Turkmeense fort stond waar in 1881 Russische troepen een bloedbad aanrichtten.

Volgens een vertegenwoordiger van de oppositie buitte Nijazov de herinnering aan het bloedbad handig uit om de nationalistische oppositiebewegingen de wind uit de zeilen te nemen en zijn reputatie als grondlegger van het onafhankelijke Turkmenistan te versterken. 'En dat terwijl hij daar juist vrijwel niets voor gedaan had. Hij werd totaal overrompeld door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.'

Nijazov paste zich echter snel aan de nieuwe omstandigheden aan. De communistische partij werd opgeheven en nog dezelfde week vond het kader onder leiding van Nijazov onderdak in een nieuwe partij, de Democratische Partij van Turkmenistan. De standbeelden en portretten van Lenin werden vervangen door die van Turkmenbasy.

Om de breuk met het sovjetverleden te onderstrepen, heeft Nijazov het Turkse schrift ingevoerd in plaats van het cyrillische. Maar de meeste Turkmenen beheersen het nieuwe schrift maar nauwelijks en kunnen wegwijzers en opschriften alleen maar ontcijferen omdat ze al weten wat er staat. 'Halk-Watan-Turkmenbasy', spelt een taxichauffeur. 'Volk-Vaderland-Turkmenbasy, het zal wel.' En hij begint een lange tirade tegen de 'Grote Bouwvakker'. 'Hij laat de hele stad volzetten met nieuwe gebouwen, fonteinen en monumenten, maar wij moeten zien rond te komen van een handvol manaten', moppert hij.

De Koeweit-achtige façade van het nieuwe Turkmenistan begint al af te brokkelen in de buitenwijken van de hoofdstad, waar nog steeds de vertrouwde grauwsluier uit het sovjettijdperk hangt. Enkele tientallen kilometers verderop begint de armoede, in de dorpen op het dorre platteland.

Ondanks de kritiek die veel Turkmenen - uitsluitend in privégesprekken - op hun president spuien, zit Nijazov stevig in het zadel. Geheel in sovjetstijl liet de president zich in 1992 met 99,5 procent van de stemmen verkiezen. Twee jaar later besloot het dankbare volk vrijwel unaniem zijn ambtstermijn tot 2002 te verlengen.

Een enkele keer komt de onvrede tot uitbarsting, zoals vorig jaar, toen er in Mary en enkele andere plaatsen broodrellen uitbraken. Die werden echter snel bedwongen, net zoals de befaamde demonstratie op 12 juli 1995, toen honderden mensen door Asjchabad trokken om tegen het beleid van Nijazov te protesteren. De politie arresteerde zo'n tweehonderd betogers. Van hun leiders zitten nog zeven man vast.

Van een georganiseerde oppositie is geen sprake; de meeste dissidenten zijn allang vertrokken naar Rusland of nog liever naar Zweden, waar zij geen gevaar lopen uitgeleverd te worden aan Turkmenistan. Er zijn enkele kleine ondergrondse oppositiegroeperingen, zoals de '12-juli-beweging' en de vorig jaar opgerichte Liberaal-democratische partij, maar erg actief zijn ze niet. 'Ze kunnen haast niets doen. De KNB - Nijazovs veiligheidsdienst - houdt hen nauwlettend in de gaten. Meer dan praatclubjes zijn het niet', zegt een plaatselijke journalist.

Een poging in Asjchabad contact te krijgen met vertegenwoordigers van de oppositie, mislukt. Via een tussenpersoon laat een van de dissidenten eerst weten wel geïnteresseerd te zijn in een gesprek, maar later blijkt dat hij bij nader inzien toch geen tijd heeft.

Zelfs de Turkmeense oppositie in Moskou is uiterst omzichtig. Telefoonnummers worden niet verstrekt ('U wordt teruggebeld') en de contactpersoon die met ons op een metro-station afspreekt, wil niet zeggen hoe hij eruit ziet. 'Ik herken u wel', zegt hij.

De leider van de oppositie-in-ballingschap, Avdy Koelijev, lijkt zich echter niet al te veel zorgen te maken over zijn veiligheid. Zijn vrouw doet de deur van hun appartement in een Moskouse buitenwijk meteen open als wij aanbellen.

Koelijev werkte twee jaar lang nauw samen met Nijazov, als minister van Buitenlandse Zaken. Korte tijd was hij zelfs vice-president. Maar in juli 1992 besloot hij op te stappen uit protest tegen het steeds autoritairdere optreden van Nijazov.

'In het begin hoopte ik nog dat Turkmenistan, zodra het zich had losgemaakt van de Sovjet-Unie, een democratische staat zou worden, maar Nijazov stuurde meteen aan op een dictatoriaal systeem', zegt Koelijev. Hij herinnert zich hoe Nijazov een ontwerp voor een democratische grondwet in de prullenmand smeet en zijn ministers toeschreeuwde dat zij zich daarmee beter niet konden bemoeien.

Nijazov vernederde de kabinetsleden verder door hen te dwingen zijn lof te zingen op de picknicks die hij wekelijks in het koele gebergte bij Asjchabad organiseerde. 'Het was een hele kwelling elke keer een nieuwe lovende dronk op de president te verzinnen', herinnert Koelijev zich.

Het volgende conflict met Nijazov draaide om een contract met een dubieuze Italiaanse firma voor de bouw van een textielfabriek. 'Wij hadden de offerte laten bekijken door een paar Turkse deskundigen. Die kwamen er niet alleen achter dat de prijs veel te hoog was, maar ook dat het bedrijf banden had met de Siciliaanse maffia. Maar de president wilde niets van kritiek weten en zette het project door.'

Volgens Koelijev heeft Nijazovs familie schatten verdiend aan de handel met gas met Oekraïne. Een groot deel van die transacties verliep via tussenbedrijven waarbij de zoon van Nijazov betrokken was. De firma's kregen verder het recht goederen te verhandelen die Oekraïne bij gebrek aan valuta als afbetaling aan Turkmenistan leverde.

Soms waren het absurde producten, zoals een vloot Volvo's voor de Turkmeense regering, die zij veel goedkoper rechtstreeks in Zweden had kunnen kopen. De Volvo's bleken te zijn voorzien van stoelverwarming en verwarmde buitenspiegels, kortom net wat men nodig heeft in het dorre Turkmenistan.

Koelijev geeft toe dat hij een tijdlang met Nijazov meegelopen heeft; hij regelde zelfs dat de toenmalige Amerikaanse minister Baker van Buitenlandse Zaken tijdens een bezoek aan Turkmenistan, geen contact met dissidenten zou krijgen. Maar toen Turkmenbasy hem na de presidentsverkiezingen van 1992 bij zich riep en hem beschuldigde van contacten met de oppositie, besloot hij dat het tijd was met de president te breken.

Vanuit Moskou leidt hij nu het verzet tegen Turkmenbasy, maar, klaagt hij, dat valt niet mee gezien de ruzies onder de Turkmeense ballingen. Hij doet er zelf overigens ook aan mee met een felle aanval op een van de andere leiders van de oppositie, Nazar Soejoenov, ooit minister van Olie en Gas onder Nijazov. 'Soejoenov is een van de grootste dieven die ons land gekend heeft', zegt hij. 'Maar nu hebben we hem nodig. Ik ben zelfs bereid met de duivel samen te werken om Nijazov ten val te brengen.'

Zolang het verzet door dergelijke figuren geleid wordt, heeft de oppositie geen enkele kans tegen Turkmenbasy, zegt een democratisch gezinde journalist in Asjchabad. 'Als zij aan de macht komen, hebben we niet één Turkmenbasy, maar vijf'

De vrees voor het ongewisse zit er diep in bij de Turkmenen. Zelfs de half-dissidente gesprekspartners huiveren na twaalf jaar Nijazov bij de gedachte dat Turkmenbasy de hartoperatie in Duitsland niet overleefd zou hebben. Dan breekt er een gevaarlijke strijd uit tussen de verschillende stammen die in Turkmenistan wonen, is de algemene verwachting.

'De Turkmenen vormen nog steeds geen echte natie', zegt een Turkmeense journalist. Volgens hem heeft Nijazov de verschillende stammen tot nog toe in het gareel weten te houden door zijn autoritaire stijl van regeren en door zijn merkwaardige levensgeschiedenis. Nijazov komt uit de grootste stam - de Teke - maar doordat hij zijn hele familie bij de aardbeving van 1948 verloor, wordt hij beschouwd als iemand die boven de stammen staat.

Net als iedere dictator voelt de president zich echter onveilig. Op de dag dat wij uit Turkmenistan vertrekken, arresteert zijn veiligheidsdienst een kritische journalist die ook het vliegtuig naar Moskou wilde nemen. Vlak voor ons vertrek bindt de vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken de Russische fotograaf van de Volkskrant nog eens op het hart dat hij een positief artikel verwacht van de Nederlandse gast.

Bert Lanting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden