Timorezen weten Suharto's achilleshiel steeds te vinden

De 29 Oosttimorezen die sinds vrijdag op het terrein van de Amerikaanse ambassade in Jakarta zitten en de vrijlating van verzetsleider Xanana Gusmo eisen, hebben besloten politiek asiel te vragen in Portugal als ze hun zin niet krijgen....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

De actievoerders hadden president Clinton of zijn minister van Buitenlandse Zaken te spreken gevraagd, die in Jakarta de APEC-conferentie bijwonen. Clinton wil deze economische top echter niet laten overschaduwen door de mensenrechtenproblematiek in Indonesië. Wel zal hij dit hachelijke onderwerp woensdag, daags na de top, bij president Suharto aankaarten.

Ook in de Oosttimorese hoofdstad Dili wordt de APEC-conferentie aangegrepen om de aandacht van de wereld te trekken. Maandag raakten daar opnieuw honderden studenten slaags met de politie, nadat de stad ook in het weekeinde al het toneel was geweest van hevige rellen. Dit weekeinde werd in Dili juist het bloedbad van drie jaar geleden herdacht, toen het Indonesische leger tientallen betogers doodschoot. In Australië, waar veel Oosttimorese ballingen wonen, werd actie gevoerd bij de Indonesische consulaten in Sydney en Melbourne.

Oost-Timor is in 1976 door Indonesië geannexeerd, nadat Portugal zich er als koloniale mogendheid terugtrok en de bevrijdingsbeweging Fretilin er eenzijdig de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Het verzet van de Oosttimorezen tegen deze nooit door de Verenigde Naties erkende annexatie werd door het Indonesische leger met harde hand onderdrukt.

Sinds 1976 zijn meer dan 200 duizend Oosttimorezen (ongeveer eenderde van de bevolking) omgekomen door gevechten, ziekte en honger. De meeste slachtoffers vielen in de eerste vijf jaar na de Indonesische invasie. Maar nog steeds maken Indonesische militairen af en toe melding van nieuwe doden, al is het gewapende verzet inmiddels geslonken tot enkele honderden verspreid opererende manschappen.

Tegen 1990 was Jakarta tot de conclusie gekomen dat bruut geweld niet langer nodig was en dat de bevolking van Oost-Timor misschien beter met geld en mooie woorden voor Indonesië kon worden gewonnen. Steeds weer heeft Indonesië deze vredelievende benadering zelf verstoord, zodat het succes tot op heden nihil is gebleven.

De wreedste verstoring was het zojuist herdachte bloedbad, dat Indonesische soldaten op 12 november 1991 aanrichtten onder enkele honderden Oosttimorezen, die met het oog op het bezoek van de toenmalige VN-rapporteur van de mensenrechten P. Kooijmans een demonstratieve mars door Dili hielden. President Suharto liet een onderzoek instellen naar de schietpartij, waarbij officieel vijftig doden zijn gevallen, maar volgens ooggetuigen in werkelijkheid meer dan tweehonderd. De hoogste verantwoordelijke militairen werden met overplaatsing gestraft, maar een overtuigende verklaring voor het bloedbad is nooit gegeven.

Niettemin volhardt de Indonesische regering in haar nieuwe koers. De Indonesische soldaten moeten zich geliefd maken door mee te werken aan de bouw van scholen, wegen en bruggen. Maar alle goodwill die ze daarmee kunnen kweken wordt door de soldaten zelf teniet gedaan: dit jaar zijn in verschillende dorpen relletjes uitgebroken omdat de katholieke Oosttimorezen woedend waren over daden van heiligschennis door soldaten, die hosties hadden vertrapt en een paar nonnen hadden beledigd.

Hoewel Jakarta volhoudt dat Oost-Timor al méér autonomie geniet dan enige andere Indonesische provincie en dat onafhankelijkheid uitgesloten is, heeft de regering enige tijd geleden toch het overleg geopend met vertegenwoordigers van de Oosttimorese bevolking. Aanvankelijk mochten alleen lokale leiders meedoen die niet als tegenstanders van het Indonesische bestuur worden beschouwd. Maar vorige maand heeft minister van Buitenlandse Zaken Alatas 'strikt op persoonlijke titel' in New York gesproken met de balling José Ramos Hora, de voornaamste woordvoerder van het verzet. En tien dagen voor de APEC-top zei zelfs Suharto bereid te zijn een van de Oosttimorese ballingen te ontmoeten.

Wellicht hoopte de Indonesische president zich met deze uitspraak te verzekeren van een ongestoord verloop van de APEC-top en het bezoek van Clinton. Maar de Oosttimorese actievoerders weten zijn achilleshiel te vinden. En weer helpt de Indonesische regering ongewild een handje mee. Hoewel vol trots is aangekondigd dat alle journalisten die de APEC-top bijwonen ook Oost-Timor mogen bezoeken, blijken twee Amerikaanse journalisten daar toch niet welkom. Voor het oog van de wereldpers werden Allan Nairn en Amy Goodman, die in 1991 getuige waren geweest van het bloedbad in Dili, gepakt eer ze voet op Timorese bodem konden zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden