Tijdreiziger

Redmond O'Hanlon had liever in de 19de eeuw geleefd, in de tijd van de ontdekkingsreizen. Dat treft: in O'Hanlons Helden treedt de Brit in de voetsporen van 19de-eeuwse ontdekkers.

Hij begroet met drie harige zoenen op de wang, schenkt twee mokken tot de rand vol sterke thee en stommelt de trap op, kletsend, hijgend en een theespoor achterlatend. 'Dat interview kan wel even wachten, hè?' Redmond O'Hanlon, schrijver, hobbybioloog, maar vooral ontdekkingsreiziger, moet eerst even iets laten zien.


Daarvoor moet nog een trap worden beklommen, naar de bovenste verdieping van de 19de-eeuwse bibliotheek van Artis. O'Hanlon hopt in snelwandelpas langs de boekenplanken, een euforische uitdrukking op het gezicht. 'Mijn persoonlijke collectie, die heb ik zojuist aan deze bibliotheek geschonken.' Hij wijst op een twintigtal gebonden boeken met afgebladderde gouden letters op de ruggen en trekt een dun bandje over vogelsoorten in Groot-Brittanië uit de rij. 'Dit was het eerste boek dat ik kocht, bij een antiquariaat in de buurt. Ik was 7. Na een poosje bewaarde de winkelier natuurboeken voor me onder de toonbank, tot ik weer genoeg zakgeld gespaard had.'


Nu is O'Hanlon 65 en een fenomeen. Zijn bakkebaarden, brilletje, gepolijste Brits en dragend stemgeluid lijken regelrecht afkomstig uit een Dickens-verfilming. Vanaf zondag is hij acht weken lang te zien in zijn eigen programma O'Hanlons Helden, geproduceerd door de VPRO, waarin hij in de voetsporen treedt van 19de-eeuwse ontdekkers.


In Nederland staat O'Hanlon bekend als 'de gekke oude man van De Beagle', het monsterproject waarmee de VPRO twee jaar geleden de ontdekkingsreis van Charles Darwin naspeelde. Iedereen hield van de witharige goedzak met de bulderende lach, die, gezeten op het dek, de kijkers bijpraatte over de evolutietheorieën van Charles Darwin en Alfred Russel Wallace, Darwins concurrent.


O'Hanlon had het liefst zelf in de 19de eeuw geleefd, omdat er 'toen nog zo veel witte vlekken op de kaart waren'. Zijn favoriete uitspraak, 'ik ben in de verkeerde eeuw geboren', is evenzeer een uiting van zelfbeklag, als een verklaring voor zijn buitenissige persoonlijkheid.


Bij de koppen thee in het zijvertrek van de bibliotheek zit Roel van Broekhoven, regisseur van O'Hanlons Helden, samen met Maaik Krijgsman. Van Broekhoven werd bekend door de regie van In Europa, de succesvolle serie op basis van de boeken van Geert Mak. Hij wilde O'Hanlon na het succes van de Beagle graag een eigen programma geven. 'Hij is een meesterverteller.'


Dat klopt. Zodra hij zijn benen onder tafel heeft gewurmd, leunt O'Hanlon achterover in zijn stoel en steekt hij van wal. Hij is al zo lang hij zich kan herinneren in de ban van de natuur. 'We woonden in een domineeshuis met een grote tuin, in de buurt van Oxford. Ik was gefascineerd door vogels. Op een keer liet een vogel een maretakje vallen voor mijn voeten. Dat heb ik nog steeds, 49 jaar later.'


Hij kijkt even op om te zien of zijn grap begrepen wordt. Dan zegt hij: 'Het is natuurlijk veel langer dan 49 jaar geleden' en schudt van het lachen. 'Het was een heel mooie tuin.'


Nu wordt het spannend, dus gaat O'Hanlon op fluistertoon verder: 'Een tuin vol heel grote bomen en struiken. En dan liep je naar beneden, naar de rivier, waar enorme vogels zwommen.'


Hij schraapt zijn keel: 'Oei, zo lang fluisteren is moeilijk. Deze enorme vogels waren eenden. En dan kroop je terug, nadat je deze nieuwe soort had ontdekt.'


'En dan had je iets te eten nodig...' O'Hanlon pauzeert voor een slok thee. 'Oh nee, bij deze anekdote was ik iets ouder. Maar dat doet er niet zoveel toe.' Hij vertelt hoe hij met zijn pijl en boog jacht maakte op de vele buffels die de domineestuin onveilig maakten. 'Op een middag schoot ik er eentje neer, zo midden door z'n buik. Ik dook er bovenop, en de buffel stierf. De buffel, die eigenlijk een kip was.' Die kip hebben ze 's avonds opgegeten.


De kleine Redmond werd opgevoed met het idee dat die tuin deel uitmaakte van Gods volmaakte schepping. 'We waren niet zomaar gelovig, maar geïndoctrineerd. We gingen drie keer per zondag naar de kerk. De wereld van mijn vader was de wereld vóór Darwin. Als hij door de tuin of het bos liep, dacht hij: wat heeft God dit toch perfect gemaakt.'


O'Hanlon viel al jong van zijn geloof. Op zijn 14de las hij in Darwins The Orgin of Species dat de hem zo vertrouwde natuur één groot gevecht is, dat een vlinder niet, zoals zijn vader beweerde, grote, gekleurde ogen op zijn rug had om 's nachts mee te kunnen kijken, maar om vogels te laten schrikken. Dat ene boek was genoeg om God voorgoed af te danken. 'Darwin just made more sense.'


Ondanks zijn fascinatie voor natuur en evolutie studeerde O'Hanlon geen biologie, maar Engelse literatuur in Oxford. Hij werkte daarna bijna twintig jaar bij het literaire supplement van The Times. Intussen maakte hij zelf ontdekkingsreizen, naar Congo, Indonesië en de Amazonedelta.


Over die reizen, vaak minstens zo vol ontberingen, tropische ziekten en ontberingen als die van zijn 19de-eeuwse voorgangers, schreef hij boeken die zowel werden gewaardeerd om hun inhoud als om hun vermakelijke karakter. Sinds het verschijnen van zijn laatste boek Over God, Darwin en de Natuur, in 2009, heeft hij naar eigen zeggen een writer's block. Dus De Beagle en daarmee zijn doorstart als televisiepersoonlijkheid kwam als een welkom geschenk.


Dat zijn roem in Nederland net zo groot is, of zelfs groter, dan in zijn eigen land, is O'Hanlon gewend. Naar het hart van Borneo werd een bestseller nadat O'Hanlon in 1984 te gast was in de talkshow Hier is... Adriaan van Dis, waar hij een visje liet zien dat omhoog kon zwemmen in het mannelijke geslachtsdeel. 'Aan Adriaan van Dis heb ik veel te danken.' Ook Over God, Darwin en de Natuur verscheen eerst in Nederland en daarna pas in Groot-Brittannië en de rest van de wereld.


In O'Hanlons Helden ontdekt hij niet de wereld zelf, maar levens van de ontdekkingsreizigers die hij bewondert. Hij treedt in hun voetsporen en komt ook veel te weten over hun persoonlijkheid. Wat dat betreft geldt voor O'Hanlon: hoe gekker, hoe beter.


Het zijn niet alleen naturalisten. 'Dan zou het programma te veel op de Beagle lijken', zegt Van Broekhoven. En dus verdiept O'Hanlon zich ook in de wegen van andere waaghalzen: de gebroeders Montgolfier, uitvinders van de heteluchtballon, en Percy Fawcett, de bedenker van Eldorado, het verborgen rijk in het Amazonegebied.


Hij heeft er zelf veel van geleerd, zegt O'Hanlon. 'Zo'n programma opent allerlei deuren. In de aflevering over de Russische avonturier Nikolai Przewalski schud ik de hand van de kleinzoon van de man die 35 miljoen mensen heeft vermoord: Stalin.' De Sovjet-dictator beweerde ten onrechte dat Przewalski zijn vader was. O'Hanlon rilt en vervolgt lachend: 'Gelukkig is de kleinzoon van Stalin zo homoseksueel als iemand maar zijn kan. Theaterregisseur. Heeft niks van zijn grootvader.'


Het informatieve gehalte van zijn programma vindt O'Hanlon eigenlijk van secundair belang: 'Ik wil dat het in de eerste plaats hoogst vermakelijk is en dat de kijkers ondertussen ongemerkt veel informatie meekrijgen.' Van Broekhoven: 'Het is een perfecte kruising tussen Kuifje en In Europa.'


O'Hanlon heeft ook wel iets van Kuifje. Wat ouder, wat plomper, onhandiger ook, maar niet minder avontuurlijk. In het eerste deel van de serie geeft hij een rondleiding door zijn huis, een huis dat aan alle clichés van de gekke-professorwoning beantwoordt: boeken, spinnenwebben, schemerlampen en nog meer boeken. 'Daarvan is niets in scene gezet hoor', bezweert hij.


Hij herinnert zich dat kennis Boudewijn Buch, ooit een jaar na zijn laatste bezoek terukwam in O'Hanlons huis en daar zijn koffiekop aantrof onder een stoel, precies zoals hij die een jaar eerder had weggezet. 'Mijn vrouw is ook opgehouden met opruimen. Als iets in ons huis op een bepaalde plaats belandt, moet het daar blijven staan. De Redmondian Law, noemen we dat.'


Redmond O'Hanlon houdt van aandacht, dat geeft hij grif toe. Als hij in Amsterdam wordt nagewezen, of als alle medepassagiers in het vliegtuig zijn naam blijken te kennen, vindt hij dat prachtig. 'Dan ben ik weer twintig minuten gelukkig.'


------------------------------------


CV Redmond O'Hanlon

1947 Geboren in Dorset, Groot-Brittannië


1977 Proefschrift Changing Scientific Concepts of Nature in the English Novel, 1850-1920, in Oxford.


1984 Debuut als reisboekenschrijver met Into the heart of Borneo


1993 - 2008 Medewerker literair supplement voor Times


2009- Vaart mee op De Beagle


2011 Eigen programma O'Hanlons Helden bij de VPRO


Redmond O'Hanlon heeft een vrouw en twee volwassen kinderen.


Fetisj met kindervinger

O'Hanlon is een overtuigd atheïst, maar enorm bijgelovig. De fetisj die hij in de jaren tachtig liet maken door een Congolees kruidenmannetje, draagt hij sindsdien altijd bij zich. Dat er een kindervinger in de fetisj verwerkt zat, beschouwde O'Hanlon in eerste instantie als een sprookje. Tot een eveneens Congolese dame die de bagagescanner op Heathrow Airport bediende een gil slaakte bij het scannen van de fetisj. O'Hanlon mocht kijken en zag: inderdaad, een kindervinger.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.