Tijdperk-Sharon dooft langzaam uit

Het tijdperk van Ariel Sharon dooft langzaam uit. De premier van Israël is in de hoogtijdagen van zijn carrière geveld door een zware hersenbloeding....

Het roept herinneringen op aan 1995 toen, net iets meer dan tien jaar geleden, de kogels van een joodse terrorist premier Yitzhak Rabin doodden. Als geen ander voor hem belichaamde Rabin de hoop op vrede in het Midden-Oosten. Rabin had immers iets ondenkbaars gedaan: hij schudde PLO-leider Yasser Arafat de hand en zette zijn handtekening onder een vredesakkoord met de Palestijnen. De tegenstand in eigen land was fel, maar hij volhardde zo goed en zo kwaad als dat ging. Tot de kogels hem troffen.

Na de moord op Rabin heeft Israël jaren gezocht naar een opvolger met visie en moed. De experimenten met de jonge premiers Benyamin Netanyahu en Ehud Barak waren geen succes. Het was uiteindelijk de spijkerharde generaal Sharon die het land op sleeptouw nam – evenals Rabin was hij er al in 1948 bij de stichting van de staat bij. Ook Sharon deed als premier iets ondenkbaars: hij ontruimde de joodse nederzettingen in de Gazastrook.

Het is daarom alsof de Israëlische politiek opnieuw door een noodlot is getroffen. De verschillen tussen de geschiedenissen van Rabin en van Sharon zijn talloos, maar net als in november 1995 moet de Israëlische politiek zich opnieuw uitvinden. Opvolgers voor Sharon staan niet in de rij. Volgelingen genoeg, maar niemand heeft de staat van dienst en het charisma van Sharon. Hij was bovendien de troef van de Amerikaanse president George W. Bush in zijn pogingen het vredesproces weer aan de praat te krijgen.

De Oslo-onderhandelingen tussen Rabin en Arafat waren nog lang niet afgerond toen Rabin overleed. Het was aan zijn opvolgers (en aan Arafat natuurlijk) om het werk af te maken. Het is spaak gelopen. In 2000 brak de tweede Palestijnse intifada uit, waarna terreur en vergelding met elkaar verstrengeld raakten.

Het was de voltooide terugtrekking uit de Gazastrook die in 2005 de hoop op een doorbraak weer tot leven bracht. De protesten van de kolonisten waren fel, de doodsdreigementen aan het adres van Sharon talrijk. Maar Sharon zette door. Het overtuigde velen in het buitenland ervan dat Sharon ‘een man van de vrede’ was – een typering van Bush uit 2003, die toen nog alom werd weggehoond.

Maar ook Sharon was bij lange na niet klaar. De nasleep van de terugtrekking uit de Gazastrook verliep de laatste weken moeizaam. In antwoord op Palestijnse raketbeschietingen verklaarde hij onlangs het noorden van de Gazastrook tot ‘verboden gebied’ voor de Palestijnen. Hoe hij zich de ontruiming van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever voorstelde, is alleen in grote lijnen bekend. De deling van Jeruzalem was onbespreekbaar. Maar die mitsen en maren deden nauwelijks afbreuk aan zijn imago als pleitbezorger van de vrede. Zelf vergeleek hij zich bij de herdenking van de dood van Rabin nog nadrukkelijk met zijn voorganger.

Met het uitvallen van Sharon is het momentum echter vrijwel zeker verdwenen. Israël staan eind maart verkiezingen te wachten en hoe lang Sharons ziekbed ook duurt, de campagne begint. Wie wordt de nieuwe leider van het land? En roept hij (of zij) dan de geest aan van Sharon? Wie zal het zeggen. Het is het begin van een nieuw hoofdstuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden