Tijdloos en hecht

In 1963 kwam ik voor het eerst in Bomarzo en in zijn verworden tuin met sleetse beelden van curieuze gestalten die zo groot waren, dat ze een bijzondere relatie met de omringende natuur aangingen....

Ik was toen op excursie en we raakten in vervoering door die tuin met zijn sculpturale attributen. Vervreemding was toen voor ons een toverwoord. De 16de eeuw – de eeuw van het zogenoemde maniërisme – was voor ons niet meer de eeuw van het verval van de grote kunst van de Renaissance, van Rafaël, Michelangelo en Leonardo, zoals voor vorige generaties kunsthistorici. Maniërisme duidde op kunst, die zijn eigen waarde en betekenis had. In het abstruze, absurde, curieuze werd een fascinerende spanning van kunst en natuur zichtbaar. Maria Praz schreef erover en ook Eugenio Battisti in een boek met de veelzeggende titel Antirinascimento. Zij waren onze helden. Vooral mijn vriend Anton Boschloo, specialist op het gebied van 16de-eeuwse Italiaanse kunst en de latere hoogleraar kunstgeschiedenis in Leiden, verloor zich in de bizarre wereld van Bomarzo, en ik verloor me met hem.

Wie schetst onze verbazing toen vijf jaar later Hella S. Haasse een boek over die tuinen publiceerde. We hadden Bomarzo toch enigszins als onze eigen maniëristische knollentuin geannexeerd. Ook voor Italianen was Bomarzo toen volstrekt geen vanzelfsprekend uitje, zoals dat heden ten dage wel het geval is. Wat moest Hella S. Haasse met ons domein van vervreemding?

Maar bij lezing van haar boek bleek meteen dat dit een volstrekt misplaatst exclusivisme was. Zij kende niet alleen de werken van onze kunsthistorische helden, maar ze wist veel meer dan wij van de historische verworteling van de tuinen van Bomarzo. Die specifieke kennis moet je bij lezing van haar boek ontdekken in een rijkdom aan algemene historische wetenswaardigheden. Bomarzo werkt voor Hella Haasse als een soort katalysator van haar oeverloze historische eruditie.

Zij treedt op als regisseur van het theater van de geschiedenis. Daarin spelen de leden van de familie Orsini, die de tuinen hebben laten inrichten en ermee leefden, de hoofdrol. Maar er zijn talloze spelers van bijrollen en figuranten. Etrusken en Byzantijnen, Longobarden en Germanen, helden uit de mythologie, grote dichters, van Dante tot Tasso, pausen en kardinalen, arglistige edellieden, erudiete jezuïeten, wereldvreemde geleerden en wrede condotierres. Het toneel is overvol, en de scènes volgen elkaar in hoog tempo op.

Je moet wel houden van flarden geschiedenis die voorbij waaien. Ik ben onder de indruk van het historische associatievermogen van de schrijfster en haar spel met hypotheses over wie van de Orsini’s de bedenker van die tuinen zijn geweest en wat zo’n domein te maken zou kunnen hebben met de beleveniswereld van die Romeinse aristocraten. Maar bovenal bewonder ik het begin van haar boek, waarin zij vertelt waarom zij betoverd raakte door Bomarzo. Met taal kan zij een historische plek transparant maken en omtoveren in een spiritueel landschap. Zij doet dat zoals W.G. Sebald dat ook kon, zonder grote woorden. Het is een soort verheven praten, dat klinkt als muziek. Als iemand onze taal tot melodie kan maken, dan is dat wel Hella Haasse. Haar boek is nog steeds de beste gids in het labyrint van Bomarzo.Henk van Os

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden