'Tijdens wandelingen verzin ik mijn verhalen'

Het succes heeft Giovanni Chiara een hoop tijdgebrek opgeleverd. Dertig jaar lang, tot hij een prijsvraag won, schreef wiskundeleraar Giovanni Chiara zonder te worden uitgegeven....

Door Michaël Zeeman

HIJ IS ouder dan zelfs zijn uitgevers lijken te beseffen. Of dat komt doordat het vandaag de dag voor een debuterend schrijver een stuk hipper is jong te zijn - jong én vrouw -, of doordat het zijn debuut, drie jaar terug, nog merkwaardiger, ja, ongeloofwaardiger maakt, is niet duidelijk. Feit is dat Giovanni Chiara, auteur van twee in Italië en inmiddels ook in Duitsland en Nederland hogelijk geprezen romans, De valstrik en Septemberspiegel, 55 jaar oud is. Een leraar, met de datum van zijn pensioen in zicht.

Is hij een laatbloeier? Is hij een van die uitzonderlijke auteurs die pas na een arbeidzaam leven in een welomschreven beroep tot schrijven komen? Was De valstrik, dat in Italië in 1999 verscheen en er driemaal werd bekroond, inderdaad zijn eerste boek?

Chiara schiet, in zijn werkkamer, thuis in Milaan, in de lach.

'Het antwoord is 'ja en nee' ', zegt hij, 'ongeveer als het antwoord op de vraag of Italië tot Europa behoort.' Hij staat op, zoekt in zijn boekenkast en trekt er Lido Foce uit, een klein, sober uitgegeven boek, in 1997 verschenen bij Editrice Nuovi Autori.

'Dit is mijn eerst verschenen boek', zegt hij terwijl hij het aanreikt. 'Maar dat boek heeft niemand ooit besproken, het is zelfs de vraag hoeveel mensen dat werkelijk gelezen hebben. Ik heb het indertijd op eigen kosten laten uitgeven, bij een organisatie die dat doet voor auteurs die zichzelf graag gedrukt willen zien, maar daar geen reguliere uitgever voor kunnen vinden.

'Ik heb altijd geschreven, zo'n dertig jaar. Maar ik heb nooit een uitgever gevonden. Mijn eerste manuscripten heb ik aan tachtig, negentig uitgeverijen gezonden. Maar daar heb ik nooit iets op gehoord. Geen standaardbrief om mij af te wijzen, zelfs geen brief om mij te melden dat ik dood kon vallen. Niks. Nul. Het heeft me een vermogen aan kopieën en postzegels gekost. Met Lido Foce is mijn fortuin begonnen.

'Ik liet het drukken en vroeg enkele boekhandels hier in de buurt het voor mij te verkopen. Na enkele weken meldde zich een lezer bij mij, die mij wees op een literaire prijsvraag voor nog niet gepubliceerde auteurs, de Premio Palazzo al Bosco. Daar heb ik toen het manuscript van De valstrik naartoe gestuurd.

'En ik won.

'Ik dacht dat ik een handdruk zou krijgen en een medaille, maar de prijs bleek eruit te bestaan dat ik uitgegeven zou worden door een echte uitgever, en nog wel een prestigieuze: Marsilio in Venetië. Ik had ook Septemberspiegel kunnen inzenden, want dat had ik al in 1987 geschreven, een paar jaar voor De valstrik, en dat lag eveneens bij de voltooide manuscripten in mijn bureaula. Maar dat zou allemaal niet gebeurd zijn als ik Lido Foce niet zelf had laten drukken, mijn eerste boek dat geen eerste boek is doordat het eigenlijk niet bestaat.'

Begrijpen wij hem goed en heeft hij zijn hele leven geschreven zonder enig publiek resultaat?

'Ik ben leraar wiskunde aan een middenschool', zegt Chiara, 'en ik heb vanaf mijn jeugd, vanaf mijn studententijd mijn vrije tijd gebruikt om te lezen en te schrijven. Hier liggen twaalf voltooide manuscripten van romans, zorgvuldig uitgetikt, persklaar. Als ze de komende tien jaar ieder jaar een roman van mij willen uitgeven, hoef ik daar niets meer voor te doen.'

Waar haalde hij de moed, de drijfveren vandaan om door te gaan? Schrijvers zijn gewoonlijk afhankelijk van erkenning, van respons. Na afwijzing van een eerste boek wil er nog weleens een tweede volgen - maar twaalf?! Waarom maakte hij ze bijvoorbeeld af?

'Ik heb mij er na verloop van tijd bij neergelegd', zegt Chiara. 'Zonder wanhoop, zonder boosheid, ondanks het volslagen ontbreken van erkenning. Telkens als ik een boek af had, begon ik na verloop van tijd weer aan een nieuw en ik maakte het af omdat ik mij bij het schrijven ervan een doel stelde. Ik wilde een verhaal vertellen zoals je een probleem oplost. Daar had ik plezier in.

'Het heeft bovendien ook voordelen, juist bij het schrijven van romans. Ik denk dat veel jonge schrijvers fouten maken, niet zozeer als schrijver, maar als persoon. Snel succes, buitenlandse vertalingen, verslaggevers die uit verre landen op bezoek komen om je te interviewen, de televisie die langskomt, dat alles beïnvloedt je mateloos als je jong bent. Je beleeft het anders en het heeft zijn weerslag op wat je schrijft. Daar heb ik nooit last van gehad en nu raakt het me niet meer. Mijn bescheidenheid is deel van mijn persoonlijkheid geworden.'

Heeft het huidige succes hem veranderd?

'Het heeft me tijdgebrek opgeleverd', zegt Chiara. 'Ik was gewend aan mijn eigen ritme van werken, dat is nu verstoord. Ik ben een wandelaar, loop eindeloos door de stad. Tijdens die wandelingen verzin ik mijn verhalen en construeer ik mijn boeken. Ik kom thuis en schrijf op mijn vrije dag een hoofdstuk. Met de hand en in één keer. Daarom zijn de hoofdstukken in mijn boeken ook kort. In de dagen daarna, de dagen waarop ik op school werk, redigeer ik zo'n hoofdstuk: ik haal alles eruit wat overbodig is, ieder overtollig bijvoeglijk naamwoord, iedere uitweiding. Daarna kan ik het op de computer uittikken.

'Ik begin pas als ik alles heb, als het hele boek in mijn hoofd zit. Zo is De valstrik in negen maanden tot stand gekomen, als een kind, en Septemberspiegel in zeven, als een vroeggeboren kind.'

De valstrik speelt zich af op Sicilië, Septemberspiegel in Toscane. Dat zijn de bekendste en meest karakteristieke landstreken van Italië. Waarom?

'Sicilië ken ik goed. Mijn vader komt ervandaan en als kind ben ik er vier keer geweest, in een straatarm boerendorpje in de omgeving van Caltanisetta. Ik was er toen ik negen was, toen ik veertien was en op mijn zestiende en zeventiende. De laatste twee keer vlak achter elkaar.

Toen ik al wat groter was, leerde ik er het dialect en kon ik de mensen eindelijk een beetje verstaan. Ik begon zelfs te begrijpen wat een dialect hier is. Voor jullie is dat een andere manier om dezelfde woorden uit te spreken, in Italië heeft iedere stad en iedere streek een eigen taal. Ga je van Milaan naar Bergamo, wat met de trein maar een uurtje is, dan ga je van de ene taal naar de andere. Maar die taal staat ook voor een mentaliteit, voor een manier van denken.

'Op Sicilië wordt weinig gesproken. Ieder woord wordt er gewogen, alle stiltes tellen. Taal en karakter zijn één. Het was zaak daarin door te dringen. Het is de cultuur van de maffia. Nadat De valstrik verschenen was, ben ik twee keer uitgenodigd om op Sicilië te komen voorlezen en beide keren werd die uitnodiging even later ingetrokken. Dat betekent iets, op Sicilië. In die verscheidenheid van Italië wilde ik doordringen.

'Toen ik een kind was, was dat nog sterker dan nu. Nu lijkt het of de televisie daar een einde aan maakt, maar dat is slechts schijn. De RAI heeft eenvoudigweg een nieuwe taal geschapen, een taal die iedereen kan verstaan, maar die alleen op de televisie ook gesproken wordt.'

Sicilië is de streek van het zwijgen, maar Toscane, het land waar Laura, in Septemberspiegel, vandaan komt, is de streek van het spreken.

'Dat is waar', zegt Chiara lachend, 'nergens wordt zoveel gebabbeld. Toen ik een kind was, een arm kind, reisden we in de vakanties naar Toscane. Rijke mensen hielden vakantie aan zee, wij konden dat niet betalen en huurden een huisje op het platteland. In de trein schiep ik er behagen in met allerlei mensen aan de praat te raken, ze allemaal verschillende levensverhalen van mijzelf op te dissen om ze aan de praat te krijgen. Laura heb ik mijn eigen leeftijd meegegeven, omdat ik op die manier haar achtergrond, haar jeugd, goed zou kennen.

'Het platteland van Italië was vlak na de oorlog arm, straatarm. Daar waren veldslagen uitgevochten, daar waren legers doorheen getrokken. Italië is niet bezet geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals Nederland, maar het was een slagveld. Laura was een kind van arme boeren, maar is burgeres geworden doordat ze naar de stad is gegaan, is gaan studeren en in de stad een bestaan heeft opgebouwd.

'Maar het platteland waar zij naar teruggaat is ook veranderd. Toscane is Chiantishire geworden, is niet arm meer. Daarin is het anders dan Sicilië en is het ook altijd anders geweest. Toscane is het land van de worsten en de hammen: slachtten de boeren op Sicilië een os of een varken, ze aten ze in vier, vijf dagen op. In Toscane maakten ze er prosciutto's van, salami's, zodat ze over een half jaar nog te eten hadden.

'Het land van haar jeugd is er niet meer, terwijl op het oog zoveel hetzelfde is gebleven. Haar geheugen heeft de tijd stilgezet. De stad heeft haar depressief gemaakt, zoals de stad dat bij zoveel mensen doet. Maar teruggaan biedt geen soelaas. Ook het platteland is veranderd. De transformatie wordt bewerkstelligd door de tijd. Zij accepteert die niet en moet andere middelen aanwenden om haar trots, haar waardigheid terug te krijgen.'

Misschien verklaart dat de elegische toon in zijn boeken?

'Dat is mooi gezegd', zegt Chiara. 'Ik beschrijf nooit het landschap, de omgeving waar mensen uit voortgekomen zijn. Ik probeer die onderdeel van henzelf te maken, ze op hun rug te laden, te laten zien hoezeer ze ermee verbonden zijn, met hun cultuur, hun traditie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden