'Tijdens elke partij raak ik in conflict met mezelf'

In Zwartsluis speelde Ton Sijbrands (53) gisteren tegen de één jaar oudere Rus Anatoli Gantwarg zijn eerste partij op het wereldkampioenschap dammen....

De spanning is van zijn gezicht af te lezen, terwijl hij luistert naar de speeches tijdens de oubollige openingsceremonie van het wereldkampioenschap dammen in Zwartsluis. Zelfs een fanfarekorps kan de onrust bij Ton Sijbrands niet overstemmen. Elf jaar na zijn laatste WK zijn alle ogen gericht op de 'Michael Jordan van de damsport', zoals Wouter van Beek, voorzitter van de internationale damfederatie (FMJD), de 53-jarige Sijbrands omschrijft.

Het is zijn passie zowel de schoonheid als de waarheid in zijn sport bloot te leggen. Daarom zullen de negentien tegenstanders van Sijbrands op het WK wederom worden geconfronteerd 'met de absolute wetenschap' in het brein van een kunstenaar, voorspelt Van Beek. 'Ton is een perfectionist. Iedereen weet dat hij door Sijbrands op de snijtafel wordt gelegd. Je voelt het als je tegen hem speelt en het is geen prettige ervaring.'

Dertig jaar nadat Sijbrands in de match met de voormalige Sovjet-dammer Andreiko zijn wereldtitel prolongeerde, behoort hij in het hotel in de gemeente Zwartewaterland nog steeds tot de kanshebbers. 'Het is bijna niet te bevatten', erkent hij. 'Zeker nu ik weer zolang op een WK heb ontbroken. Het kan ook alleen in de denksport.'

Bij de erewedstrijd in de Arena ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van zijn favoriete voetbalclub Ajax constateerde Sijbrands hoezeer de tijd had geknaagd aan zijn idool en generatiegenoot Piet Keizer. Vier jaar later ziet hij een treffende parallel. 'Zo ver als Keizer nu fysiek verwijderd is van Ajax 1, zo ver sta ik in mentaal opzicht af van het WK dammen in 2003. Ik ben zoveel met het verleden bezig dat ik emotioneel nauwelijks ruimte heb voor het heden, laat staan voor de toekomst.'

Nog altijd geldt Sijbrands als de onbetwiste autoriteit van de damsport, 'een lopende bibliotheek', zoals zijn grote rivaal Harm Wiersma hem vorig jaar betitelde. Maar zijn eerzucht weerspiegelt zich vooral in de productie van honderden, fijnzinnige analyses van partijen die door anderen werden gespeeld. 'Dertig jaar geleden moest alles wijken voor de wereldtitel', zegt Sijbrands, enkele dagen voor het WK in zijn woonplaats Muiden. 'Die brandende ambitie heb ik niet meer.

'Ik wil mijn leven niet langer stop zetten om een WK-toernooi te spelen. Daarom heb ik twee jaar geleden ook bedankt voor het WK in Moskou, dat achteraf het slechtst georganiseerde toernooi in de geschiedenis van het dammen bleek te zijn. Nederlandse arbiters moesten in het vliegtuig naar Moskou damborden en klokken meenemen, de deelnemers hebben nooit een cent prijzengeld gezien. Ik wilde niet het slachtoffer worden van een dergelijk amateurisme.'

In eigen land en met een wildcard van de organisatie wenst Sijbrands zich nog wel een keer te meten de wereldtop. Maar de tweevoudig wereldkampioen betwijfelt of de Russen Georgiev en Tsjizjov hem opnieuw als hun belangrijkste concurrent beschouwen. 'Ik heb veel minder gespeeld dan mijn tegenstanders, ik kan mijn huidige niveau moeilijk inschatten. Naarmate ik ouder word, neemt het zuivere begrip van het spel alleen maar toe. Maar de geest is minder scherp dan tien of twintig jaar geleden.

'Een cruciaal verschil is dat ik nu moeite heb om beslissingen te nemen, ik twijfel meer dan vroeger. Ik zag ooit een filmpje van mezelf over het WK-toernooi in 1972. Op de klok kon ik zien dat ik voor dertig zetten nog geen uur bedenktijd had gebruikt. Dat hoge speeltempo lukt me nu niet meer. Tijdens elke partij raak ik in conflict met mezelf, zit ik te dubben over een bepaalde zet. Daardoor kom ik meestal in tijdnood. Die wetenschap maakt het WK voor mij tot een groot avontuur.'

Daarom houdt Sijbrands serieus rekening met een bijrol in Zwartsluis, al heroverde hij in april tot zijn verbijstering de eerste plaats op de wereldranglijst. 'Het beste bewijs dat de regels moeten worden aangescherpt', meent Sijbrands. 'Niet of nauwelijks spelen wordt nu beloond, want ik vind dat ik niet op de wereldranglijst thuishoor.

'Ik behoor op de eerste plaats te staan van de B-lijst voor passieve spelers. Ik passeerde Tsjizjov vorige maand, omdat sinds kort ook de resultaten in de Nederlandse clubcompetitie meetellen voor de wereldranglijst. Heel merkwaardig, maar ik kan er ook niks aan doen. Ik beschouw mezelf in elk geval niet als de nummer één van de wereld.'

Die titel verdient Sijbrands wel in een andere, welhaast monsterlijke discipline in de damsport. Vier maanden geleden verbeterde hij zijn wereldrecord blindsimultaan door 17 van zijn 22 'onzichtbare' tegenstanders te verslaan. Sijbrands had er in Lutten bijna twintig uur voor nodig, al zou een

inspanningsfysioloog zijn 'dieet' ongetwijfeld afkeuren. 'Koffie, water, een glaasje melk en enkele sigaren. Ik heb haast niks gegeten.'

Terwijl zijn murw gebeukte tegenstanders in het holst van de nacht naar hun bed verlangden, liep Sijbrands monter rond om zijn partijen te analyseren. 'Voor de grap zei ik dat ik niet begreep, waarom iedereen zoveel haast had. Een krant schreef vervolgens dat ik oprecht verbaasd was dat de meeste tegenstanders al waren verdwenen. Alsof ik wereldvreemd ben. Ik wist heus wel dat sommige tegenstanders om zeven uur de koeien moesten melken. Echt waar, die mensen zaten enkele uren na hun blindpartij tegen mij weer in de stal.'

Sijbrands moest ongeveer één miljoen zetten in zijn hoofd hebben om zijn missie voor de zevende keer te voltooien, een bijna griezelig idee. Lachend: 'De dammer die in een blindsimultaan bij elke partij dezelfde opening speelt, moet onmiddellijk worden opgesloten.' Het had zijn lot kunnen zijn in de voormalige Sovjet-Unie, waar het blinddammen lange tijd verboden was.

Sijbrands, laconiek: 'Ach, ik neem aan dat de koeien van mijn tegenstanders om zeven uur gemolken zijn, misschien iets minder goed dan normaal. Ik heb er zelf ook geen schade van ondervonden. Ik zag in een Russisch tijdschrift dat zelfs de nieuwe wereldkampioen Georgiev zich aan het blinddammen heeft gewaagd. Misschien heb ik een taboe doorbroken.

'Ik zal zeker nog een poging wagen om het record te verbeteren. Over een jaar of twee wil ik tegen 24 spelers blinddammen, al kan de tijdsfactor een probleem worden. Ik zal ook dammers moeten vinden die zich bijna een etmaal willen laten opsluiten. Eens zal ik de grens van de blindsimultaan bereiken, maar waar die ligt weet ik niet.'

Gisteren werd in Zwartsluis oud-wereldkampioen Piet Roozenburg herdacht. Enkele uren voor de opening van het WK sprak Sijbrands op de begrafenis van de man die als een rode draad door zijn carrière loopt.

Tijdens het gesprek toont Sijbrands een brief van de zondag overleden grootmeester, gedateerd op 9 april. Roozenburg wenst zijn vroegere protégé veel succes op het WK en verzoekt hem om een onderhoud over een damtechnische kwestie. 'Het is moeilijk te aanvaarden dat ik die brief niet meer kan beantwoorden', zegt Sijbrands.

Hij had nog zoveel willen zeggen tegen zijn grote voorbeeld. 'In 1994 werden Roozenburg en ik in de ontbijtshow aangekondigd als Ton Sijbrands en zijn damvader. Dat klopte niet helemaal, omdat ik nota bene ben begonnen als de leerling van Keller, de eeuwige rivaal van Roozenburg. Maar Piet is wel altijd een grote bron van inspiratie geweest. Ik weet nog dat ik in april 1963 met Keller in zijn Dafje naar Utrecht reed, waar Roozenburg zijn rentree maakte op het Nederlandse kampioenschap.

'Piet was toen al vier keer wereldkampioen geweest en zijn terugkeer maakte veel los. Wat mij trof was dat hij tien minuten voor aanvang van de partij al geconcentreerd achter het bord zat. Roozenburg speelde tegen Freek Gordijn. Het werd een woeste, orgineel opgezette aanvalspartij vanuit een gesloten stelling, waar ik diep van onder de indruk raakte. Daar begon Roozenburg voor mij echt te leven als dammer en als mens. Tot dan was hij ook voor mij een legende geweest.'

Sijbrands leest voor uit het boek van Roozenburg over het WK in 1948, waarin hij alle 110 partijen analyseerde. 'De huldiging in het dammerscentrum in IJmuiden imponeerde alle deelnemers, niet in het minst door de hartelijkheid van de twee grootste concurrenten van Roozenburg. Zij waren het immers die de jonge titelhouder in de hoogte staken en hielden.' Sijbrands, met een ironisch lachje: 'Dat waren nog eens tijden. Ik zie mij in Zwartsluis echt niet Tsjizjov of Georgiev op de schouders nemen, dat is ondenkbaar.'

Het boek werd de dambijbel van Sijbrands. 'Toevallig had ik het vorige week tijdens een training op de club nog over een van de aanbevelingen van Roozenburg in dit boek. Het heeft een grote invloed op mijn carrière gehad. Bij menige partij, die ik heb gespeeld, dacht ik: 'Wat zou Piet Roozenburg hiervan vinden?'. Het is een vreemde gedachte dat ik het hem nooit meer kan vragen.'

In 1966 eindigde Sijbrands tijdens zijn tweede NK nog op gepaste afstand van de maestro. 'Het was de laatste keer dat Roozenburg kampioen werd, met een voorsprong van zes punten op mij. Een jaar later waren de rollen omgedraaid. Dat was even slikken voor Roozenburg. In die periode moet hij mij vooral hebben gezien als een wapen in handen van Keller, dat zorgde voor enige wrijving in onze relatie.'

In 1971 raakte Sijbrands echter gebrouilleerd met zijn eerste leermeester Keller. 'En dat is tot zijn dood in 1981 zo gebleven. Keller was nog van de oude stempel, hij drukte me regelmatig op het hart naar de kapper te gaan. Roozenburg stond veel liberaler tegenover de toenmalige tijdsgeest. Hoewel ik ook aan Keller dierbare herinneringen bewaar, past mijn breuk met hem in mijn verzet tegen het gezag in de jaren zestig.'

Het lange haar van Sijbrands werd het symbool van dat verzet. 'In 1966 werd ik van school gestuurd, omdat ik weigerde mijn haar te laten knippen. Maar mijn verleden is niet zo heroïsch als het lijkt, want een maand later ben ik wel degelijk naar de kapper geweest. Ik heb me heel even aan het gezag onderworpen, tot 1967, toen schreef mijn moeder een briefje dat Tonnie ziek was of zoiets. Nadat ik in dat jaar voor het eerst Nederlands kampioen werd, ben ik nooit meer terug geweest naar school. Toen heb ik me helemaal op het dammen gericht.'

Ook Sijbrands symphatiseerde met Provo. 'Ik beschouw het niet als een jeugdzonde, want het was een betrekkelijk onschuldige beweging. Die rookbommen tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus stelden eigenlijk weinig voor. Ik heb aan die periode wel een gezond wantrouwen tegenover autoriteiten overgehouden. Die opstandigheid, noem het koppigheid, is nooit verdwenen.' En met zelfspot: 'Verder ben ik met een natte vinger te lijmen.'

Zij het niet door iedereen. In 1994 beschuldigde hij Wiersma in Het Parool van het 'kopen van partijen', terwijl Rob Clerc juist 'opzettelijk partijen weggaf' om Sijbrands te dwarsbomen. Getergd door het hem aangedane onrecht hekelde Sijbrands tevens de Nederlandse dambond, die hem 'op een denkbeeldige zwarte lijst' had geplaatst, als straf voor het verlaten van het NK in 1993.

In 1995 werden de verstoorde verhoudingen tussen Sijbrands en de bond enigszins hersteld. Maar de relatie blijft broos. Sijbrands: 'In het blad van de Nederlandse dambond stond onlangs dat ik nipt van Tsjizjov heb verloren. Ik zou wel eens willen weten hoe nipt het verschil tussen 20 en 20 is. Blijkbaar hanteert de dambond een hogere graad van wiskunde. Tsjizjov behield zijn wereldtitel, maar ik heb die match niet verloren. Dat zijn dingetjes die toch weer steken.'

Tussen Clerc en Sijbrands komt het nooit meer goed. 'Clerc zit in het kamp van de vijanden. Er is van zijn kant alleen maar rancune bijgekomen. We zullen allebei niets ondernemen om dat te veranderen.'

Wiersma daagde hem vorig jaar in deze krant uit tot een tweekamp, maar Sijbrands voelt daar weinig voor. 'Harm roept al heel lang dat we tegen elkaar moeten spelen. We hebben periodiek contact over dat project, maar hij weet hoe ik daar tegenover sta. Ik vind dat een dergelijke tweekamp op een organische manier uit een toernooi moet voortvloeien. Dat had gekund na het Europees kampioenschap in 1999 als we gelijk waren geëindigd.'

Is er geen alternatieve match te verzinnen? 'Er zitten ook veel ongezonde aspecten aan een tweekamp tussen Wiersma en mij', meent Sijbrands. 'De Nederlandse damwereld zal in twee kampen verdeeld zijn, een kamp-Wiersma en een kamp-Sijbrands. Dat wordt een heel circus vol gespannen verhoudingen, waar ik niet op zit te wachten.'

Soms voelt Sijbrands de behoefte om definitief schoon schip te maken. 'Maar ik wacht wel tot ik mijn memoires schrijf. Dan zal de waarheid echt aan het licht komen.'

Tot die tijd tracht hij als schrijver en analyticus de geheimen van de damsport ontrafelen. 'Ik word een wandelende encyclopedie genoemd, maar door de database komen steeds meer partijen uit het verleden beschikbaar. Kremlinologen maakten vroeger de grap dat niets moeilijker is dan het voorspellen van het verleden, dat leidde in de Sovjet-Unie immers tot geschiedvervalsing.

'Maar ik doe nog dagelijks nieuwe ontdekkingen. De damcomputer Truus biedt eindeloze variaties in de vier-om-twee-eindspelen, die zijn mateloos fascinerend. Ik vind het niet beangstigend dat er nog zoveel te weten valt. Zo hoef ik me in elk geval tot mijn dood niet te vervelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden