Tijdens de oorlog kon Jan Wolkers eindelijk ontsnappen aan zijn familie

In de oorlog had Jan Wolkers een kamer in Leiden, waar hij kon ontsnappen aan zijn gereformeerde familie.

'Kar met vale schimmel' - Potloodtekening Jan Wolkers, 3 februari 1945. Beeld Annabel Miedema

Als ik in Leiden op de Lange Mare langsloop, kijk ik altijd even omhoog, alsof zijn schim daar ineens achter het raam zou kunnen opdoemen. Op het zolderkamertje van nummer 110, een grachtenpand met een trapgevel, zat Jan midden in de oorlog een jaar ondergedoken. Dat vond hij geen drama. Integendeel. Het gaf hem de kans om te ontsnappen aan het grote gereformeerde gezin in Oegstgeest, de gesel Gods en de harde hand van zijn vader. Eindelijk kreeg hij de kans om de hele dag te tekenen en schilderen. Vrij te zijn en kunstenaar te worden.

Het pand aan de Mare ziet er slecht uit. De benedenramen zijn dichtgespijkerd. Ik zou graag eens binnenkijken, de trap naar zolder beklimmen en uit het raam kijken over het dak van de Hartebrugkerk aan de overkant en de huizen van de Haarlemmerstraat. Jans uitzicht. Ik heb al een paar keer op de deur geklopt, maar er werd nog nooit opengedaan.

In de lente van 2004 stond ik hier voor het eerst naar boven te staren. Dat was met Wolkers zelf, die Dick Matena door Leiden leidde langs alle locaties uit Kort Amerikaans omdat Matena Wolkers' debuutroman zou gaan verstrippen.

Wolkers liep eerst aan het pand voorbij, daarna toch weer terug: hier moest het wezen. Vreemd was het niet dat Wolkers even moest zoeken. In de oorlog zag het er hier heel anders uit: de Mare was toen geen geplaveide straat, maar een schilderachtig grachtje met zwart spiegelend water. Als je in de stad, met de rollende 'r' die de Leidenaar eigen is, voorzichtig iets wilt tegenwerpen: 'Maarrr eh...' word je onmiddellijk te verstaan gegeven: 'De Mare is gedempt.'

Matena heeft op zijn tekening van het pand in Kort Amerikaans de historische situatie weergegeven. De Mare ligt open en er ligt een bruggetje overheen.

Memoires van een biograaf

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren. Lees hier de eerdere edities terug.

Wolkers vertelde dat hij tot zijn spijt aan het begin van de Hongerwinter het kamertje weer had moeten verlaten omdat er geen kruimel voedsel meer in de stad was. Hij moest wel terug naar Oegstgeest en vroeg de groenteman uit het dorp hem te helpen verhuizen. Al zijn schilderijen en tekeningen laadde Jan op de groentekar, die door een schonkige vale schimmel werd voorgetrokken. Ze reden het bruggetje over en schoven voor de Hartebrugkerk langs - en weg was de Mare.

'Met iedere lamlendige pijnlijke sjok van dat sjofele paard, kwam ik dichter bij alles wat ik niet eens haatte, wat ik met doodsangst in mijn lijf had geprobeerd te ontvluchten. Ik had verloren. De triomf van de dood.'

Er is nog een potloodschets bewaard gebleven die Jan van de kar en de vale schimmel heeft gemaakt. Soms voel ik me bij het schrijven van de biografie een beetje als die groenteboer. De schim van Wolkers zit naast me op de bok. We gaan tergend langzaam. Samen keren we terug naar het verleden en slepen al zijn oude tekeningen, schilderijen en herinneringen achter ons aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden