Tijden vol beloftes

Ook op de Biënnale is het proces van democratisering in de Arabische wereld een onderwerp van belang.

Ahmed Basiony. Velen zal de naam niets zeggen. Maar op de Biënnale van Venetië speelt de Egyptische kunstenaar en professor Nieuwe Media een belangrijke rol. Misschien niet eens als kunstenaar. Wel als martelaar.


Basiony kwam in de nacht van 28 januari om tijdens de opstanden op het Tahrirplein in Caïro. Hij was aan het filmen met zijn mobiel. De beelden die hij de avonden voor zijn dood heeft gemaakt zijn in het Egyptische paviljoen te zien. Schokkerige opnames, die niet zoveel verschillen van wat we al kenden, maar die in het licht van zijn overlijden schrijnend zijn. De kunstenaar als deelnemer van een revolutie. Die buiten de paden van de kunst treedt en daaraan ten onder gaat.


Slachtoffers zijn ook te zien op de tentoonstelling van Iran. Daar heeft Morteza Darehbaghi een zaaltje ingericht met spiegelwanden waarop de portretten van tweeduizend doden zijn afgedrukt, gevallen in de oorlog tussen Iran en Irak, zo'n 25 jaar geleden. Ook dat zijn martelaren, volgens Iraanse maatstaven dan. Gevallen voor de natie, in gevecht tegen de vijand.


Dat in Iran net als elders in het Midden-Oosten studenten en burgers kritiek laten horen op het regime dat ze onderdrukt - dat verzwijgt de tentoonstelling, die mede door het Museum of Modern Art in Teheran is georganiseerd. Zo opstandig als de Egyptische expositie is, zo belegen is die van Iran. Waar het ene land de heldenrol van Basiony belicht, roemt het andere de 'liefde voor het vaderland' en het belang van oude mythen. Vooruitgang staat tegenover conservatisme.


Een ding is wel duidelijk: ook in Venetië is het proces van democratisering een onderwerp van belang. Met name zoals dat zich in de islamitische wereld voltrekt. Met Egypte en Iran als de twee uitersten. Beide met tentoonstellingen die door de overheid zijn opgezet en gesanctioneerd. Maar met een tegengesteld resultaat. Je kunt haast niet anders denken dan dat de Arabische Lente de tegenstellingen flink op scherp heeft gesteld. Ook in de kunst dus.


De sfeer ervan, inclusief het verlangen naar verandering en verbetering, is onder alle Arabische inzendingen voelbaar. Kon de Arabische kunstwereld zich nog wel eens onderdompelen in het sprookje van duizend-en-een-nacht, nu is dat verleden tijd. Overal is kritiek te bespeuren. Van Arabische kunstenaars uit Tunis, Jeddah en Beiroet. Maar ook uit Sydney, New York en Parijs. In alle gradaties. Van expliciet tot onderhuids. Met als onderliggende boodschap de vraag wat de rol is van kunst ten opzichte van de recente gebeurtenissen in de Arabische wereld. En in hoeverre kunst de belofte van vernieuwing kan verwezenlijken.


Die belofte van vernieuwing is het bovenliggende thema van de tentoonstelling The Future of a Promise, de eerste pan-Arabische expositie van hedendaagse kunst op de Venetiaanse Biënnale. Dat er wordt samengewerkt is op zichzelf al een uniek gegeven. De tentoonstelling is niet van staatswege samengesteld, maar door Lina Lazaar, specialist (Arabische) kunst bij Sotheby's. Ondanks haar betrokkenheid bij het veilinghuis heeft Lazaar een onafhankelijk, actueel thema gekozen: het verlangen naar meer democratie, meer individuele vrijheid en een ondergeschikte rol van het leger. Naar macht aan de burgers en vrije verkiezingen.


Blijft het probleem: hoe beeld je dat uit? In de vorm van propaganda? Regelrechte kritiek? Persoonlijke belevenissen en ontboezemingen? Het aardige van The Future of a Promise is, dat het geen van deze opties kiest. Wel deze: het zoeken naar nieuwe symbolen. Hoe onbeholpen en letterlijk ze soms ook zijn. Zoals het schilderij van een hekwerk met een gat van de Marokkaan Driss Ouadahi. De lichtgevende antenne waarmee Ahmed Mater, uit Saoedie-Arabië, nieuwsberichten en muziek van over de grens probeert te ontvangen. Het grootformaat stempel met opschrift 'Have a Bit of Commitment', van zijn landgenoot Abnulnasser Gharem. Of de 'eindeloze kolom' van grijsblauwe megafoons, waarmee de Fransman Kader Attia zich probeert verstaanbaar te maken.


Het beste voorbeeld van dit soort kunst hangt achterin tegen de muur, afkomstig van de Marokkaanse kunstenaar Mounir Fatmi. Tweeëntwintig vlaggen, van de tweeëntwintig landen die deel uit maken van de Arabische Liga. Je zou er zo aan voorbij lopen.


Ware het niet dat twee van die vlaggen aan bezems zijn gehesen: die van Tunesië en Egypte. Verrek. Natuurlijk. Hebben ze daar niet letterlijk de straat schoongeveegd?


Het zijn stuk voor stuk hoopvolle bijdragen, in beloftevolle tijden. Die direct verwijzen naar de politieke overgangsperiode waarin veel Arabische landen zich bevinden. Dat niet elke Arabische tentoonstelling zo ver wil gaan, is elders te zien, bijvoorbeeld in de paviljoens van Turkije, Saoedie-Arabië en Irak. Ze ademen wel de sfeer van verandering, maar schuwen de confrontatie. En kiezen liever voor een niet-politieke benadering. Als er al iets maatschappelijks valt te bespeuren, dan indirect.


Zo bestaat de Turkse bijdrage, van Ayse Erkmen, uit een ingenieus buizenstelsel van paarse, groene, roze en blauwe pijpleidingen. Daarin wordt Venetiaans kanaalwater gezuiverd tot een drinkbare vloeistof die terug het kanaal in wordt geloosd. Het behoeft weinig verbeelding om in dit 'purificatieproces' een maatschappelijke betekenis te zien: de zuivering van kwalijke politici, legeraanvoerders en machthebbers. Anders pakken de drie kunstenaars uit de Verenigde Arabische Emiraten de huidige tijd samen: met kunstwerken die eenvoudigweg al Westers van uiterlijk zijn. Alsof het democratiseringsproces is afgerond, en niets een glanzende toekomst in de weg staat.


Blijkbaar roept de Arabische Lente in elk land een andere reactie op. Gericht op de toekomst, dat wel, maar via steeds een andere weg. Zelfs de Israëlische kunstenaar Sigalit Landau doet er aan mee. Hij stelde voor om een 'zoutbrug' te bouwen die Israël met Jordanië zal verbinden. Uit de briefwisseling met enkele ministeries blijkt hoe kansloos zijn voorstel is. Maar hoopvol is het wel, de wil om de verbroedering tussen Arabische en niet-Arabische landen tot stand te brengen. En daarmee iets van normalisering in de regio. Was dat niet ook wat Ahmed Basiony, de Egyptenaar die omkwam op het Tahrirplein, voor ogen stond, toen hij de opstandige menigte aan het filmen was?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden