Tijdelijk én voor de eeuwigheid

De Japanse architect Shigero Ban dankt zijn wereldwijde roem aan zowel kartonnen nood-huisvesting als aan beeldschoon spektakelwerk.

HILDE DE HAAN

AMSTERDAM - In de zomer van 2003 stond op IJburg in Amsterdam een klein theater van de Japanse architect Shigeru Ban (56), maandag aangewezen als de winnaar van de Pritzker Prijs 2014. Maar als deze 'Nobelprijs voor architectuur' op 13 juni in het Amsterdamse Rijksmuseum wordt uitgereikt, zit een bezoek aan dat gebouwtje, de Paperdome, er niet in. De vederlichte constructie van kartonnen kokers ligt, samen met haar textiele huid, opgeslagen in afwachting van een nieuwe bestemming.

Het zal Ban niet deren. Zijn wereldwijde roem is onlosmakelijk verbonden met honderden scheppingen, die maar kort ertoe doen.

Shigeru Ban (56) is een geboren architect, die als kind al wedstrijden won door uit simpele latjes een bouwwerkje te maken. De jury van de Pritzker Prijs roemt zijn diepe kennis van het bouwvak, zijn grote nieuwsgierigheid en de mate waarin hij voortdurend innoveert. In de jaren negentig brak hij door in Japan, met huizen die niet of nauwelijks buitenmuren hebben. Bij het Gordijnhuis (Tokio, 1995) bestond 'de huid' slechts uit wapperende gordijnen (foto boven); het Muurloze huis (Nagano, 1997) had vrijwel uitsluitend vloeren. Zelfs de wc stond hier bloot in zijn omgeving, die trouwens voornamelijk uit bos bestond.

Bans blikveld was op jonge leeftijd al wereldwijd. Hij studeerde architectuur in Californië en New York. Zijn fascinatie voor constructies bracht hem op een eigenzinnig pad. Direct nadat hij in 1985 een eigen bureau in Tokio was begonnen, organiseerde hij een expositie waarbij hij textiel gebruikte om de ruimte vorm te geven. Het werd op rollen rond kartonnen kokers binnengebracht en zo kwam hij op het idee die papieren kokers te gebruiken voor constructies.

De burgeroorlog in Rwanda (1994) was de eerste aanleiding om dit op grote schaal voor noodhuisvesting te gebruiken. In 1995 volgde de aardbeving in het Japanse Kobe. Zo ontstond een gestage stroom tijdelijke gebouwen over de wereld die, dankzij Ban, al vlug een grote schoonheid kregen. Huisjes in India (2001) werden sierlijke paleisjes omdat een rasterwerk van karton daar ook ter ventilatie diende. Christchurch in Nieuw-Zeeland kreeg een papieren kathedraal (2013).

Een speciale kwaliteit van Ban is zijn overtuigingskracht. In 1995 rekruteerde hij voor het humanitaire werk onder vakbroeders een legertje medestanders: het Voluntary Architects Network (VAN). Zo behoudt hij zelf tijd voor het commerciële werk. Soms zijn dit tijdelijke gebouwen, zoals een papieren toren voor het Design Festival in Londen, maar de meeste zijn blijvend bedoeld.

Constructief zijn zijn ontwerpen steevast hoogstandjes, ruimtelijk adembenemend, en tegelijk zijn de thema's opmerkelijk consistent. Een gebouw voor een golfclub in Yeoju (Zuid-Korea, 2010) heeft de ruimtelijkheid van een kerk en nauwelijks muren; een kantoorgebouw voor een Zwitsers mediabedrijf kreeg een houtconstructie van zeven verdiepingen hoog.

En Ban vergeet zichzelf niet. Toen hij in 2007 de eervolle opdracht kreeg het Centre Pompidou in Metz (2010) te tekenen, mocht hij in Parijs een tijdelijk kantoor bouwen. Het werd een bescheiden kartonnen geval, maar wel op een unieke plek: het dak van Centre Pompidou in Parijs.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden