Tijdbom onder de Europese integratie

Politici wekken ten onrechte de indruk dat uitbreiding van de EU valt te combineren met intensere samenwerking tussen de EU-landen én ongewijzigde verhoudingen in het eigen land....

TERECHT uitte Paul Kapteyn (Forum, 23 november) kritiek op de bleke visies die leidende Europese politici, meestal sociaal-democraten, over de toekomst van ons continent te berde brengen. Zijn verklaring voor dit fenomeen deel ik echter niet. Er is geen liberale Europese agenda. Het is veel erger: er is helemaal geen Europese agenda.

Is het niet frappant, dat wij ons allemaal bewust zijn van de culturele diversiteit van Europa, terwijl wij het politieke Europa zien als het eigen land in het groot?

Neem de veelbesproken rede van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, die draaide om de vraag hoe in een federatie om te gaan met verschillende bestuurslagen en hun bevoegdheden - dat is een intern Duits debat. De reactie van President Chirac liet zich raden: alleen als de hoofdstad alle macht heeft komt het goed - dat weet iedere Fransman sinds Lodewijk XIV. En premier Kok poldermodelt er op los: vooral geen vergezichten en vooral praktisch doorbouwen aan consensus in Europa.

Uiteraard zijn die posities mede ingegeven door eigenbelang, maar er speelt meer: nationale politici hebben hun eigen politieke systeem als referentiekader en komen hier niet van los, zeker niet als zij moeten aangeven waarheen de Europese integratie ons voert.

Volstrekt ten onrechte wordt de bevolking voorgespiegeld dat de EU steeds verder zal groeien, dat de onderlinge samenwerking steeds intensiever zal zijn en dat tegelijkertijd in het eigen land alles bij het oude zal blijven. Deze Europese paradox is een tijdbom onder de verdergaande integratie.

Op dezelfde manier is in Duitsland omgegaan met de hereniging. In Oost en West dachten Duitsers dat de opheffing van de deling zou leiden tot een grotere Bonner Republik. De voorzitter van de Duitse Bondsdag omschreef de relatie tussen West- en Oost-Duitsers in de eerste jaren na de hereniging als die tussen leraren en leerlingen: Wessi's zouden Ossi's tot nieuwe Wessi's opvoeden. Inmiddels is die houding bijgesteld, maar de aangerichte psychologische schade is aanzienlijk. In de nieuwe Bondslanden is de groei van het rechts-extremisme een uiting van frustratie over het westerse paternalisme, maar ook van onzekerheid over de eigen identiteit. De identiteitscrisis heeft nu ook in het westen toegeslagen, omdat de Duitsers daar tot de ontdekking zijn gekomen dat de hereniging heel Duitsland heeft veranderd. Met de Bonner Republik zijn ook veel oude zekerheden verdwenen. De Duitsers worstelen weer met de aloude vraag wat het betekent Duitser te zijn.

Een nog ernstigere identiteitscrisis dreigt op Europese schaal als de grote veranderingen die op ons afkomen niet tot de burgers doordringen. Wij denken over de uitbreiding van de EU als eerder over de Duitse hereniging. Wij zullen Oosteuropeanen opvoeden tot goede Westeuropeanen. Dat zit ook in de aard van het onderhandelingsproces zoals dat nu door de EU wordt gevoerd en zoals dat publiekelijk wordt verdedigd. De nieuwe leden moeten eerst ons niveau hebben bereikt en mogen dan meedoen, zodat ze vooral onze rust niet verstoren en onze welvaart niet aantasten.

Uiteraard moet er scherp worden onderhandeld en zijn te grote economische verschillen bedreigend voor de interne markt én de nog kwetsbare economieën van de kandidaat-lidstaten. Dat neemt niet weg dat de uitbreiding ook bij ons grote veranderingen teweeg zal brengen.

Dat de euro niet zal worden tot een D-mark in het groot en dat het landbouwbeleid fundamenteel op de schop zal gaan, blijft nu even buiten beschouwing. Laat ik mij beperken tot een aantal politieke aspecten. Zodra de nieuwe leden bij de EU aan tafel zitten, zullen zij invloed hebben op de politieke koers. Met name een land als Polen zal meteen tot de grote spelers gaan behoren en in politieke invloed de Italianen en Spanjaarden in de schaduw zetten. Bovendien schuiven vele kleine landen aan, die terecht allemaal invloed zoeken, waardoor het relatieve gewicht van de grote jongens vanzelf toeneemt. Nederland ziet zichzelf graag als kleinste van de groten, maar inmiddels wordt Italië grootste van de kleinen, dus neemt de relatieve invloed van Nederland verder af.

Dat is geen ramp, zolang een goed evenwicht tussen de belangen van groot en klein wordt gevonden. Het stelsel van verdragen, de sterke instellingen en vooral de immer groeiende supranationale elementen hebben er steeds voor gezorgd dat een eerlijke balans werd gevonden. Europa heeft door te kiezen voor lotsverbondenheid afstand genomen van het recht van de sterkste, traditioneel hét fundamentele principe van de internationale politiek. Om terugkeer naar vroeger te voorkomen, ook in een Unie van dertig lidstaten, moet deze communautaire methode niet alleen worden gehandhaafd, maar zelfs worden versterkt. Daarom is het verder bouwen aan een federaal Europa meer dan ooit in Nederlands belang.

Eurosceptici die het federalisme taboe hebben verklaard, verkwanselen dit belang, omdat zij rechtstreeks aansturen op een directorium van drie of vier grote landen en daarmee het recht van de sterkste weer laten prevaleren. Zij maken de fout te denken dat de positie van Nederland kan worden bevroren en dat we verdergaande invloed van Europa buiten de deur kunnen houden. In een federaal Europa hebben wij in Brussel invloed op het Nederland van de toekomst, maar in een intergouvernementeel Europa wordt die toekomst vooral in Berlijn, Londen, Parijs en mogelijk Warschau bepaald.

Voor een federaal Europa van dertig lidstaten zijn wel verdergaande aanpassingen nodig dan de marginale veranderingen waartoe de Top van Nice mogelijk zal besluiten. In de toekomst zal de macht van de Europese Raad, waar uiteindelijk ook het recht van de sterkste heerst, door een versterkte Commissie en een versterkt parlement moeten worden ingedamd. Dat parlement zal dan wel uit twee Kamers moeten bestaan, zodat het huidige EP wordt aangevuld met een Senaat met vertegenwoordigers uit de lidstaten die opereren op basis van een rechtstreeks mandaat van de nationale parlementen. Het bestaande EP moet worden aangespoord zichzelf eindelijk eens serieus te nemen: het is inmiddels een grotere machtsfactor dan het zelf beseft.

Nederland moet weer vertrouwen krijgen in de Europese integratie en de instrumenten die daar bij horen. Alleen in een federaal Europa zijn de Nederlandse belangen op lange termijn veilig gesteld en kan het Europese sociale model worden versterkt in de richting die Kapteyn wenst. Europa zal Nederland in de komende jaren grondig veranderen. Aan ons de keuze of wij die verandering mede bepalen of als een natuurverschijnsel over ons heen laten komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden