Tijd voor iets volkomen nieuws

Bestaat er zoiets als een eeuwig vrouwelijk denken? De schrijfsters die hebben bijgedragen aan Zij denkt dus zij bestaat denken daar verschillend over....

Zij denkt dus zij bestaat is een mooie titel die verwijst naar de bekende oneliner (‘Ik denk, dus*’) van de Franse Verlichtingsfilosoof René Descartes. De uitspraak maakt ook meteen duidelijk wat het thema van de bijdragen aan deze bundel is: hoe denken vrouwen en doen ze dat anders dan mannen? Tot spectaculaire nieuwe inzichten leidt die vraagstelling niet; de auteurs zijn geen bèta-wetenschappers, maar filosofen, die het al dan niet typisch vrouwelijke denken redenerend en speculerend te lijf gaan.

De aanleiding tot het uitbrengen van de bundel is een klassiek feministische: de filosofes willen laten zien dat ze er zijn en dat ze iets te melden hebben. In de academische wereld schijnt dat niet vanzelf te spreken, vrouwen vormen aan de faculteiten wijsbegeerte een kleine minderheid, steeds kleiner naarmate de functies hoger zijn. Maar in deze bundel, aldus Nelleke Noordervliet in haar inleiding ‘komen vrouwen uit hun kooi en lopen ze vrij en trots rond. Ze analyseren, kritiseren, relativeren. Ze bestaan. Ze denken.’

De resultaten van deze denkprocessen vallen soms wat tegen. Zo kan ik de opmerking van Stine Jensen – ‘Anders dan de man is de vrouwelijke filosoof een denker met een lichaam’ - nauwelijks als een eyeopener zien; strikt genomen hoeft bovendien ook de mannelijke filosoof het niet zonder lichaam te doen. (Natuurlijk begrijp ik wel wat Jensen bedoelt: vrouwen abstraheren over het algemeen minder van het stoffelijke wat hen omhult en nemen niet zo vaak hun toevlucht tot de ijle hoogtes van het abstracte denken.)

Aardig mislukt is ook de bijdrage van de Belgische schrijfster Anna Luyten. Haar uitgangspunt is boeiend; ze beschrijft hoe een vader en moeder hun zoontje hebben vermoord, waarbij de moeder het vuile werk opknapte. Ze konden het leven met elkaar en met de kleine jongen niet langer aan. Na de moord keken de ouders thuis de hele nacht naar Big Brother Live. So far so good. Dat Luyten vervolgens de misdaad toeschrijft aan ‘de totalitaire ideologie van het perfecte gezin’, vind ik al ver gezocht, maar als ze ten slotte de remedie zoekt in het ‘vrouwelijke, empathische kronkelwegendenken’ ben ik het spoor definitief bijster.

Gelukkig bevat de bundel, waaraan verder onder anderen Désanne van Brederode, Heleen Dupuis, Joke Hermsen, Monica Soeting en Hagar Peeters meewerkten, ook tal van mooie vondsten en speelse denkoefeningen. Marli Huyer, senior onderzoeker aan de universiteit van Leiden, introduceert het door de filosofe Helga Nowotny gemunte begrip ‘uchronie’, tegenhanger van utopie, maar bij uchronie gaat het om tijd. Een uchronie is bijvoorbeeld het idee dat er zoveel tijd is dat je alles wat je wilt tegelijk kan doen. Een andere uchronie roept het ideaalbeeld op dat er een eind komt aan alle routine en vaste patronen. Je kunt wanneer je dat zou willen ieder moment aan iets totaal nieuws en anders beginnen. Verrukkelijk idee. Désirée Verwey, die op Nietzsche promoveerde, schetst een helder en genuanceerd beeld van deze Duitse filosoof die vrouwen zowel haatte als aanbad en volgens Verwey met zijn opvatting dat ‘het eeuwig vrouwelijke’ een constructie van mannen is een voorloper was van Simone de Beauvoir.

Een hoogtepunt is het van ironie doordrenkte verhaal van Désanne van Brederode, ‘Een vrouw is dood, leve de vrouw’. In haar sketch komen twee vriendinnen aan het woord die de zelfdoding van een intellectuele kennis bespreken. Geen platitude wordt geschuwd en het resultaat is hilarisch, een Kurt Tucholsky-achtig commentaar op een alledaags vrouwelijk discours. ‘Want zeg nou zelf, echte vriendinnen had ze niet. Haar man liet haar begaan, omdat ze bij hem deed alsof ze heel eenzaam was. En onbegrepen. (*) Als ik zelf niet zo’n geweldig huwelijk had gehad, nou, dan wist ik het wel.’ ‘Ik ook. Ik heb hem altijd heel aantrekkelijk gevonden. En wijs. Die blik*’ ‘Prachtig. Scherp, geestig ook wel, en toch* Toch dat melancholieke.’ Een eigen vrouwelijk geluid, kortom, zij het nog niet helemaal losgekomen van de mannen.

Over dat eigen geluid in de filosofie en de vraag waarin het vrouwelijke van het mannelijk denken verschilt, wordt in de bundel heel wat afgepiekerd. De meeste auteurs komen uit op twee punten. De scheiding tussen emotie en rede wordt door vrouwen minder rigide gehanteerd. En men zet zich af tegen uniformiteit, het vastspijkeren van iemands identiteit op één aspect. ‘De andersheid van de anderen om mij heen’, schrijft Verwey, ‘biedt mij de mogelijkheid om mijn werkelijkheid door hun ogen te bezien, en omgekeerd kunnen de anderen door mijn ogen hun werkelijkheid in een nieuw licht plaatsen’. Een aantrekkelijke gedachtegang. Maar is dit vermogen tot empathie en relativering inderdaad (alleen) vrouwen gegeven? Filmcritica en ‘gesjeesde filosofe’ Dana Linssen formuleert die vraag lekker brutaal: ‘hoe weet je eigenlijk of je als man of als vrouw kijkt, behalve door de toevallige samenloop van omstandigheden dat je er eentje bent?’ De dichteres Jannah Loontjens brengt het relatieve van het begrip identiteit erg mooi onder woorden. ‘Ieder mens heeft verschillende ikken en verschillende levensverhalen. Ik ben een ander als ik een lezing geef op een academische conferentie dan wanneer ik thuis op de bank neerplof en die hele conferentie alleen maar kan bespotten. Zo klinkt mijn levensverhaal tijdens een sollicitatiegesprek ook aanzienlijk anders dan na een paar wijntjes in de kroeg.’

Aan deze lofzang op de veelvormigheid en op een goed glas wijn valt niets meer toe te voegen.Anet Bleich

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden