Column

Tijd voor een nieuw begrotingsbeleid, deel 1

Het spel en de knikkers

De economie kwakkelt verder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde vrijdag 0,2 procent economische groei in het derde kwartaal, vergeleken met een kwartaal eerder. De kwakkelstand, waarbij een paar kwartalen lichte groei wordt afgewisseld met een beetje krimp, is nu al een tijdje het 'nieuwe normaal'. Hoe krijgen we de economie weer aan de praat? Een deel van het antwoord is, denk ik, ander begrotingsbeleid.

Ik begin met de conclusie. De Nederlandse economie heeft begrotingsbeleid nodig dat 1) op korte termijn de bestedingen verhoogt, 2) over een reeks van jaren de investeringen in mensen en machines opvoert; 3) op langere termijn de staatsschuld terugduwt tot ver onder de 50 procent.

Eerst moeten we nadenken over de vraag: waarom is dat nodig? Dan: welk begrotingsbeleid past hierbij? Dat is nogal een missie. Vandaar een korte serie.

Het gekwakkel van de economie heeft drie lagen. De eerste laag is 'gewoon conjunctuur'. Periodes van hoge en lage groei wisselen elkaar al eeuwenlang af. Nu zitten we in een fase waarin de consumptie (van huishoudens en de overheid), de investeringen (van bedrijven en de overheid) en de export (de vraag naar goederen vanuit het buitenland) lager zijn dan nodig is om de economie volop te laten draaien. Doodgewone tempering van de vraag. Niets bijzonders.

Begrotingsbeleid kan helpen. In de fase van economische voorspoed kan de overheid de groei temperen door het financieringstekort (het verschil tussen de overheidsinkomsten- en uitgaven) te laten dalen of zelfs een overschot te kweken. De overheid knijpt de groei dan iets af. Gaat het verderop in de conjunctuur slechter met de groei, dan laat de overheid het tekort juist weer oplopen en jaagt zo de groei aan. Het tekort van de overheid stabiliseert zo de conjunctuur.

De tweede laag onder het gekwakkel is bijzonder. Nederland beleeft (net als andere landen) een zeldzame 'balansrecessie'. Alle sectoren in de economie - huishoudens, bedrijven, banken, pensioenfondsen -- zijn tegelijkertijd 'schoon schip' aan het maken. Huishoudens doen extra aflossingen voor hun hypotheek; banken trekken eigen vermogen aan en zijn terughoudend met nieuwe leningen; bedrijven houden winst in om hun balans te versterken; pensioenfondsen indexeren hun pensioenen niet of nauwelijks omdat hun dekkingsgraad te laag is.

Schoon schip klinkt goed. En dat is het ook vanuit het perspectief van elk van de spelers. Maar het heeft een vervelend bijeffect voor het collectief. Het logische gedrag van de spelers vermindert de vraag nog verder, boven op de toch al slechte conjunctuur. De hypotheek aflossen in plaats van een nieuwe badkamer kopen? Extra vraaguitval. De winst inhouden in plaats van te investeren in de nieuwe fabriek? Extra vraaguitval. Pensioenen niet indexeren? Koopkrachtverlies voor gepensioneerden en dus extra vraaguitval. De balansrecessie versterkt de gewone conjunctuur, die toch al in mineur was.

Kan begrotingsbeleid helpen? Dat is, gek genoeg misschien, een relatief nieuwe vraag. De staatsschuld werd tot voor kort vooral op zichzelf bezien. Of die, gemeten naar de omvang van de economie, te groot was, bijvoorbeeld. Of te klein. Of die 'houdbaar' was. En, politieker, of die conform in Brussel afgesproken begrotingsregels, wel onder de 60 procent van het nationaal inkomen was. De staatsschuld werd in het denken niet of nauwelijks in verband gebracht met de schulden van andere sectoren in de economie. Dit verandert. De vraag is: als alle spelers schoon schip aan het maken zijn, moet de overheid dan, ter compensatie, niet juist het omgekeerde doen? En dus meer schulden maken? Deze logica is identiek aan die van het stabiliseren van de conjunctuur uit de eerste laag van de kwakkeleconomie. De overheid handelt contrair aan de andere spelers van de economie, ten bate van iedereen.

Volgende week: de derde laag van de kwakkeleconomie.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.