Tijd voor een nationaal reveil

De Nederlandse natie staat op een keerpunt, stelt S.W. Couwenberg. Op allerlei terreinen leeft het gevoel dat we zijn vastgelopen....

IN de media is tot nu toe weinig of geen aandacht geschonken aan de herdenking van het bicentennium van de Bataafse Omwenteling die van onze krakkemikkige Republiek der Verenigde Provinciën een hechte eenheidsstaat maakte en daarmee een beslissende stoot gaf aan het proces van natievorming in onze lage landen, en aan de ontwikkeling van een Nederlands identiteitsbesef.

Omstreeks de vorige eeuwwisseling zien we enerzijds scherpe politieke tegenstellingen ontstaan die nog altijd ten grondslag liggen aan ons partijstelsel. Anderzijds treedt vanuit de liberale burgerij een nationalistische stroming op de voorgrond, die dwars door die tegenstellingen opkomt voor versterking van nationaal zelfrespect, nationale vitaliteit en weerbaarheid.

Een organisatie die zich in het bijzonder heeft ingezet voor de ontwikkeling van dit besef, is het Algemeen Nederlands Verbond (ANV), dat dit jaar zijn 100-jarig bestaan viert. Maar ook de oprichting van de ANWB, de Bond Heemschut, de Vereniging Volksweerbaarheid, de padvinderij en de Tucht-Unie, in 1908 in het leven geroepen ter bestrijding van tuchteloosheid en versterking van zedelijke volkskracht, zijn hiervan een uitvloeisel.

Ook de introductie in 1890 van Koninginnedag als nationale feestdag hebben we hieraan te danken. Doel hiervan was het religieus en politiek diep verdeelde volk op die dag rond het Oranjehuis te herenigen. Ook voor het Nederlandstalige lied was er in die periode grote belangstelling. Zo schreef een groot aantal klassieke componisten Nederlandstalige werken, en werd in 1904 de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsche Lied opgericht met als doel het verzamelen en propageren van Nederlandse volksliederen.

Gezien zijn pretentie van overkoepelende organisatie ter stimulering van nationaal besef en nationale cultuur, werd het ANV gezien als de aangewezen instantie om de verspreide pogingen tot versterking van onze volkskracht te bundelen. Het ANV richtte zich in eerste instantie op onze taal en cultuur, en op bevordering van de culturele integratie van de Nederlandse stam.

Het wilde tevens een vereniging worden van zelfbewuste Nederlanders die het volk wilde opstuwen in de vaart der volken door het zijn oude geestkracht en ondernemingsgeest te hergeven. Dit bleek overigens te hoog gegrepen.

Het ANV pleegt door critici nogal eens eenzijdig te worden geassocieerd met de Groot-Nederlandse gedachte. In verband hiermee herinner ik eraan dat het zich in en na de Eerste Wereldoorlog duidelijk heeft gedistantieerd van de GrootNederlandse gedachte, zoals die werd bepleit door radicale aanhangers daarvan in zijn midden. Die hebben zich dan ook afgesplitst en verenigd in de Dietsche Bond.

Wanneer de verzuiling na de pacificatie van 1917 snel om zich heen grijpt, raakt de nationale gemeenschapsgedachte steeds meer op de achtergrond. Zij wordt verdrongen door de loyaliteit jegens de eigen zuil. Het ANV wordt daardoor uiteraard in zijn ontplooiing gehinderd, al tracht het als een van de weinige organisaties die de zuilen overkoepelt, de diepe kloven tussen die zuilen te overbruggen.

In de jaren dertig herleeft in bepaalde intellectuele kringen de nationale gemeenschapsgedachte. Bekende vruchten hiervan zijn de in 1935 opgerichte beweging voor Eenheid door Democratie, en het in 1938 gestichte tijdschrift Het Gemenebest. Zelfs de SDAP schaarde zich in haar beginselprogramma van 1937 achter deze gedachte.

In de periode van oorlog en bezetting krijgt die gedachte nieuwe impulsen. Direct na de bevrijding trachtte de Nederlandse Volksbeweging de nationale gemeenschapsgedachte opnieuw te versterken, maar die poging werd in de kiem gesmoord.

Wannneer na de oorlog de traditionele neutraliteitspolitiek niet langer valt te handhaven, en ons koloniale rijk in de Oost ten onder gaat, zoekt Nederland zijn politieke heil in de richting van een verenigd supranationaal Europa.

In samenhang met de Koude Oorlog raakt de nationale gemeenschapsgedachte opnieuw op de achtergrond en de culturele revolutie van de jaren zestig versterkt die tendens nog meer. Zozeer zelfs dat cultivering van nationaal besef en identiteit in veler ogen geldt als volstrekt verouderd. Dat besef staat immers haaks op de toenemende individualisering en internationalisering van onze samenleving.

Als de tekenen niet bedriegen, is aan het eind van de twintigste eeuw opnieuw sprake van een kentering. Zo is opkomen voor de eigen nationale identiteit niet langer taboe. Door een samenspel van factoren zoals de invloed van Europese integratie, internationalisering van economie en cultuur en ontzuiling, groeit er meer behoefte aan het affirmeren van de eigen culturele identiteit, als nieuw houvast in een tijd waarin traditionele ideologieën dit houvast niet meer bieden.

Bij die affirmatie speelt de houding tegenover de eigen taal een beslissende rol. Het besef groeit dat het Nederlands als respectabele cultuurtaal slechts kan overleven als het een volwaardige plaats behoudt in onderwijs, wetenschap, media en openbaar bestuur.

Een positief teken is ook de hernieuwde belangstelling en populariteit van het Nederlandstalige lied. In oktober 1994 waren zelfs de eerste drie nummers van de Nederlandse Mega Top 50 Nederlandstalig, een uniek record! Wel zijn er nog heel wat intellectuelen die vanwege de beperkingen van een klein taalgebied gebukt gaan onder de 'geboortevloek een Nederlander te zijn' en daarom een verengelsing van ons taalgebied toejuichen.

Er zijn echter ook intellectuelen - bijvoorbeeld de mediasocioloog Peter Hofstede en de socioloog R.A.P. Tielman - die ons kleine taalgebied juist waarderen omdat het een culturele waterlinie vormt, waarachter wij kunnen denken en zeggen wat we willen zonder dat de buitenwereld er iets van begrijpt.

In de jaren negentig wordt Nederland geconfronteerd met ingrijpende veranderingen, zowel intern als in zijn externe betrekkingen. Ingrijpend is vooral de snel toenemende transformatie tot een multi-etnische samenleving, met alle problemen van dien.

In het licht van deze en andere problemen is er geen reden meer Nederland met Huizinga een zelfgenoegzame natie te noemen, of zoals wel wordt beweerd: een samenleving die nagenoeg is voltooid.

WE staan opnieuw op een keerpunt. Op allerlei terreinen leeft het gevoel dat we zijn vastgelopen. Vandaar dat er evenals een eeuw geleden behoefte groeit aan een nieuw nationaal reveil.

Als belangrijke ijkpunten van dit reveil noem ik ondere andere een versterking van onze economische en culturele vitaliteit en kwaliteit met het oog op onze economische en culturele concurrentiepositie in de wereld. Ook zijn daar de revitalisering van burger- en gemeenschapszin en verantwoordelijkheidsbesef, als tegenwicht tegen een te ver doorschietende individualisering; bescherming en bevordering van onze culturele identiteit. Onder meer door een actieve taalpolitiek en de introductie van een nationaal omroepbestel, zoals onlangs bepleit door staatssecretaris Nuis, met uiteraard de nodige ruimte voor de expressie van onze culturele pluriformiteit als tegenwicht tegen de commercialisering van radio en televisie.

Tenslotte zou de culturele, politieke en economische samenwerking met Vlaanderen en een actief buitenlands cultureel beleid geïntensiveerd moeten worden, waar mogelijk hand in hand met Vlaanderen.

Willen we niet teveel achterop raken in de toenemende wereldwijde concurrentie - in de rangorde van welvarende landen bevindt ons land zich in een dalende trend - dan zullen we de handen veel meer uit de mouwen moeten steken en een nieuwe elan moeten ontwikkelen. In de jaren negentig zijn er tal van aanknopingspunten voor zo'n nationaal reveil.

S.W. Couwenberg is publicist, oud-hoogleraar publiekrecht en lid van het Algemeen Nederlands Verbond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.