Column

Tijd voor een ministerie van menselijk kapitaal

Een objectief oordeel door middel van een gestandaardiseerde test pakt voor kinderen van laagopgeleide ouders eerlijker uit dan het subjectieve oordeel van meesters en juffen.

Brugklassers van het Veluws College in Apeldoorn in 2011. Beeld anp

U wist dat al, ik wist het al, en het is fijn dat de politiek dat nu ook begrijpt. In reactie op het jaarverslag van de Onderwijsinspectie - dat de nadruk legde op kansongelijkheid bij de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs - verklaarden veel politieke partijen deze week: toch wel nuttig, zo'n Cito-test. Duh.

Maar de kwestie - kansongelijkheid in het onderwijs - is veel breder en belangrijker dan de beslisregel bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Inspecteur-generaal Monique Vogelzang schrijft er behartenswaardige dingen over - om toch nog twee cruciale punten te missen.

Behartenswaardig. Vogelzang benoemt een aantal oorzaken voor de groeiende kansongelijkheid. Eén: hoogopgeleide ouders zijn nadrukkelijker betrokken bij de opleiding van hun kind dan laagopgeleide ouders. Twee: leraren hebben (onbewust) hogere verwachtingen van kinderen van hoogopgeleide ouders en dagen deze leerlingen meer uit. Drie: het verschil tussen goede en slechte scholen neemt toe, en kinderen van laagopgeleide ouders zitten vaker op relatief slechte scholen. Dit is ook buurtafhankelijk. Vier: schoolbesturen en schoolleiders stellen het belang van hun organisatie soms boven het belang van de individuele leerling. Vijf: toezicht van de Inspectie leidt tot risico-avers gedrag van scholen. Zes: scholen in het voortgezet onderwijs zijn steeds vaker 'categoraal', waardoor brede brugklassen schaarser worden.

Vogelzang zoekt een deel van de oplossingen - het vergroten dus van de kansgelijkheid - bij het onderwijs zelf, en pleit daarnaast voor intensievere samenwerking met gemeenten en gezondheidszorg. Prima.

Maar ook onvolledig, op ten minste twee cruciale punten. Het curriculum. En het startpunt.

Het Nederlandse onderwijs begint de facto bij kinderen van vier jaar oud, en dan staan kinderen van laagopgeleide ouders al met 3-0 achter. De huidige taakopvatting van onderwijs is: we beginnen met vier en als de initiële opleiding is afgesloten, vijftien tot twintig jaar later, wensen we onze leerlingen veel succes in de rest van hun leven. Veel krachtiger en productiever zou zijn: onderwijs is de hoeder van het menselijk kapitaal in Nederland. Ten principale tussen de nul en honderd jaar.

Samenwerken met gemeenten en zorg is goed. Nog veel beter zou het zijn als het onderwijs een dominantere plaats opeiste bij de ontwikkeling van mensen. Niet: het ministerie van Onderwijs. Maar: het ministerie van Menselijk Kapitaal. Een achterstand van 0-1 is nu eenmaal makkelijker om te buigen dan 0-3. Zie ook het katern Sport in deze krant.

Het curriculum. Cognitieve vaardigheden, zoals gemeten door de Cito-toets, zijn een belangrijk element van menselijk kapitaal. Maar alleen daarmee komt een mens er niet - ook sociale en emotionele vaardigheden zijn nodig. Kinderen van hoogopgeleide ouders leren die doorgaans thuis; kinderen van laagopgeleiden in veel mindere mate. Dat leerlingen van gelijke intelligentie, afhankelijk van het opleidingsniveau van hun ouders, ongelijke schoolcarrières hebben, is ook het gevolg van de ongelijke ontwikkeling van hun niet-cognitieve vaardigheden. Zelfde IQ, ander zelfvertrouwen? Andere uitkomst. Zelfde IQ, ander doorzettingsvermogen? Andere uitkomst. Zelfde IQ, andere manieren? Andere uitkomst.

In zijn advies over een nieuw curriculum voor het funderend onderwijs, een paar maanden geleden, benadrukte Paul Schnabel terecht het belang van deze 'non-cogs'. Zijn samenvatting: onderwijs moet kinderen helpen 'vaardig, aardig, waardig' te zijn. In de sector is hierover inmiddels een onproductief debat gaande - het een mag niet ten koste gaan van het ander -, in plaats van een ambitieus debat: hoe doen we het een én het ander?

Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden