Achtergrond Effectief klimaatbeleid

Tijd voor een koele blik op de energietransitie

Politieke besluiten rondom het klimaat moeten namelijk wel zichtbaar zijn, zo lijkt het, en het liefst aaibaar, net als onze liefdadigheid. Beeld Francesco Ciccolella

Het klimaatbeleid is ambitieus, maar is het ook effectief? Volgens Marco Visscher moeten we doelgerichter zijn als we de CO2-uitstoot willen terugdringen.

Als journalist schreef ik al vroeg over het potentieel van duurzame energie. Dat begon twintig jaar geleden, ver voordat de term ‘energietransitie’ in zwang raakte. Ik schreef artikelen over de circulaire economie, klimaatvluchtelingen en de invloed van vlees eten op de CO2-uitstoot. Ook doe ik thuis het nodige aan de verduurzaming. Op ons dak liggen zonnepanelen, vlees eten we maar mondjesmaat, consuminderen is voor freelancejournalisten sowieso een must en we pakken vaker de bakfiets dan de auto.

Een bakfiets. Nou, dan weet u het wel. In de kringen waarin ik me begeef, wordt de energietransitie volop toegejuicht. Daarom was het een tikkeltje verdacht dat ik, in de zomer pratend over het boek over de energietransitie waaraan ik werkte, geen pasklaar antwoord had op de vraag wat ik zelf vond van de overgang van fossiele naar duurzame bronnen. Was ik dan niet verheugd dat na al die jaren het onderwerp eindelijk een prominent thema was geworden op de politieke agenda?

Inderdaad was het mooi om van dichtbij te zien dat de vraag niet langer was of energie uit zon en wind een rol zou spelen in de toekomst, maar hoe groot die rol zou zijn. Maar er was iets dat knaagde. Want ik bleef me maar afvragen: doen we het eigenlijk wel goed? Want in Nederland en daarbuiten is er de laatste jaren, ondanks eerdere beloften en subsidies, amper sprake van minder CO2-uitstoot.

Liefdadigheid

Het boek dat mijn denken over het klimaatbeleid het meest heeft gevormd, gaat gek genoeg niet over klimaat. Het gaat ook niet over energie, milieu of duurzaamheid. Het is een boek over liefdadigheid. Ik las het bijna tien jaar geleden toen het uitkwam: The Life You Can Save, geschreven door Peter Singer. Later werd het wat onbeholpen vertaald als Het kan wel!  Armoede hoeft niet.

Singer is moraalfilosoof. Wereldberoemd werd zijn ethische vraagstuk over het meisje dat je ziet verdrinken in een vijver: spring je in het water om haar te redden, ook al ruïneer je daarmee je mooie nieuwe schoenen? Zo ja, zijn we dan niet moreel verplicht om meer te geven aan liefdadigheid, zodat we daarmee de levens redden van arme mensen?

Gaandeweg zijn carrière stelde Singer meer filosofische vragen bij liefdadigheid. En zo moest hij uiteindelijk vaststellen dat we doorgaans niet erg resultaatgericht zijn als we geld geven aan goede doelen. Als een natuurramp ineens volop media-aandacht krijgt, trekken we massaal de portemonnee. Dat is prachtig, maar we hebben nauwelijks oog voor structurele oplossingen voor armoede. De meesten van ons geven vooral geld aan de lokale kerk of de sponsorloop van buurtkinderen om het schoolplein op te knappen, terwijl we met die grijpstuivers veel meer kunnen betekenen in een arm land als Malawi. En áls we al over de grens kijken, wordt ons geefgedrag meer bepaald door folders met vertederende foto’s van kinderen of bedreigde diersoorten dan door een koele kosten-batenanalyse om uit te zoeken hoe we met onze donaties zo veel mogelijk levens kunnen redden.

Met zijn boek droeg Singer sterk bij aan de opkomst van een beweging van zogeheten ‘effectieve altruïsten’. Zij proberen maximaal bij te dragen aan een betere wereld en nemen liefdadigheid serieus. Ze slaan de jaarrapporten van charitatieve instellingen erop na om zeker te zijn dat er niet te veel aan de strijkstok blijft hangen, maar ook dat er echt resultaat wordt geboekt. Effectieve altruïsten willen simpelweg dat hun euro’s de grootst mogelijke positieve impact hebben. Het zijn filantropen met een warm hart, een open geest en gezond verstand.

Concreet nu. Wanneer u geld doneert zodat kinderen in afgelegen gebieden in Afrika worden gevaccineerd, heeft u voor meer mensenlevens een positieve impact dan wanneer dankzij u een clown jonge patiënten in een ziekenhuis in Utrecht laat lachen. Dat laatste is ook nuttig en het is zeker ontroerender om een stralend kindergezicht in een ziekenhuisbed te zien dan dat akelige geprik bij onzekere, huilende kindjes. Een effectief altruïst zal toch kiezen voor de vaccinaties.

Dezelfde fouten

Wat heeft effectief altruïsme nu te maken met het klimaatbeleid? Op het eerste gezicht niet zo veel. Maar nu ik me heb verdiept in de hele energietransitie zie ik dat de opstellers van het klimaatbeleid dezelfde fouten dreigen te maken als wij wanneer we iets goeds willen doen voor onze medemens. Het gaat vooral om maatregelen die goed zichtbaar zijn, die een prettig gevoel geven en die boven alles de indruk wekken dat we goed bezig zijn.

Want als effectiviteit voorop zou staan, lag er in de klimaatplannen niet zo’n zware nadruk op energie uit zon en wind. Ik dacht altijd dat we prima van fossiele naar duurzame bronnen konden zolang we maar genoeg windmolens en zonnepanelen zouden installeren. Maar er is nog helemaal geen manier om die stroom langdurig op te slaan zodra het niet waait of de zon niet schijnt. Zonder zicht op een gedegen opslag van stroom, in batterijen of waterstof, of een smart grid waarbij vraag en aanbod slim worden afgestemd, geven al die windmolens en zonnepanelen vooral onvoorspelbare stroom. Er wordt zonder meer hard aan gewerkt, maar volgens experts is de weg nog heel, heel lang om te komen tot een praktische, betaalbare oplossing.

De grote winst op het gebied van CO2-besparing valt te halen bij de grootverbruikers in de industrie, maar die worden nog te veel ontzien. Daarom worden wij, burgers en consumenten, aangepakt. Beeld Francesco Ciccolella

Daar wordt evenwel niet op gewacht. Aan het Binnenhof is al besloten om binnen een generatie onze gaskraan dicht te draaien, ’s lands enige kerncentrale te sluiten en om in de kolencentrales alleen nog maar biomassa te verstoken (waarbij, voor de goede orde, CO2 wordt uitgestoten). Samen met aardwarmte moeten zon, wind en biomassa zorgen voor ‘een CO2-arme energievoorziening in 2050’. Met al die dappere besluiten en kloeke ambities hebben we echter nog geen energietransitie, maar vooral een extra opgave bij het zoeken naar manieren om ons land van elektriciteit te voorzien.

Voor de groene politici die het klimaatbeleid vormgeven, lijken de obstakels op dit traject niet zo relevant. Windmolens en zonnepanelen zijn nu eenmaal geliefd. Uit een studie van I&O Research naar draagvlak van windenergie bleek dat 84 procent van de ondervraagden vóór is. Geplaatst in vredige akkers of op een kalme zee zijn windmolens de uithangborden van de energietransitie geworden. Politieke besluiten rondom het klimaat moeten namelijk wel zichtbaar zijn, zo lijkt het, en het liefst aaibaar, net als onze liefdadigheid.

Geen knuffelkeus

Heel wat minder fotogeniek is de kernreactor, onmisbaar volgens de laatste rapporten van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, om de mondiale opwarming binnen de perken te houden in een wereld die steeds meer energie verbruikt. Maar ja, zo’n enge kernreactor is geen knuffelkeus van politici. Toen VVD-leider Dijkhoff deze week een lans brak voor een nucleaire revival, rakelden D66 en ChristenUnie meteen zorgen over kernafval en een ongeval op.

De grote winst op het gebied van CO2-besparing valt te halen bij de grootverbruikers in de industrie, maar die worden nog te veel ontzien. Daarom worden wij, burgers en consumenten, aangepakt. In onze woningen moet van alles overhoop, zodat we elektrisch koken en allemaal aan de warmtepomp gaan. En we moeten elektrisch rijden, ook al is de stookolie in de scheepvaart en de kerosine in de luchtvaart veel schadelijker dan de inhoud van de benzinetanks van alle personenauto’s bij elkaar.

Zo zijn er meer structurele oplossingen voor klimaatverandering die in de politiek weinig populair zijn. Te denken valt aan een belasting op CO2, terwijl een niet-klimaatbelastende activiteit wordt vrijgesteld van belasting: een idee uit de koker van econoom William Nordhaus die in oktober werd onderscheiden met de Nobelprijs voor de Economie. In de Europese emissiehandel zou CO2 een hogere prijs kunnen krijgen. Of er zou een omvangrijk internationaal innovatiefonds voor schonere technologieën kunnen komen, in plaats van subsidies voor specifieke technieken.

Zijn die voorstellen misschien te abstract? Is het omdat je er niet mee op de foto kunt?

We doen kleine beetjes, net als bij liefdadigheid. Is dat erg, als alle kleine beetjes helpen? Toch wel. Als we kleine beetjes doen, bereiken we ook maar een klein beetje. Het probleem van de klimaatverandering is veel te groot. Laten we geen geld verkwisten aan maatregelen die weinig resultaat hebben. Dat geld kunnen we beter besteden.

Peter Singer liet zien hoe we in onze liefdadigheid met de beste bedoelingen soms vrij weinig voor elkaar krijgen. Dat is een schokkende conclusie. Ik vrees dat hetzelfde geldt voor de aanpak van de CO2-uitstoot. Klimaatverandering vond ik al langer een zorg, maar over het klimaatbeleid begin ik me zo langzamerhand minstens zo veel zorgen te maken. Wellicht moeten we dit vraagstuk benaderen met het warme hart, de open geest en het gezonde verstand van een effectief altruïst. Hoe ziet dat eruit?

Geen preken

Met een warm hart erkennen we dat er op deze wereld nog meer dan een miljard mensen zijn die niet beschikken over elektriciteit. Zij willen geen preken over duurzaamheid en energiebesparing, maar gewoon een stopcontact waar 24/7 stroom uit komt. Op specifieke plekken met voortdurend stormachtige winden, zoals bij het Turkanameer in Kenia (zie het artikel in de bijlage Zaterdag), kan windenergie een uitkomst zijn, maar je kunt er geen economie op bouwen. Daar is betrouwbare, constante energie voor nodig.

Met een open geest zullen we vaststellen dat alle energiebronnen voor- en nadelen hebben. Als we de plussen en minnen nuchter op een rij zetten, moeten we erkennen dat wind en zon meer nadelen hebben dan we geneigd zijn toe te geven: te afhankelijk van het weer, waardoor fossiele centrales de bewolkte, windluwe momenten moeten opvangen. We zullen ook taboes bespreekbaar maken. Zo zal het ons opvallen dat opslag van CO2 waarschijnlijk niet zo’n gek idee is en dat kerncentrales geen CO2-uitstoot produceren en volgens onderzoekers – hoe contraintuïtief het ook klinkt – worden gerekend tot de veiligste energiebronnen.

En met gezond verstand laten we ons niet meeslepen door emoties. Geen moreel beroep op onze zorg voor de aarde, maar een koele, rationele blik om een reëel probleem op de juiste manier te pareren. Geen naïef geloof in een magische oplossing voor de vele technische hobbels rondom energie uit zon en wind, maar een beleid dat stuurt op resultaat. Geen symboolpolitiek, maar werken aan concrete maatregelen in internationaal verband.

Uiteindelijk, zo leren de effectieve altruïsten ons, moeten we ook goede bedoelingen – misschien wel: juist goede bedoelingen – beoordelen op hun doeltreffendheid.

Marco Visscher is journalist. Onlangs verscheen zijn boek De energietransitie: naar een fossielvrije toekomst, maar hoe? bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.