Tijd voor bescheiden onderwijsfeestje

Het Nederlandse onderwijspersoneel loopt in salaris al jaren fors achter op salarissen in de marktsector. Dat maakt het onderwijs er niet populairder op.

In het onderwijs danst het personeel altijd de polonaise als de loonstrook binnenkomt. Dat is het beeld dat de Volkskrant neerzet in de reportage van maandag (Ten eerste, 12 november). Maar Sinterklaas slaat het onderwijspersoneel al jaren over als het om cadeautjes gaat. De selectie in de beschreven arbeidsvoorwaarden die de krant maakt, is nogal eenzijdig.


Premier Balkenende begon in 2010 met bezuinigen op salarissen voor de overheid en het onderwijs, de zogenoemde nullijn. Rutte I verlengde dat. De Kunduzcoalitie deed daar nog een schepje bovenop en verlengde de maatregel ook voor 2013. Rutte II houdt dat in stand. Dat betekent dat leraren, conciërges en locatiedirecteuren vier jaar lang wel hun kosten zien stijgen, maar geen loonsverhoging krijgen.


De Algemene Onderwijsbond heeft de koopkrachteffecten altijd laten doorrekenen. Voor onderwijspersoneel komt dat neer op zeker min 8 procent in vier jaar. Dat is al fors meer dan de gemiddelde koopkrachtdaling door de plannen met de ziektekosten die de afgelopen weken het kabinet Rutte onder druk zette.


Onderwijspersoneel loopt al jaren fors achter op de salarissen in de marktsector, wat voor minister Plasterk in 2008, met het Convenant Leerkracht, reden was om extra te investeren in de salarissen. Het effect van die maatregel is met vier jaar nullijn volledig verdampt, iets wat de PvdA zich zou mogen aantrekken.


Jongeren zien die salarisdaling ook. Normaal is een lerarenopleiding in crisistijd populair, nu zakt het aantal aanmelding met zo'n tien procent.


In het artikel ageert de geïnterviewde schoolbestuurder vooral tegen de vermeende royale secundaire arbeidsvoorwaarden. Tegen de arbeidsduurverkorting (adv), de bevordering arbeidsparticipatie onderwijspersoneel (bapo) en de ontslagbescherming. Maatregelen die in goed overleg met de werkgevers tot stand zijn gekomen. Maatregelen die bovendien in de praktijk niet verschillen ten opzichte van de marktsector. Als het in het onderwijs feest is, geldt dat ook voor personeel in kantoren en bedrijven.


Neem de ontslagbescherming: het is een fabeltje dat schoolbesturen niet van slecht functionerende leraren af kunnen komen. Wanneer een directie haar werk goed doet, met de betrokken leraar praat, een dossier aanlegt en kansen biedt en als dat vervolgens niet tot verbetering leidt, dan is een gedwongen ontslag mogelijk. Onze advocaten komen echter te vaak zaken tegen waar functioneringsgesprekken nooit zijn gevoerd en dossiers ontbreken. Rechters kunnen vervolgens niet meer dan constateren dat de werkgever er een rommeltje van heeft gemaakt terwijl hij de hoogte van de ontslagvergoeding opmaakt.


Uit internationale vergelijkingen weten we dat de arbeidsproductiviteit van de Nederlandse leraren een van de hoogste in de wereld is: ze hebben de meeste kinderen in hun klas en geven de meeste uren les. Dat mag worden beloond.


De onderwijsbonden zijn best bereid om in de Stichting van het Onderwijs met werkgevers en overheid te praten over het onderwijspersoneel. Over alle arbeidsvoorwaarden, het loon dat nu eenzijdig door de overheid wordt gekort en de secundaire arbeidsvoorwaarden. En als het aan ons ligt, komt daar iets uit wat echt zorgt voor een bescheiden feestje in de personeelskamers van het onderwijs.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden