Tijd is té abstract om serieus te nemen

Beeld Foto Robin de Puy

Er is niets in het leven wat je niet kunt uitstellen, behalve klaarkomen en doodgaan. Het eerste probeer ik regelmatig naar een later tijdstip te verschuiven, met zó weinig succes dat het weinig goeds voorspelt voor het laatste. Voor alle andere dingen is mijn motto: doe niet vandaag wat je ook morgen kunt doen. Dat maakt mij ongeschikt voor praktisch al het werk behalve het theater. Dat was het enige in mijn leven waar genoeg dwang achter zat. Je kunt niet voor een publiek gaan staan en zeggen: 'Sorry jongens, ik weet even geen grappen, maar volgende week heb ik echt een mooi liedje - is het goed als ik alleen de akkoorden inlever?' Zonder dat pistool tegen mijn hoofd had ik nooit wat gedaan met mijn leven, sterker nog, ik deed ook niks tot ik de haan hoorde spannen. De meeste dingen schreef ik in de trein onderweg naar het optreden, omdat dan pas de realiteit van mijn imminente afgang reëel werd.

Misschien is het een gebrek aan fantasie of een deuk in mijn prefrontale cortex: ik kan me gewoon niet voorstellen dat dingen in de toekomst echt zijn. Tijd is té abstract om serieus te nemen. Mijn werkstukken op school maakte ik in de nacht voor de inleverdatum, mijn hele studie zat ik te wachten tot ik een afstudeerscriptie moest maken, mijn belasting betaalde ik pas als mijn adres op de envelop handgeschreven was en er 'In naam van Hare Majesteit de Koningin' boven de deurwaardersbrief stond, en dit stukje leverde ik ook pas in toen mijn redacteur met een bomgordel voor de deur stond. Zelfs met kinderen maken heb ik gewacht tot het laatste eicelletje de boel al aan het afsluiten was. Deadlines zijn voor mij het enige verband tussen toekomst en heden. Kun je nog ver mee komen, blijkbaar, maar stress levert het wel op. Altijd is er iemand ergens in de wereld boos op me over iets wat ik al gedaan had moeten hebben. Kon ik daarmee leven, dan kon ik zo luchthartig zijn als Douglas Adams: I love deadlines. I love the whooshing noise they make as they go by. Maar zelfs al had ik schijt aan anderen, dan had ik nog steeds vooral mezelf ermee. Vandaag, deze dag dat ik dit schrijf, donderdag, ben ik bijvoorbeeld aan het uitstellen:

- mijn auto moet naar de garage, want een band loopt al maanden langzaam leeg en zo kunnen we niet op vakantie.

- Mijn kantoor ligt al sinds Kerst vol met troep die naar de zolder moet, waaronder de kerstspullen.

- De vaatwasser is kapot, wij zijn weer oldskool met de afwasborstel in de weer.

- Het hele gezin is al anderhalf jaar niet naar de tandarts geweest.

- Mijn antieke laptop loopt drie keer per dag zó vast dat ik zeker een halfuur niet meer kan werken.

En zo zijn er, ik overdrijf niet, nog zeker twintig zaken. Er zit niets tussen dat ik niet nú zou kunnen regelen, zodat het over een paar weken voorbij is. Maar ik vertik het. De toekomst is een mythologisch wezen dat ik nooit heb gezien en waarin ik dus eigenlijk niet geloof. Ik heb er boeken over gekocht met titels als Getting Things Done en The Procrastinator's Guide. Goede boeken, waarschijnlijk, maar ik ben er nog niet echt aan toegekomen om ze te lezen.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden