ReportageVluchtelingen uit Tigray

Tigreeërs opgejaagd in Ethiopië: ‘Voor mijn deur hakten ze vijf mensen in stukken’

Twee mannen kijken uit over het vluchtelingenkamp Om Rakouba waar tienduizenden Tigreeërs worden opgevangen. Beeld Nariman El-Mofty/AP
Twee mannen kijken uit over het vluchtelingenkamp Om Rakouba waar tienduizenden Tigreeërs worden opgevangen.Beeld Nariman El-Mofty/AP

In het noorden van Ethiopië is een bloedig conflict aan de gang tussen regeringstroepen en milities. Grootste slachtoffer zijn de Tigreeërs, tot voor kort de machtigste groep in Ethiopië. Nu vluchten ze halsoverkop naar opvangkampen in Soedan. ‘Het bloed vloeit als water.’

Om duidelijk te maken waarom ze in november vluchtte uit Tigray, maakt Tsege Argawe met haar rechterarm een hakbeweging. ‘Voor mijn deur sloegen militanten met bijlen vijf mensen in stukken’, vertelt de 58-jarige vrouw. ‘Bloed vloeide als water. De baby van de buren werd ook gedood. Ik was zo ontzettend bang.’

Argawe herschikt haar groene omslagdoek om haar gegroefde gezicht beter te beschermen tegen de zinderende zon in Soedan, waar ze te voet naartoe trok om te ontkomen aan het geweld in Tigray, de Ethiopische regio die is veranderd in een oorlogstoneel. Regeringstroepen lanceerden begin november een offensief dat volgens de premier van Ethiopië, Abiy Ahmed, gericht was tegen het opstandige bestuur van Tigray. Maar ook de burgerbevolking in de 6 miljoen mensen tellende regio wordt zwaar geraakt. Tienduizenden Tigreeërs zijn halsoverkop op de vlucht geslagen, met weinig meer dan de kleren om hun lijf.

Argawe hoefde niet ver te lopen naar Soedan, ze leefde vlak bij de kleine grensrivier, die ze overstak in een houten bootje. Ze werd vervolgens per truck overgebracht naar Om Rakouba, een 70 kilometer verderop gelegen opvangkamp. Hier, op een zanderige vlakte tussen kale rotspartijen, leven nu ongeveer 21 duizend ­Tigreeërs in witte tentjes van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, anderen wonen in geïmproviseerde hutjes van stro. In andere vluchtelingenkampen in Soedan verblijven nog eens 35 duizend Tigreeërs.

Hoewel de meest acute nood gelenigd is nu internationale hulporganisaties volop aanwezig zijn, kampen veel vluchtelingen in Om Rakouba met maagproblemen. ‘De Tigreeërs zijn gewend aan ander eten en aan andere temperaturen’, verklaart Hano Yagoub, een Soedanese noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen. ‘De overgang is groot.’ Vanuit de koele hooglanden in Tigray zijn de vluchtelingen beland in een temperatuur van bijna 40 graden, onder een hemel waaraan geen enkel wolkje zich laat zien.

Tsege Argawe met de telefoonnummers van haar zoons.
 Beeld Mark Schenkel
Tsege Argawe met de telefoonnummers van haar zoons.Beeld Mark Schenkel

Geïsoleerd

Naast de opvangtent van Argawe ligt een platgetrapte slang, verschrompeld door de zon. Binnen in de tent, die aanvoelt als een bakoven, slaat Argawe de vliegen van haar gezicht. Ze stelt haar dochters Kedste (14) en Gedey (31) voor, die met haar mee vluchtten, net als de twee jonge zoontjes van Gedey. Een man heeft Argawe niet meer, hij stierf twee jaar geleden een natuurlijke dood. ‘Ik prijs God dat ik nog leef, maar ik ben bezorgd om mijn twee zoons die nog in Ethiopië zitten’, zegt Argawe. ‘Het lukt me niet om met ze in contact te komen, ik weet niet of ze nog leven.’

Informatie uit Tigray is moeilijk te verkrijgen, de Ethiopische regering houdt hulpverleners en journalisten op afstand. Internet en telefonie liggen in delen van Tigray plat. Ooggetuigenverslagen van vluchtelingen bieden een glimp van wat er zich afspeelt. Duidelijk is, ook door informatie van bijvoorbeeld de VN en buitenlandse diplomaten, dat in Tigray niet alleen de Ethiopische strijdkrachten actief zijn, maar ook milities uit de regio Amhara en soldaten uit buurland Eritrea. Ze maken gemene zaak tegen Tigray. De leiders van Amhara en Eritrea koesteren oude grieven tegen Tigray – en vice versa.

Argawe zegt dat zij uit Tigray vluchtte na een slachtpartij door een Amhaarse militie. Op 9 en 10 november werden in de plaats Mai Kadra honderden mensen neergestoken, doodgeslagen en afgeschoten. ‘De aanvallers spraken Amhaars, ze zeiden: wij zijn nu de baas’, aldus Argawe. Haar relaas wordt onderschreven door andere vluchtelingen, al zijn er volgens bijvoorbeeld de VN ook ooggetuigen die spreken van confrontaties rond Mai Kadra waarin juist Amhaarse burgers vermoord werden door Tigrese militanten.

In het ergste geval slaat het geweld over naar andere delen van Ethiopië, waar het sinds het aantreden van premier Abiy in 2018 toch al erg onrustig is. In verschillende regio’s van het etnisch zeer diverse land, met meer dan 100 miljoen inwoners, eisen lokale groeperingen meer autonomie op. Vele honderden doden zijn er in het afgelopen jaar gevallen bij gewelddadige botsingen tussen gewapende partijen.

‘Veel zal ervan afhangen of de situatie in Tigray op afzienbare termijn bedaart, of dat premier Abiy de grip verliest en zijn gezag ook op andere plekken in het land verder wordt uitgedaagd’, stelt een Europese diplomaat die de regio van dichtbij volgt. Het doemscenario is een geleidelijke ontrafeling van Ethiopië, een ontwikkeling die vergaande gevolgen zou hebben voor de Hoorn van Afrika. In deze woelige regio geldt Ethiopië – de gastheer van de Afrikaanse Unie – sinds jaren als een soort van plechtanker.

Machtsstrijd

De verhouding tussen premier Abiy en de bestuurders in Tigray kwam afgelopen najaar op scherp te staan door onenigheid over verkiezingen en door corona. Tigray hield in september zijn eigen verkiezingen, ondanks Abiy’s besluit om de landelijke stembusgang in Ethiopië uit te stellen wegens, officieel, het coronavirus (de verkiezingen staan nu gepland voor juni 2021). Abiy en het bestuur van Tigray weigerden daarna om elkaars gezag nog te erkennen, en in november raakten ze slaags.

Wat nadrukkelijk ook meespeelt, is dat de Tigrese machthebbers zich uitgesloten voelen nadat zij zelf jarenlang de macht in heel Ethiopië stevig in handen hebben gehad. Premier Abiy, die de macht verkreeg na grote volksprotesten tegen de regering vol Tigreeërs, noemt de periode van ­Tigrese dominantie tussen 1991 en 2018 ‘27 jaar van duisternis’. Hij verwijderde na zijn aantreden Tigreeërs van invloedrijke posities.

Argawe had geen moeite met de ­Tigrese suprematie. ‘Toen de Tigrese partij de centrale macht in Ethiopië had, was er democratie’, beweert ze. ‘Ik steun de Tigrese leiders nog steeds. De dictator heet Abiy Ahmed.’ Argawes commentaar weerspiegelt de politieke polarisatie.

Abiy’s offensief tegen de Tigrese bestuurders duurt intussen langer dan beloofd. In november kondigde hij een ‘chirurgische’ operatie aan. Bijna een maand later, na de inname van Mekelle, de regionale hoofdstad van Tigray, riep Abiy de ‘overwinning’ uit. Nu, weer een maand later, staan er een prijs op de hoofden van de Tigrese bestuurders die nog altijd niet gevangen zijn, en die naar verluidt naar de bergen zijn getrokken om zich van daaruit verder te verzetten.

Tigreeërs in de rij voor eten. Beeld Nariman El-Mofty/AP
Tigreeërs in de rij voor eten.Beeld Nariman El-Mofty/AP

Tigrees dorp-in-wording

Argawe zegt dat ze niet naar Tigray ­terug wil zolang premier Abiy in Ethiopië de scepter zwaait. ‘Hij haat ons, voor ons is er onder hem geen plek meer.’ Andere vluchtelingen zeggen dat ze wel het liefst terug naar huis gaan. Hun lot hangt natuurlijk af van de verdere ontwikkelingen in Ethiopië. Ze zouden bepaald niet de eerste vluchtelingen in Afrika zijn die definitief hun geluk elders moeten beproeven. Het Om Rakouba-kamp is door de Soedanese overheid in elk geval al aangewezen als ‘permanente’ opvanglocatie, zegt Yagoub, de noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen. Hij prijst Soedan voor het openstellen van de grenzen.

Om Rakouba oogt reeds als een ­Tigrees dorp-in-wording. Naast de lange rijen opvangtentjes staan er de eerste marktkraampjes van golfplaat. Uit transistorradio’s schalt Tigrese muziek en links en rechts nippen in de schaduw Tigreeërs aan kopjes koffie, gebrouwen in tinnen kannetjes op houtskoolvuurtjes, zoals ze gewend zijn van thuis. De mini-economie komt op gang door zakgeld van hulporganisaties, geld dat vluchtelingen zelf hebben meegenomen en handel met het ene Soedanese dorpje pal naast het opvangkamp.

‘Natuurlijk zijn de vluchtelingen hier welkom, ze zijn mensen net als jij en ik’, zegt Fatima Khamees (37), een Soedanese vrijwilliger van de Rode Halvemaan, de islamitische tak van het Internationale Rode Kruis. Khamees bemant in Om Rakouba een stalletje van hout en riet waar Tigreeërs op kosten van de hulporganisatie kunnen proberen om te bellen met geliefden thuis.

Elke dag krijgt Khamees tientallen stukjes papier met telefoonnummers in haar handen gedrukt. Ze toetst de nummers in op een oude Nokia, en als aan de andere kant, in Ethiopië, wordt opgenomen, geeft ze de telefoon aan de gelukkige naast haar, voor een kort en vaak emotioneel gesprek. ‘Ongeveer de helft van alle keren lukt het’, vertelt Khamees, die een blauw mondkapje en hoofddoek draagt. Om haar heen blinken de halskettingen met kruizen van de orthodox-christelijke Tigreeërs in de zon.

Argawe waagt een poging om bij het stalletje van Khamees haar zoons in Ethiopië te bellen. Hun nummers noteerde ze bij haar haastige vertrek uit Tigray op een kartonnen labeltje van een verpakking herensokken. Argawe drukt het kartonnetje met beide handen tegen haar borst. ‘Solomen van 30 en Mebrahtom van 25 zitten als het goed is in de hoofdstad van Ethiopië, Addis Abeba’, zegt Argawe. ‘Ze waren daar reeds voor het conflict in Tigray naartoe gegaan om geld te verdienen. Solomen verkocht tweedehandskleren, Mebrahtom werkte als chauffeur.’ Argawe vreest dat haar zoons niet langer veilig zijn, ze heeft van andere vluchtelingen angstige verhalen gehoord. ‘Ik hoor dat premier Abiy alle Tigreeërs in Addis Abeba opsluit.’

Fatima Khamee van de Rode Halvemaan probeert contact te leggen met familie van de vluchtelingen uit Ethiopië. Beeld Mark Schenkel
Fatima Khamee van de Rode Halvemaan probeert contact te leggen met familie van de vluchtelingen uit Ethiopië.Beeld Mark Schenkel

Wrange ironie

De telefoonpost waar Argawe nu hoopt een teken van leven van haar zoons te krijgen, staat naast een grote witte tent met het blauwe logo van het VN-voedselprogramma WFP, de organisatie die afgelopen maand de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Daarin schuilt een wrange ironie, want Argawe is hier beland als gevolg van een conflict dat mede is geïnstigeerd door de Nobelprijswinnaar van een jaar eerder, de Ethiopische premier Abiy. Hij werd beloond voor het verbeteren van de relatie tussen Ethiopië en Eritrea, en ook dat is wrang: de leiders van beide landen lijken nu immers samen te werken in de strijd tegen Tigray.

Argawe heeft voor zulke bespiegelingen geen tijd meer. Bij het stalletje van Khamees overhandigt ze het kartonnetje met de nummers van Solomen en Mebrahtom. Het eerste nummer wordt ingetoetst op de oude Nokia. De telefoon gaat over, niemand neemt op. Het tweede nummer dan? De telefoon gaat opnieuw over, maar weer geen gehoor. Argawe zoekt even naar woorden en zegt dan: ‘Morgen probeer ik het opnieuw, ik moet weten of mijn kinderen nog leven.’ Ze maakt rechtsomkeert, naar haar tent vol vliegen.

Lees ook

Afrika-correspondent Mark Schenkel tussen de duizenden Ethiopische vluchtelingen: ‘Het is hier een klein-Tigray.’

Het Ethiopische leger heeft 42 gewapende mannen gedood die werden verdacht van de aanval op een dorp in de westelijke regio Benishangul-Gumuz woensdag, waarbij zeker honderd burgers zijn afgeslacht en honderden huizen in brand zijn gestoken.

Het Ethiopische leger zou zaterdag in een ‘slotoffensief’ de opstandige regio Tigray in het noorden van het land onder controle hebben gekregen.

Het gewapende conflict in de Ethiopische regio Tigray leidt volgens de VN tot een ‘grootschalige humanitaire crisis’. Meer dan 27 duizend mensen zijn inmiddels al de grens met Soedan over gevlucht.

De oorlog in de Ethiopische provincie Tigray toont de spanning tussen het verlangen naar een eenheidsstaat en de realiteit van een multi-etnische federatie. Hoe is het huidige conflict ontstaan?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden