Tienduizend speelgoedeendjes in de oceaan

Ooit gaan we dood, maar dat is het ergste niet. Voordat het zover is, vallen de doden bij bosjes om ons heen....

Als iemand zomaar spoorloos verdwijnt uit het leven, en men bij gebrek aan beter moet aannemen dat hij of zij dood is, valt er niks te murmelen of te vereffenen en moet je rouwen in het wilde weg. Dat gaat niet, dat is te veel gevraagd. Daarover gaat de nieuwe, omvangrijke roman van Rascha Peper, Wie scheep gaat.

Het is Hanna die scheep ging, in deze roman, een vrouw van begin dertig. Met een Kaapverdische vriend die bijna niemand in haar omgeving kende, vertrok ze in een klein jacht. En ze kwam niet meer terug. Het bootje verongelukte, ergens voor de kust van Marokko. Hanna was slecht verzekerd en daarom kon haar lichaam, waarin ze een ongeboren kind droeg, niet worden geborgen. De familie laat het er maar bij. Hanna kreeg een eerlijk zeemansgraf, nemen ze voor het gemak aan.

De zee, die onverstoorbaar geeft en neemt, de onderwaterwereld met zijn onberekenbare krachten en wrede schoonheid van planten en dieren, stroomt als een metafoor door het hele oeuvre van Rascha Peper - in de romans Oesters en Rico's vleugels bijvoorbeeld. Ook in Wie scheep gaat is de zee de drager van het geheim. Maar de zee is ook een medium dat boodschappen over de aarde laat golven. Wie goed oplet, vindt wat.

Hanna liet nogal wat achter. Een oude vader, kleermaker, wiens lieveling zij was. Een broer en een zus, brave burgers die zich misschien wel verlost voelen van hun kwelgeest, de aantrekkelijke, labiele zus die altijd alles zonodig anders moest doen. De grootste schade richtte zij aan bij twee boze, treurende mannen: Gerard, een oceanograaf die, sinds zij hem enkele jaren voor haar dood verliet voor zijn beste vriend, voortleeft in New York als een 'dode'. En Robin, Gerards vriend. Ook hij werd ingeruild, voor de Kaapverdiër, maar hij heeft geen vrede met Hanna's verdwijning. Hij neemt een jaar verlof van zijn werk en oefent zich in het diepzeeduiken. Intussen verzamelt hij sponsors voor zijn jongensdroom: een duikoperatie naar het op ruim honderd meter diepte liggende schip dat Hanna's botten herbergt. Hij wil haar ophalen, thuisbrengen.

Op een avond meldt zich een onverwachte sponsor bij Robin. Het is de vijftienjarige Emma, dochter van Hanna's zus Eva. Zij overhandigt Robin 150 euro, zelf verdiend. Want zij vindt het wel een tof plan, het opduiken van haar tante. Al is het maar om haar opa, de oude kleermaker, zekerheid te kunnen geven. En ze snakt naar een heftige gebeurtenis in haar slome schoolleventje, iets wat 'ertoe doet'. Ze lijkt op Hanna, ziet Robin. En ze wordt al snel hopeloos verliefd op de stoere 37-jarige met zijn imposante duikpakken.

Wie scheep gaat is een gecompliceerde roman, maar daar merk je weinig van als je gewoon stug doorleest in de 480 pagina's dikke turf. Rascha Peper voert haar lezer met kleine hapjes tegelijk. Langzaam vouwt ze haar waaier open. Haar personages komen één voor één binnenwandelen, en de gebeurtenissen in heden en verleden worden beurtelings verteld uit hun perspectief: Gerard aan het werk op zijn onderzoeksinstituut in New York; de kleermaker, nog eenmaal achter zijn snijtafel om een pak te maken; Robin op zijn duikklussen; en Emma, op school, achteloos fietsend door Robins straat, huilend op haar kussen, zoals een puber betaamt.

En dan is er nog de man die zich het pak laat aanmeten, Van Waardenburg. Hij is een heer, maar een heer met een aberratie. Stiekem sluipt hij woningen binnen van intrigerende dames die hij vluchtig heeft ontmoet. In hun slaapkamers rommelt hij in lades met bh's en slipjes, die hij in zijn verbeelding vult met hun levende lijven, waarmee hij pijlsnel de liefde bedrijft. De kleffe propjes gaan terug in de la.

Op zichzelf zijn het al prachtige portretten, de hoofdstukken waarin we de personages in hun eentje leren kennen. Peper heeft ze elk een overtuigend karakter en een levendige omgeving gegeven. De stugge 'Grunniger' Gerard is hartverscheurend alleen, wat juist wordt aangezet door komische verwikkelingen met zijn Poolse huisbaas, die zich met het hele gezin in een kamertje van zijn appartement heeft opgesloten. Ook het Lolita-achtige intrigantje Emma komt tot leven, al gebruikt Peper daarvoor meer 'onwijs gaaf'-achtige taal dan nodig is. Maar de scènes waarin Emma en Robin balanceren tussen verlegenheid, geilheid en schaamte zijn weergaloos goed opgeschreven. Net als de scène waarin Peper, zonder van zijn vertelstandpunt te wijken, de oude kleermaker laat sterven aan een beroerte.

Vernuftig en onnadrukkelijk worden enkele gegevens opgevoerd als trait-d'union tussen deze levens. Gerard, werkend aan een onderzoek naar stromen in de oceaan, gaf in New York opdracht om tienduizend speelgoedeendjes in de oceaan te kieperen. Van allerlei kustwachten, overal ter wereld, komen meldingen dat er plastic eendjes zijn aangespoeld. Het project mislukt, maar de eendjes laten zich niet tegenhouden. Het lijkt wel of Hanna ze grijnzend door de oceanen jaagt. Als Robin ten slotte afdaalt om zijn geliefde uit de onderwereld weg te slepen, komt hij gedesillusioneerd boven met een blauw eendje. En met een pop, Hanna's dierbare Liefemeneer, die wél meemocht naar haar nieuwe leven. Ook dat is een teken.

Uiteindelijk is het de buitenstaander, de zielige slipjessnuffelaar, die het geheim ontraadselt. Maar dat weet hij niet, net zomin als de andere zoekers naar Hanna. Maar wíj weten het, en dat is mooi, listig gedaan. De roman krijgt zo een halfopen einde. Niemand zal Hanna, de ongrijpbare, terugkrijgen. Maar de grote inspanning, aangedreven door de liefde, zal niet vergeefs zijn geweest.

Al met al is het een imposante, verbeeldingsrijke en ontroerende roman. Wie scheep gaat heeft, net zoals Hokwerda's kind van Oek de Jong, trekken van een ouderwetse, naturalistische vertelling - in onze tijd. Maar Rascha Peper heeft er net iets meer van willen maken, misschien om de indruk van een oerdegelijk bouwsel te ontkrachten. Ze voert aan het begin, in het midden en aan het einde van haar roman een verteller uit het ongerijmde op: een van de tienduizend naamloze badeendjes. Dat eendje, dobberend op de oceaan, droomt van een andere bestemming, 'wel op het water natuurlijk, maar toch anders', die hij vindt als hij aanspoelt bij een Afrikaanse kleuter. Deze kunstgreep is onhandig, geforceerd literair en volslagen onnodig. De personages in deze formidabele roman zijn sterk genoeg om op eigen kracht hun lezers te bereiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden