Tienduizend immigranten en de prijs van een gram coke

Het schijnt heel erg te zijn om inzake immigratie over hoeveelheden te praten; discussiëren over prijzen mag wel. Gaat het daarentegen over cocaïne, dan is praten over prijzen taboe terwijl het bon ton is om iets te vinden van hoeveelheden....

Is dat wel logisch?

De eerste kwestie is deze. Pim Fortuyn wordt door menig weldenkend mens gezien als een engerd, onder meer omdat hij heeft gesteld dat Nederland per jaar maximaal tienduizend asielzoekers zou moeten opnemen.

Zo'n hoeveelheden-beleid, daarmee is moreel iets mis. Minister Roger van Boxtel van Grotesteden- en Integratiebeleid wordt door menig weldenkend mens gezien als een vriendelijke vent. Zijn voorstel om een importheffing in te stellen voor buitenlandse bruiden - vooral Marokkaanse en Turkse meisjes - is niet alleen omarmd door het kabinet, maar ook door de Tweede Kamer. Zo'n prijsbeleid, daarmee is niks mis.

De tweede kwestie betreft de cocaïne.

Minister Benk Korthals van Justitie overleefde deze week tenauwernood het Kamerdebat over de bolletjesslikkers. Opsporingsapparaat, staande én zittende magistratuur zijn overbelast omdat de cocaïne-importerende landen, waaronder Nederland, vasthouden aan een strikt volumebeleid. En de Kamer heeft hier nog een schepje bovenop gedaan door te eisen dat alle bolletjesslikkers worden opgepakt, berecht en in het gevang gezet.

Law & order.

Suggesties om de importbeperking te laten varen, waardoor de prijs van drugs zou kelderen, worden steevast weggehoond.

Prijsbeleid of hoeveelheidbeleid?

Eerst de coke. Op een vrije markt voor cocaïne - die hebben we in een grijs verleden wel gehad - wordt de prijs bepaald door vraag en aanbod. In evenwicht is die prijs gelijk aan de marginale productiekosten. Aangezien cocaïne spotgoedkoop te produceren valt in schier oneindige hoeveelheden, zou de vrije marktprijs heel laag zijn, tot tevredenheid van zowel producenten als consumenten. Waarom zou de overheid zich hier eigenlijk mee willen bemoeien?

Nee, nu niet zeggen: vanwege de criminaliteit. De criminaliteit onstaat pas als productie en consumptie van coke worden verboden, de vraag naar het product niettemin blijft bestaan, de prijzen stijgen, en het bijgevolg aantrekkelijk blijkt illegaal coke te produceren, te smokkelen en te verkopen. Oorzaak en gevolg wel netjes uit elkaar houden.

Nee, de enige reden waarom de overheid zich met de cokemarkt zou willen bemoeien is: consumentenbescherming. Coke is naar, verslavend spul dat bij geregeld gebruik de gezondheid ondermijnt. Domme consumenten brengen hun eigen gezondheid in gevaar; door het verslavende karakter van het product is het bovendien moeilijk om er weer vanaf te komen.

Consumentenbescherming is een loffelijk streven. Niettemin moeten over de praktijk twee vragen worden gesteld? Ten eerste: lukt het? Ten tweede: wat kost het? Het tweeledige antwoord lijkt toch te moeten wezen dat het niet lukt (Nederland kent een grote groep coke-gebruikers) en krankzinnig veel geld kost (aan politie, justitie, rechterlijke macht én maatschappelijke schade).

Het lijkt dus verstandiger om een prijsbeleid te voeren dan een hoeveelheidsbeleid: gooi open die markt. Besteed van de pakweg 5 miljard euro besparing die dit genereert - of is het nog meer? - eentiende aan consumentenvoorlichting en verslaafdenzorg, en iedereen is beter af. Met uitzondering dan van de criminelen die nu goud geld verdienen aan de coke.

Volg voor immigratie een soortgelijke redenering. Gooi in gedachten eerst de grenzen open: iedere wereldburger mag zich in Nederland vestigen. Het gevolg hiervan is dat Nederland wordt overspoeld met immigranten, vooral uit landen waar het inkomen per hoofd heel laag is. De verwachting is gewettigd dat het inkomen per hoofd in Nederland fors zal dalen, de overheidsuitgaven zullen exploderen en dat de sociale zekerheid wordt opgeblazen. Niettemin zullen de immigranten een hoger inkomen per hoofd genieten dan zij van thuis gewend zijn.

Waarom zou de overheid de immigratiegolf, die de immigranten een beter inkomen garandeert, willen indammen? Omwille van bescherming van de inkomens van de eigen burgers natuurlijk. Maar om niet helemaal voor harteloos te worden versleten, staan staat en burgers een beetje immigratie toe. En ja, dat kan met prijzen én met hoeveelheden.

Met prijzen: Nederland kan jaarlijks tien-, honderd-, vijfhonderdduizend immigratiebewijzen veilen. Dan kopen de rijkste armen een plekje in het welvaartsparadijs. Ja, dat is groezelig. Maar de bejubelde importheffing op Turkse bruiden is eerlijk gezegd van hetzelfde laken een pak, al noemen we het honderd keer een bijdrage in de inburgeringskosten.

Het alternatief - een hoeveelhedenbeleid - is dan moreel te prefereren. Dat beleid voert Nederland in feite ook: mensen die aan een aantal voorwaarden voldoen mogen in Nederland komen wonen. Dat aantal is - nu impliciet - aan een maximum gebonden. Impliciet: maar zouden zich morgen een miljoen wereldburgers melden die aan de huidige criteria voldoen, dan zou Nederland de criteria veranderen. Het enige wat die moreel verwerpelijke Fortuyn dus doet is dat maximum expliciteren en er een getal aan hangen. Dat zouden meer politici moeten doen.

Met cocaïne voere men een prijsbeleid, met immigratie een hoeveelhedenbeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.