Tien-tsai Chen is terug in Taiwan

Oost-Azië is massaal aan de studie. Universiteiten en onderzoeksinstellingen zijn uit de grond gestampt, de studentenaantallen zijn geëxplodeerd en de braindrain vanuit de economische tijgers naar de Verenigde Staten neemt af....

TIEN-TSAI CHEN hoefde niet lang na te denken over het aanbod uit Taiwan. De 34-jarige gepromoveerde elektrotechnicus aan de Universiteit van Utah droomde al jaren van een wetenschappelijke loopbaan in zijn geboorteland. Hij had alleen nooit de gelegenheid gehad en was bang dat een goedbetaalde Amerikaanse doctor te duur was voor Azië.

Maar ruim vier jaar geleden kreeg hij de kans van zijn leven. Het IRTI (Industrial Research Technology Institute) in het wetenschaps- en industriepark Hsinchu bij Taipei bood een goede onderzoeksbaan. Chen en zijn vrouw Selena, die op een bank in Salt Lake City werkte, namen ontslag. Ze zeiden hun Amerikaanse vrienden in de landelijke buitenwijk vaarwel en vlogen de Stille Oceaan over.

'We dachten dat we het minder zouden krijgen dan in het wijdse Utah. Maar we hadden geluk. Selena vond meteen werk bij een adviesbureau en nu hebben we het uitstekend voor elkaar: leuke baan, goed salaris, mooi huis, veel groen, goede scholen voor de kinderen en de familie vlakbij.'

Selena en Tien-tsai Chen zijn niet de enigen die de stap terug wagen. Lange tijd leed de Chinese wetenschappelijke wereld (China, Taiwan, Hongkong en Singapore) onder een braindrain, waardoor de eigen ontwikkeling stokte. Talentvolle studenten zochten steevast hun heil in het Westen. Als er geen rijke, ambiteuze ouders achter hen stonden, deden ze een beroep op gulle beurzenstelsels. Met hun doctoraal op zak vonden ze de weg naar goedgevulde fondsen voor wetenschappelijk onderzoek.

Maar in het begin van de jaren negentig komt de omslag. Succesvolle wetenschappers vinden emplooi in de snel groeiende economieën in hun geboorteregio, waar de behoefte aan onderzoek als gevolg van het economische wonder opeens onverzadigbaar is. Nieuwe universiteiten en onderzoeksinstituten vinden in eigen land te weinig hooggeschoolde docenten en worden gedwongen op braingain uit te gaan. De Chinese score op de citatie-index een maat voor wetenschappelijke productie, is in vijf jaar tijd verdrievoudigd.

Chens levensverhaal leest als dat van zijn generatie. Na het behalen van zijn kandidaats op de Nationale Universiteit van Taipei ging hij op zijn 23ste naar San Diego in Californië: 'In die tijd ging iedereen naar de Verenigde Staten.' De ambitieuze Chen viel in San Diego zo op dat hij na zijn doctoraal kon kiezen uit meerdere promotie-aanbiedingen. Het werd Utah omdat Selena daar mensen kende die haar aan een baantje bij de bank hielpen.

Eind jaren zeventig bereikte de uittocht van jong talent een hoogtepunt. Negen van de tien natuurkundestudenten verdwenen tijdens hun opleiding (na hun bachelors), omdat de faciliteiten in eigen land tekortschoten. Amerikaanse universiteiten plaatsten jaarlijks zevenduizend alumni uit Taiwan, die na afstuderen bezweken voor riante aanbiedingen van de computerbranche. Eén op de drie ingenieurs in Silicon Valley komt uit Taiwan.

De angst om de voorsprong op de buurlanden te verspelen was eind de jaren tachtig voor de economische tijgers (Zuid-Korea, Hongkong, Taiwan en Singapore) de belangrijkste drijfveer voor investeringen in de wetenschap. Het was niet moeilijk om landgenoten in het buitenland te lokken, die met een mengeling van heimwee en plichtsbesef graag een bijdrage wilden leveren aan de ontwikkeling van onderwijs en wetenschap op hoog niveau.

Voor Chen woog terugkeer naar het vaderland, naar familie en vrienden, zwaar mee bij het besluit over de baan in Hsinchu: 'Wij Chinezen zijn graag in de buurt van onze familie'. Velen gaan terug omdat ze het grote geld in de nieuwe fabrieken kunnen verdienen, maar Chen nam als onderzoeker en docent een ambtenarensalaris voor lief.

De Taiwanese regering probeert het wetenschappers makkelijk te maken. Onder aanvoering van de Academia Sinica, het nationale wetenschapsinstituut, schiet het niveau met sprongen omhoog. De oprichting van Hsinchu in 1980, waar particuliere bedrijven en overheidsinstituten nauw samenwerken, was een gouden idee.

Tweeduizend onderzoekers van Amerikaanse universiteiten vestigden zich in de weldadige rust van het park, ver verwijderd van het getoeter en de uitlaatgassen in de files van Taipei. Ze werkten ongestoord aan de technologie-explosie die Taiwan in de rijen van geavanceerde landen bracht. De regering hoopt met een tweede park, in het zuiden bij Tainan, nog meer talent uit de Verenigde Staten terug te lokken.

Het saldo met de Verenigde Staten is nog steeds negatief. Nog altijd verlaten jaarlijks zevenduizend studenten het land, maar nu komen er zesduizend afgestudeerden terug. Yuan-Teseh Lee, voorzitter van de Academia Sinica, zoekt de reden voor de drain in de nog altijd betere wetenschappelijke faciliteiten van de Verenigde Staten. Maar het verschil loopt terug. In Taiwan is het aantal doctoraalstudenten de laatste twintig jaar gegroeid van nog geen vierduizend naar bijna 45 duizend afgelopen september.

IN HONGKONG, dat zich graag ziet als een wereldwijs dienstencentrum op het niveau Londen-New York-Tokyo, liep de opleiding van de eigen bevolking ver achter. Terwijl textielfabrieken begin jaren tachtig en masse uitweken naar de lage lonen van China, hadden de universiteiten slechts plaats voor 2 procent van de eindexaminandi.

Na een uitputtende inhaalrace kan nu 18 procent studeren. Het departement van Onderwijs denkt dat het er met de uitbreidingen nog niet is, maar meer geld kan het zich niet veroorloven. Voor de oprichting van een vijfde grote universiteit, de Hong Kong University of Science and Technology (Hkust), heeft het particuliere fondsen moeten aanboren.

Het futuristische complex, een halve cirkel vlakbij de filmstudio's op de pittoreske rotskust van Clearwater Bay, werd bekostigd met de miljoenen van de Jockeyclub, een onuitputtelijke filantropische bron in de stad. In vijf jaar kreeg Hkust zevenduizend aanmeldingen. Het vijfhonderd man en vrouw sterke docentenkorps telt driekwart etnische Chinezen uit de Verenigde Saten en enkele uit Europa.

Ook op andere manieren is Hongkong massaal aan de studie. De in 1989 door de overheid opgerichte Open Universiteit kreeg in vijf jaar twintigduizend studenten. Avondcursussen zitten zo vol, dat de regering waarschuwt voor beunhazen. 'Sommige westerse instellingen bieden diploma's aan die het papier waarop ze zijn gedrukt, niet waard zijn', zegt Nigel French van Hongkongs departement van Onderwijs.

Singapore heeft vijf jaar geleden een nationale wetenschapsraad opgericht die met een beurs van twee miljard gulden de wereld afstroopt op zoek naar talent. Ook hier stromen Chinese geleerden toe naar nieuwe genenbanken en wiskunde-instituten.

De twee handelssteden vissen enthousiast in het reservoir Chinese onderzoekers in de Verenigde Staten, die van het vasteland komen. Voor deze onderzoekers is Taiwan een te hoge drempel, vanwege de politieke problemen met de Volksrepubliek.

China levert met 125 duizend studenten het grootste buitenlandse contingent in de Amerikaanse wetenschappelijke gemeenschap. Veel getalenteerden die de

verschrikkingen van de culturele revolutie hadden doorstaan, vertrokken in de jaren tachtig met het idee om na terugkeer hoog opgeleid mee te helpen aan de ontwikkeling van hun land. Maar ze veranderden snel van gedachten toen het communistische bewind de studentenbeweging eind jaren tachtig oprolde.

Voor Leroy Chang, hoofd van de faculteit wis- en natuurkunde van Hkust, is Hongkong ideaal. Hij onderhoudt contact met Chinese universiteiten en opent volgend jaar met de Chinese academie van wetenschappen een laboratorium voor micro-electronica met vestigingen in Peking en Hongkong. Veel succesvolle geleerden in het Westen zoeken de band met China. Chen Ning-Yang, in 1957 winnaar van de Nobelprijs Natuurkunde, is hun grote voorbeeld. Chen geeft les op de Chinese Universiteit in Hongkong en op de Universiteit van New York.

Hij appelleert aan het plichtsbesef van landgenoten: 'Wij moeten bruggen bouwen om China te helpen met de wetenschappelijke ontwikkeling.' Maar lage salarissen, gebrekkige huisvesting en het onvrije intellectuele klimaat, maken het voor veel geleerden onaantrekkelijk in de Volksrepubliek zelf te gaan wonen. Zij blijven liever, net als Leroy Chang, in de regio.

Een onverwachte aansporing om de weg naar Azië weer in te slaan, is de inkrimping van onderzoeksbudgetten in het Westen. Die kwam op het moment dat Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore miljarden uittrokken voor hun wetenschap en er een run kwam op het hoger onderwijs.

De exploderende vraag naar hoger onderwijs stimuleert ook kwaliteitsverbetering bij de universiteiten. 'Ik had zes jaar geleden al het gevoel dat er in Azië meer mogelijk was dan in Amerika', zegt Wu Tao-Yu. Wu kwam na zijn ingenieursstudie in Stanford, ten zuidoosten van San Francisco, bij IBM terecht. Hij maakte carrière bij de computergigant en leidde na zeventien jaar een laboratorium voor ontwikkeling van halfgeleiders in Silicon Valley. Toen werd hem gevraagd naar de Oostkust te verhuizen.

Wu twijfelde. Hij zat ook in de adviesraad van het Centrum voor toepassing van Chipstechnologie (CIC) in Hsinchu en zag van nabij hoe snel de wetenschapskwaliteit in Taiwan omhoog schoot. In 1965, het jaar van zijn vertrek, heerste er op universiteiten nog een verstikkende hiërarchie die initiatieven smoorde. Maar Wu's lotgenoten brachten uit Amerika een no-nonsense-aanpak mee. Ze vroegen hem 'serieus na te denken over terugkeer'.

Na veel slapeloze nachten koos Wu tegen IBM en de Oostkust. Hij vloog naar het westen, naar zijn vaderland. 'Een heel waagstuk want bij IBM was mijn bedje gespreid.' Kort na aankomst verruilde hij CIC voor een avontuur met Frank Huang, beginnend fabrikant van scanapparatuur. 'Het juiste besluit, want toen is het heel snel gegaan'. Hun bedrijf, UMAX, groeide in vijf jaar van zeventig naar negenhonderd personeelsleden.

DE VERSTRENGELING van wetenschap en industrie is de grote motor achter de gezwinde ontwikkeling van het hoger onderwijs. Maar Wu's desertie is symptomatisch voor de jonge instituten, omdat het bedrijfsleven veel meer betaalt. CIC en IRTI in Hsinchu doen hier laconiek over, omdat ze zijn opgericht om ondernemingen vooruit te helpen en continue op breinjacht in de Verenigde Staten zijn. Singapore probeert met hogere lonen wel degelijk de aderlating te stelpen.

De nadruk op exacte vakken leidt tot een ander probleem. Wu zegt dat Taiwan zich op dit gebied kan meten met de beste opleidingen in de VS. Maar hij geeft toe dat het niveau op andere gebieden te wensen overlaat. 'Wij zijn goed in het noeste onderzoek.'

Aziatische studenten werken gediscplineerder en blinken uit op internationake wiskunde-Olympiades. Maar, als het op oorspronkelijkheid en zelfstandigheid aankomt, winnen hun Amerikaanse en West-Europese jaargenoten. Singapore's premier Goh Chok Tomg uitte onlangs zijn angst dat de economische ontwikkeling zal stokken door gebrek aan creativiteit.

Hier wreekt zich het beleid van vroeger. Regeringen hebben jarenlang geprobeerd de universiteiten rustig te houden. 'Eerst voorkwam de angst voor het communisme de opkomst van een kritische intellectuele klasse. Daarna zagen de zakenregenten die aan de macht waren gekomen, het nut van open discussie niet', zegt Paau shiu-Lam, lector geschiedenis aan de Baptistische Universiteit in Hongkong.

Hij is somber over de opkomst van de creatieve geest. 'Het autoritaire Singapore heeft angsthazen gekweekt. Om dat te veranderen moet het democratische veranderingen toestaan, die het niet aandurft.' Hongkong gaat komend jaar over naar China, dat niet als democratisch bekend staat.

Chia Wei Woo, rector magnificus van de nieuwe Hkust, is optimistischer. 'Hongkong staat van nature onverschillig tegenover intellectuele arbeid, omdat het een handelsstad is.' Maar de explosie in studentenaantallen brengt hier volgens hem verandering in. 'Onze afgestudeerden komen al met vernieuwende ideeën. Dat wordt door de enorme toeloop alleen maar sterker', zei hij bij het eerste lustrum van zijn universiteit.

Toine Berbers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.