Tien minuten Grimsey – dankuwel en totziens

Grootste attractie van Grimsey, een eiland van drie keer niks, is de Poolcirkel. Uitstekend excuus voor een rit dwars door IJsland....

Eric van den Berg

De sheriff van het eiland ‘regelt dingen’. Lost ‘problemen’ op. Hij is paraat als er een ruzietje is, als de ferry te laat is, en ook als het telefoonnet uitvalt, want de centrale staat in zijn bijkeuken. En, zegt hij vanachter het stuur van zijn bestelbusje, ‘ze hebben me nodig als er een autobotsing is’. De laatste was 15 jaar geleden.

Echt druk heeft Bjarni Magnusson, 76 jaren jong, het niet, en dat weten alle 100 bewoners van Grimsey. Ze laten hem. Vraag hem naar de egg frá bjargi, de eieren van het klif, zeggen ze. ‘Dat vindt hij leuk.’ En hij zal in zijn achtertuin voordoen hoe hij eieren raapt van de rotsen, hoe hij papegaaiduikers met zijn net verschalkt en hoe hij met een grote haak een paar maanden geleden, nee, geen kleine, een grote haai heeft gevangen.

Alle tijd. Want op Grimsey, een stuk gras van vijf vierkante kilometer in de Noordelijke IJszee met dertig gezinnen, tien paarden en één weg (twee als je de aftakking meerekent), speelt tijd geen enkele rol. Nou, een kleine dan. Het winkeltje is open van 10 tot 12 en van 2 tot 5; de ferry vanuit Dalvik, in het noorden van IJsland, komt drie keer per week aan om half 1 en vertrekt in de wintermaanden alweer binnen het uur. Voor toeristen is dat nét genoeg om de belangrijkste attractie van het eiland mee te pikken: de poolcirkel.

Grimsey is het enige punt van IJsland waar de imaginaire lijn op 66º33’ NB loopt. Op soortgelijke plekken in de wereld ligt een rij stenen, staat een herinneringsbord of iets anders; hier is een trappetje óver de lijn gemaakt, althans over een buis die de lijn moet voorstellen. Honderd meter verder en je dondert van een klif. Om het monumentale karakter van de plek te benadrukken, staat er een wegwijzer: naar Sydney is het vanaf hier 16317 kilometer, naar New York 4445 en naar de hoofdstad Reykjavik 325.

Het eiland intrigeert. En niet alleen vanwege de heimskautsbaug, de poolcirkel. Het is bijvoorbeeld een van de plekken waar backpackers ook nog in de donkere winter kunnen komen: terwijl in het binnenland de bussen er zo’n beetje mee ophouden, is Grimsey goed bereikbaar; ook de ferry blijft varen.

Bovenal is Grimsey een uitstekend excuus om vanuit Reykjavik heel IJsland door te rijden. Met de auto. Over asfalt- en gravelwegen, met in het groengele landschap in de verte witte huizen met rode of groene daken die met een grote hand willekeurig over het land lijken gestrooid. Onder wolkenluchten die continu veranderen, wat doet begrijpen waarom IJslanders altijd zeggen: ‘Houd je niet van dit weer? Wacht dan vijf minuten.’

Hooi ligt opgerold in plastic te wachten op de boer, schapen grazen langs de ‘Ring’, de rondweg over het eiland. Kerkjes staan in een grote leegte – voor wíe eigenlijk, vraag je je af. Maar zo is IJsland. In Budir, op een net zo leeg lavaveld op het schiereiland Snaefellsnes, wonen vijf mensen, en die werken allemaal in hotel Budir. Een luxueus hotel, met een chef die dagelijks een vijfgangenmenu voortovert en IJslandse sagen navertelt, in een uithoek van het land, maar wel aan de voet van de Snaefellssjökull, de gletsjervulkaan die Jules Verne uitkoos als beginpunt voor zijn reis naar het middelpunt van de aarde.

Het is een tocht door het rare, het onwerkelijke en o zo aangename. Langs spuitende zwavelbronnen bij het Myvatn-meer, die dichtbij gevaarlijk kunnen zijn, want kokend. Eten in het Sel-hotel, waar een mannenstel hun restaurant runt en gul is met het nationale drankje Brennevin (‘dit moeten we vieren, we krijgen hier nooit mensen jonger dan 60’), en dan langs Dettifoss in het noorden, met 500 kubieke meter water per seconde, afkomstig van de kolossale Vatjajökull-gletsjer, de krachtigste waterval van Europa.

De natuur is de baas, denk je terwijl elektriciteitsmasten en -kabels de weg aangeven naar de bewoonde wereld in Akureyri, de tweede stad van IJsland (nu ja, een dorp van 20 duizend inwoners, tegen de 200 duizend in Reykjavik), vanwaar de bus naar de veerboot vertrekt. En dan is daar Grimsey, en is de overdondering weg, is er meer hemel dan aarde. Sta je midden in Breaking the Waves.

Vier van onze medepassagiers op de boot (drieënhalf uur varen) nemen de meest gebruikelijke route. Ze komen aan in de haven, informeren welke kant ze op moeten, lopen een kilometer richting het vliegveldje en zien dat rare ding op de poolcirkel. Foto met het ene been voor, andere been erover – en dan moeten ze snel naar Galleri Sol bij de haven, waar ze voor 500 kronen (5,50 euro) een certificaat krijgen waarop staat dat je inderdaad binnen de poolcirkel bent geweest. De boot laat zijn hoorn al klinken, opschieten, Helga moet er nog een handtekening op zetten.

Maar dit is nog niks. Je ziet het gebeuren: twee Japanse toeristen die net met een vliegtuigje zijn aangekomen uit Akureyri, spoeden zich naar de plek, nemen wat foto’s, rennen weer naar het begin van de airstrip en vliegen terug. Tien minuten Grimsey. Dank u wel en tot ziens. De piloot tekent een certificaat.

De kans is groot dat dit het eiland is waar toeristen korter blijven dan op welk eiland ook ter wereld. ‘Ik denk dat hier 6000 bezoekers per jaar komen, gemiddeld blijven ze één tot vier uur’, is de inschatting van Helga Bjornsdottir (62), tevens lerares op de lagere (en enige) school, en manager van guesthouse Gullsol.

Zo petieterig is Grimsey. Burgemeester Binni – iedereen heeft een bijnaam hier – is behalve hoofd van het gemeentecomité ook de verantwoordelijke voor het postkantoor, de luchthaven (zo eentje die zo uit een Lego-doos lijkt te komen) en voor de benzinepomp. Zijn vrouw Gudrun (‘Gunna’) staat achter de kassa van het supermarktje. In de zomermaanden, als de zon nauwelijks ondergaat, runt ze ook het aanpalende restaurantje (de ‘pub’), maar dat is net twee dagen geleden gesloten; de toeristen zullen vanavond niet verder komen dan de keukentafel in guesthouse Gullsol.

‘Dit is het IJsland van 50 jaar geleden’, zegt Helga. Maar dan iets moderner: op het eiland heeft iedereen een auto. Haar man Donald Johannesson (61), de schooldirecteur die over elf kinderen waakt: ‘Je moet hier genoegen nemen met een rustig leven, elke dag.’

Vervelen, nee hoor. De vrouwen hebben een vrouwenclub, de mannen een mannenclub. Donald: ‘We komen elke twee weken bijeen in een lokaal van de school. Koffie, cake, soms een diner. Twee, drie keer per winter komen de vrouwen mee en dan gaan we dansen. Ik heb nog nooit zoveel gedanst als hier op Grimsey.’

En dan is er nog het doktersbezoek, eveneens in een klaslokaal – bed en scherm staan er altijd. De dokter uit Akureyri vliegt één keer per maand over (alleen bij goed weer), en dan komt Grimsey bijeen. ‘Dat is een sociale happening’, zegt Helga. ‘Soms heb je enkel een vraag, maar iedereen is er. Zelfs het wachten vinden we leuk.’

Grimsey is ‘één grote familie’. Vroeger zo goed als letterlijk: toen Oude Inga in 1975 overleed (ze werd 101), was ze overgrootmoeder van alle kinderen op de school. Tegenwoordig gaan de meisjes na de lagere school naar Akureyri of Dalvik en blijven daarna vaak weg. De jongens komen meestal terug naar het eilandje, met ‘een meisje van het vasteland’. En waarom? Niet om de miljoenen zeemeeuwen, papegaaiduikers of zeekoeten die hier nog wat vogelliefhebbers trekken, of omdat dit de beste plek is in IJsland om het noorderlicht te aanschouwen. Wel omdat ze hier veel geld kunnen verdienen als visser of zeeman.

Vergis je niet, dit is een ‘miljonairseiland’. Op deze ogenschijnlijk nietige plek worden mensen rijk. Doorgaans vaart er een twintigtal boten per seizoen, die allemaal elke dag terugkomen met twee à vier ton vis, voornamelijk kabeljauw. De vissers hebben relatief hoge quota toegewezen gekregen: de grootste van het stel, het bedrijf van Oli Olason en zijn zoon Oli Bjarni Olason, mag 1300 ton per jaar vangen. Dat quotum gaan ze nu verkopen, ze stoppen ermee. Geschatte waarde: 2 miljard IJslandse kronen, zo’n 22 miljoen euro.

‘Ja, er zitten hier wel wat miljonairs’, zucht de hoofdmeester (die zichzelf niet tot de groep rekent).

De kabeljauw is de bindende factor. De schooldirecteur zingt er ook met de kinderen over in de klas. Hij op piano of keyboard. Stal og hfínur (Staal en mes) bijvoorbeeld, van IJslands nationale troubadour Bubbi, over mensen die hard werken in de visvangst. Andere favoriet: Oli let op. Over dé trots van Grimsey, echt gebeurd, in 1967: een 7-jarige jongen, Oli dus, ontdekt een ijsbeer tussen de schapen, die per ijsschots van Groenland moet zijn komen drijven. Hij blijft kalm. Twintig mannen trekken ten strijde, jagen de beer op en schieten hem dood, daar waar toeristen nu een handstandje doen omdat de poolcirkel er loopt. Wel, eigenlijk schoten ze de beer op het vliegveld ernaast, maar dat past minder lekker in zo’n onwerkelijk verhaal aan het randje van de wereld.

Waar je na een dag de rest van IJsland toch wel mist. Omdat daar op elke hoek de wereld lijkt op te houden en dan toch weer begint.

Videoverslag

Per trapje over de poolcirkel

> www.vk.tv

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden