Tien miljoen jaar per pagina

Je moet behoorlijk lef hebben om een ambitieus project aan te vatten als het schrijven van een boek over de ontwikkeling van het leven op aarde, een periode van maar liefst vier miljard jaar....

Natuurlijk, schrijft Fortey, is het bij een dergelijke klus noodzakelijk Newton te volgen, die het doorvorsen van de fysieke wereld als een soort strandjutten zag waarbij hij uit de eindeloze hoeveelheid rommel slechts de meest opvallende schelpen kon oppakken.

En daarin is paleontoloog Fortey uitstekend geslaagd. De 'schelpen' zijn door een mengeling van deskundigheid, persoonlijke ontboezemingen, belezenheid en een fraaie stijl tot een bijzonder boek aaneen gesmeed.

Fortey is in het dagelijks leven specialist op het gebied van trilobieten, uitgestorven geleedpotigen met een hard pantser, die ongeveer 570 tot 225 miljoen jaar geleden in zee leefden en die wereldwijd op grote schaal zij gefossiliseerd. Hij is verbonden aan het Natural History Museum in Londen en heeft al verschillende populaire boeken op zijn naam staan, waaronder The Hidden Landscape.

In zijn nieuwe boek, dat vorig jaar uitkwam bij HarperCollins en nu adequaat in het Nederlands is vertaald, hanteert hij een toegankelijke stijl die doorspekt is met verhelderende beeldspraak en duidelijke analogieën. Het geheel doet de lezer in vogelvlucht over de ontwikkeling van het leven op aarde zweven.

Dat is knap, maar het levert nog niet automatisch een onderhoudend boek op. Dat is deze ongeautoriseerde biografie echter óók geworden. De geschiedenis van het leven is doorspekt met doorkijkjes naar het leven van de auteur zelf. Daarin laat hij de lezer meebeleven hoe hij bijvoorbeeld zelf een bepaalde rotsformatie leerde kennen, wat hem daarbij opviel, of wat hij dacht toen een wetenschappelijke doorbraak werd gepubliceerd. En passant mag de lezer meegenieten van een blik in de borrelende wetenschappelijke keuken, waar achterklap, haat en nijd en carriëre-zucht om de voorrang strijden.

Zo beschrijft Fortey een bijeenkomst in Cardiff over het ontstaan van het leven op aarde. 'Ik zat naast een vrolijke professor in de Keltische talen, die mij de traditie van de barden uitlegde.' Om daarna moeiteloos door te gaan over de theorie van Fred Hoyle dat het leven uit het heelal afkomstig is.

Hoyle komt overigens niet bijster sympathiek voor het voetlicht. Net iets beter vergaat het Stephan Jay Gould, die moet incasseren dat hij in al zijn enthousiasme de belangrijkste aanwijzingen over het hoofd heeft gezien in de fossielen van de Burgess-shale, de formatie waarop Goulds reputatie zo ongeveer berust.

Fortey heeft het wel overduidelijk met zichzelf getroffen. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij op bijna irritant zelfingenomen wijze zijn expeditie naar Spitsbergen, samen met de één jaar oudere student Geoff.

Na maanden arriveert de post uit het verre Cambridge met daarin de examenuitslagen. Fortey heeft prachtige cijfers, een toekomst in de wetenschap gloort. Zijn partner, die een jaar verder is, kan een wetenschappelijke carrière wel vergeten. De prachtige nieuwe fossielen die ze dagelijks opgraven, zullen, zo beseffen ze beide, uitsluitend de carrière van Fortey vorm geven.

Net als Gould en Hoyle – dat moet Engelse beleefdheid zijn – krijgt ook Geoff achteraf nog een schouderklopje. 'Van nu af aan verzamelde ik op mijn manier, bepaalde ik de methoden, en gaf ik de toon aan. Ik wilde niets achterlaten. Het pleit voor Geoff dat hij de nieuwe situatie na een tijdje aanvaardde.'

Het is een tikje te zelfgenoegzaam allemaal, maar wie het boek daarom terzijde legt, doet zichzelf te kort. Fortey gebruikt zijn expeditieverhaal als een soort metafoor voor de rest van het boek, waarin ook alledaagse of toevallige gebeurtenissen de geschiedenis op zijn kop kunnen zetten. Net zoals Fortey zijn levensloop ziet veranderen door een brief in de ijzige kou van Spitsbergen.

Het leven op aarde kende en kent geen eenduidig scenario waarin de ene fase de andere volgens een vast plan opvolgt. 'Het is aantrekkelijk te denken dat dieren en planten zelf steeds beter willen worden, meer aangepast aan hun milieu, alsof het leven een soort kapitalistische onderneming is met als oogmerk de productiviteit en omzet steeds te laten groeien. Haaks hierop staat het denkbeeld dat vrijwel alles in de evolutie het gevolg is van het kille toeval, waar het leven doorheen blundert als een blinde op een slagveld', schrijft Fortey, zonder overigens zelf tot een duidelijke keus te komen.

De schrijver is op zijn best als hij met ruime penseelstreken de geschiedenis mag schetsen, af en toe gelardeerd met een strofe tamelijk overbodige wereldliteratuur. Het meest tot zijn recht komt Fortey dan ook in de eerste hoofdstukken, de beginperiode van het leven. Een paar miljoen jaar meer of minder doet er dan weinig toe.

Aan het eind van het boek lijkt de gedreven schrijver iets bekoeld. Met het uitsterven van dinosauriërs, de opkomst van de zoogdieren en het ontstaan van de mens, wordt het boek wat voorzichtiger en meer op details en de verschillende wetenschappelijke standpunten gericht. Alsof de lefgozer van de eerste miljarden jaren hier wat meer op zijn tellen moest passen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden