AnalyseTien jaar oorlog in Syrië

Tien jaar oorlog heeft Syrië geruïneerd – en ook voor de komende 10 jaar is er geen reden tot optimisme

Tien jaar na het begin van de burgeroorlog is Syrië zowel fysiek als sociaal-economisch geruïneerd. Vluchtelingen hebben niets om naar terug te keren. ‘Het land is over de rand van de afgrond geduwd.’

In de Noordwest-Syrische provincie Idlib eet een familie de iftar-maaltijd in wat nog over is van hun huis.Beeld AFP

Twee jaar nadat het Syrische regime de laatste rebellen en jihadisten verjaagde uit de buitenwijken van Damascus, straalt het glimlachende gelaat van de Syrische president Bashar al-Assad vanaf de gevels en lantaarnpalen zijn onderdanen weer tegemoet. Als vanouds, maar tegenwoordig vaak voorzien van onderschriften als ‘Meester der Overwinning' of ‘Al-Assad (de leeuw, red.) heeft gewonnen’.

Eromheen, zoals elders in het land, is het een ravage: uitgebrande gebouwen, wegen vol kraters, verwoeste waterleidingen. Tussen het puin klinkt het gerochel van generatoren die het elektriciteitstekort pogen te compenseren, gevoed door gerantsoeneerde diesel waarvoor Syriërs urenlang in de rij moeten staan. Als ze de brandstof al kunnen betalen, want het Syrische pond is nog geen vijftigste waard van wat hij eind 2010 was en 80 procent van de Syriërs leeft onder de armoedegrens. Er is voedselhulp nodig voor 9,3 miljoen van hen.

Assad mag op veel plaatsen de oorlog gewonnen hebben, zijn regime regeert over een ruïne. Wie dacht dat vanuit die ruïne de wederopbouw kan beginnen, nu het geweld in grote delen van het land is afgenomen, komt bedrogen uit. Syrië is in de greep van een rap escalerende economische en humanitaire ramp, het resultaat van tien jaar oorlog, verergerd door onder meer de coronacrisis. Dat is het Syrië waarnaar vluchtelingen moeten terugkeren, als het aan zijn buurlanden en sommige Europese beleidsmakers ligt.

Het overgrote deel van de Syrische vluchtelingen is niet van plan naar huis te gaan. Althans, niet in deze omstandigheden. Naar huis? Welk huis? De oorlog heeft niet alleen huizen en infrastructuur in puin gelegd, ook in sociaal en economisch opzicht is het land geruïneerd.

In een oorlog, zeker zo’n grootschalige en nietsontziende als die in Syrië, komen gevaar en onrust niet alleen van rondvliegende kogels. Mensen verlieten hun woonplaats omdat er geen werk meer was en de bodem was bereikt. In hun afwezigheid werden huizen, landbouwgrond en andere bezittingen verwoest door het oorlogsgeweld. Op weg naar Europa verkochten zij hun laatste eigendommen om smokkelaars voor de overtocht te betalen, wie in de regio bleef verteerde daar alle reserves. Jonge mannen vluchtten ook vaak uit angst het leger in te moeten.

Wat is er voor nodig Syriërs te laten terugkeren?

‘Het te volgen pad is duidelijk: een internationale, breed gedragen politieke en diplomatieke inspanning onder leiding van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR om een vrijwillige, veilige en waardige terugkeer naar Syrië mogelijk te maken’, zegt Jan Egeland, secretaris-generaal van de Norwegian Refugee Council, een van de actiefste hulporganisaties in Syrië. 

‘Arme en wanhopige Syriërs die in de regio verblijven moeten kunnen terugkeren, en dan ook iets hebben om naar terug te keren: een huis, scholing voor hun kinderen, de kans op een menswaardig bestaan en de garantie dat ze niet eindigen in handen van een van het dozijn veiligheidsdiensten.’

Geen Bosnië

Als Ayman Gharaibeh, hoofd van UNHCR in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, wordt gevraagd of zo’n inspanning in pijplijn zit, zucht hij. ‘In een ideale situatie is het conflict voorbij en is er zowel op nationaal als internationaal vlak de politieke wil om verder te gaan. Een voorbeeld hiervan zijn de Dayton-akkoorden, waarmee in 1995 een einde kwam aan het conflict in voormalig Joegoslavië, die omvatten heldere afspraken over terugkeer, investeringen en wederopbouw. Honderdduizenden Bosniërs keerden terug.’

Maar we leven in een andere en meer verdeelde wereld, zegt Gharaibeh. Bovendien is er een leiderschapsvacuüm; niemand neemt het voortouw. ‘De VS zijn vooral bezorgd over Iran en terrorisme. Regionale machten zoals Saoedi-Arabië en andere golfstaten willen hun eigen positie versterken. Noem mij één breed gedeeld standpunt van de EU ten opzichte van Syrië. Werkelijk iedereen heeft een plan voor Syrië.’

Bovendien is het conflict geenszins voorbij. In de noordwestelijke provincie Idlib, waar een fragiele wapenstilstand heerst, wachten de laatste rebellen en jihadisten op wat een van de bloedigste veldslagen van de tienjarige oorlog zou kunnen worden. Zeker 900 duizend burgers zitten er opeengepakt in het grensgebied met Turkije, verstoken van voldoende voedsel en noemenswaardige medische hulp. Zij dreigen samen met de oppositiestrijders verpletterd te worden tussen aanstormende Syrische troepen enerzijds en de gesloten Turkse grens anderzijds.

In het noordoosten van Syrië zijn de Koerden, die daar jarenlang de strijd tegen Islamitische Staat op zich namen, ernstig verzwakt nadat Turkse militairen een gebied langs de Turks-Syrische grens innamen. Dat gebeurde met goedkeuring van de VS, die zijn troepen deels terugtrokken. Het resultaat was een wapenstilstand, waarbij de Koerden een deel van het binnenland voorlopig mochten blijven besturen. Islamitische Staat is er zijn gebied kwijt, maar pleegt nog altijd aanslagen op Koerdische leiders en terroriseert de bevolking.

In het zuiden, langs de Jordaanse grens, toont kleinschalig maar aanhoudend geweld hoe broos de ‘overwinning’ van Assad is. Je kunt met Iraanse stoottroepen en Russische vliegtuigen wel een opstandige bevolking in submissie schieten, maar als de randvoorwaarden van een behoorlijk bestaan – voedsel op tafel, een dak boven je hoofd, hoop op een toekomst voor je kinderen – afwezig blijven, steekt de oppositie vanzelf weer de kop op. Tekenend is dat vanuit Jordanië regelmatig vluchtelingen terugkeren naar het zuiden van Syrië, om toch maar weer hun biezen te pakken.

Etnische zuivering

‘Circulaire migratie’, noemt Dawn Chatty dat. Chatty is emeritus hoogleraar, voormalig directeur van het Refugee Studies Center aan Oxford en Midden-Oosten-expert. Terugkeerders, zegt zij, volgen vaak een patroon. Wie in de regio is gebleven – het overgrote deel van de vluchtelingen – en van familie hoort dat de situatie thuis kalmer wordt, stuurt een verkenner vooruit – het hoofd van de familie of de oudste zoon – om te kijken hoe het huis erbij ligt, de zaak, het land. Bij goed nieuws volgt de rest van het gezin, maar als later blijkt dat de boel niet stabiel is, vertrekken ze weer. De cyclus eindigt pas als het conflict voorbij is en hun veiligheid gegarandeerd is.

Iets vergelijkbaars speelt zich af onder Syrische vluchtelingen in Europa, zegt Chatty. ‘Het afgelopen jaar gingen veel Syrische vluchtelingen vanuit Duitsland poolshoogte nemen in Syrië. Prompt belden ze hun familie in Europa: kom niet. Een belangrijke reden is ook de opstelling van het regime. Veel Syriërs die zijn teruggegaan, worden door de veiligheidsdiensten opgepakt. Soms voor een paar dagen, soms een paar weken, soms komen ze helemaal niet meer terug. We vermoeden dat het regime het zekere voor het onzekere neemt en jonge mannen oppakt voor ondervraging, om te kijken of ze zich niet aan oppositie-activiteiten schuldig hebben gemaakt. Of dat het regime ze dwingt om in het leger te vechten.’

Het regime. Als er één speler is die moet aansluiten bij de ‘breed gedragen diplomatieke en politieke inspanning om veilige en duurzame terugkeer’ mogelijk te maken, is het Damascus. Publiekelijk zegt het regime: alle vluchtelingen zijn welkom. Maar afgaand op haar acties heeft het regime, of in ieder geval een invloedrijk deel daarvan, andere plannen: uit de as van het verwoeste land moet een nieuwe natie ontstaan, met nieuw getrokken demografische lijnen, ingericht volgens de voorkeuren van het regime en gespeend van gevaarlijke elementen. Opdat het voortbestaan van het regime nooit meer bedreigd zal worden zoals het de afgelopen tien jaar werd bedreigd.

Het regime ziet vluchtelingen – veelal burgers afkomstig uit de soennitische meerderheid, die ook de rebellie is gaan domineren – als verraders, zegt Chatty, en wil ze helemaal niet terug hebben. Kijk maar naar de wet die het regime in 2018 afkondigde: iedereen die niet binnen een jaar kan bewijzen welk land of onroerend goed van hen is, raakt het kwijt.

‘Mensen zijn halsoverkop gevlucht en hebben alle papieren achtergelaten, als ze die al hadden: veel Syriërs in bijvoorbeeld landelijk Damascus woonden al decennialang in informele gemeenschappen. Al-Assad doet hetzelfde als zijn vader in de jaren tachtig deed nadat hij de opstandige stad Hama met de grond gelijkmaakte: bulldozers eroverheen en kantoorgebouwen neerzetten. Zo kan hij de demografie naar zijn hand zetten en kunnen eventuele lastpakken niet meer terug kunnen komen. Pure etnische zuivering.’

Tussenkopje

Niet iedereen deelt deze visie. ‘Er zijn zeker elementen binnen het regime die dit willen’, zegt een hooggeplaatste voormalige Europese diplomaat. ‘Maar miljoenen ontheemde burgers die verpieteren aan de grenzen is ook tamelijk genant voor het regime, en bovendien een veiligheidsrisico: er groeit een kwade, achtergestelde generatie op die in de toekomst de wapenen kan opnemen. Denk aan hoe de PLO ontstond vanuit de Palestijnse vluchtelingenpopulatie.’

Volgens de VN is zeker 210 miljard euro nodig om een begin te maken met de wederopbouw, maar vooralsnog gaat er daarvoor geen cent naar Syrië; zelfs VN-agentschappen kunnen niet om het regime heen en westerse donoren maken geen miljarden over als die in Assads handen kunnen vallen. Rusland en Iran beschikken over de middelen noch de wil om zulke bedragen in het land te stoppen. De EU, de Wereldbank, het IMF: in ruil voor steun willen zij beloften van politieke hervorming, burgerlijke vrijheden en enige democratisering.

En dan is er nog de Caesar-wet, die nieuwe, strenge Amerikaanse sancties oplegt en investeren in ­Syrië vrijwel onmogelijk maakt, dus ook investeren in heropbouw.

Ze zeggen het stuk voor stuk, de pleitbezorgers en de onafhankelijk analisten: er is geen reden tot optimisme. Tel daarbij de covid-19-crisis op, die in Syrië bijna onzichtbaar maar snel om zich geen grijpt en die potentiële buitenlandse donoren thuis tientallen miljarden kost. 

‘Maar wat we nu doen’, zegt Egeland, ‘is het probleem vooruitschuiven – kicking the can down the road. Als we zo doorgaan, ontstaat een probleem dat nog generaties lang zal voortduren.’

De vluchtelingencrisis, vijf jaar later

Anderhalf miljoen vluchtelingen zochten in 2015 hun heil in Europa. Wat is er werkelijkheid geworden van alle hoop en vrees? Vijf jaar later onderzoeken we het in een special. Op deze pagina vind je alle stukken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden