Analyse Android telefoon

Tien jaar geleden kwam de Android op de markt: hoe werd het toestel zo populair?

Precies tien jaar geleden kwam het eerste Android-toestel op de markt, een log bakbeest met uitschuifbaar toetsenbord. Inmiddels gebruiken miljarden mensen apparaten die op Android draaien. Google, dat het besturingssysteem voor een prikkie kocht, vaart er wel bij. Maar het is de vraag of het succes stand houdt.

T-Mobile G1 Beeld T-Mobile

Hoe het begint

Android wordt in 2003 opgericht door Andy Rubin, Nick Sears, Rich Miner en Chris White. Hun oorspronkelijke doel: het ontwikkelen van een besturingssysteem voor digitale camera’s. Een paar maanden later verleggen ze hun aandacht al naar de veel aantrekkelijker markt van de mobiele telefoon. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: een open softwareplatform, gebaseerd op Linux, waar andere fabrikanten hun producten op kunnen bouwen. De iPhone bestaat nog niet en de markt wordt in die tijd gedomineerd door merken als Nokia (met het systeem Symbian) en Blackberry, dat ook op een eigen besturingssysteem draait. Al snel weet het prille bedrijf uit Californië de aandacht te trekken van de grote buurman Google, waarna in 2005 de overname volgt. Naar verluidt betaalt Google enkele tientallen miljoenen voor Android. Veel geld voor een startup, maar met de kennis van nu een schijntje. Google koopt namelijk werelddominantie.

Het eerste toestel

Eind 2006 verschijnt een eerste prototype smartphone met Android. Deze lijkt sterk op de dan gangbare Blackberry’s - met een liggend schermpje en een groot, fysiek toetsenbord. Apple werkt intussen in het geheim aan zijn iPhone en diens komst in 2007 dwingt Google de zaken anders aan te pakken. Dit resulteert in september 2008 in de HTC Dream. HTC is een dan nog onbekende Taiwanese elektronicafabrikant. De reacties op het nieuwe product - ook bekend onder de naam T-Mobile G1 - zijn wisselend. Zo noemt The Wall Street Journal de G1 ‘de eerste echte concurrent voor Apples iPhone’, maar vinden Wired en PC Magazine het een ‘weinig opwindend’ toestel. New York Times-redacteur Saul Hansell schrijft zuinig op zijn weblog: ‘Na twintig minuten spelen is mijn eerste indruk dat Googles telefoon zich verhoudt tot de iPhone zoals de pc zich verhoudt tot de Mac.’ Toch wordt de G1 een succes.

Snoep

Iedere variant van Android heeft niet alleen een versienummer, maar ook een snoepgoednaam. De eerste versie van de software heet nog 1.0, maar daarna begint Google te strooien met namen als Petit Four, Cupcake, Donut, Ice Cream Sandwich, KitKat, Lollipop en Marshmellow. Inmiddels zijn we aanbeland bij 9.0, ofwel Pie.

Fragmentatie

Het oorspronkelijke idee om een open platform te ontwikkelen waar iedereen toestellen omheen kan bouwen blijkt al snel succesvol. De populariteit van de oude machthebbers Nokia en Blackberry neemt in rap tempo af en Microsoft mist de boot. Tegelijkertijd nemen uiteenlopende fabrikanten als HTC, Motorola, Samsung en Sony hun toevlucht tot het gratis Android. Ze hoeven zelf geen systeem te ontwikkelen en - bijkomend voordeel - het publiek begint gewend te raken aan Android. De strategie heeft echter ook een belangrijk nadeel: fragmentatie. Veel fabrikanten maken hun eigen schilletje rond Android, met eigen kleurtjes, icoontjes en apps die standaard worden meegeleverd. In de praktijk betekent het ook dat het vaak erg lang duurt voordat deze makers de laatste versie van Android op hun mobieltjes beschikbaar stellen. Met alle veiligheidsproblemen van dien.

Stijgend marktaandeel

Veiligheidsissues of niet, de groeiende populariteit van Android lijkt geen grenzen te kennen. Het systeem zit niet alleen op toestellen die met dure iPhones moeten concurreren, maar ook op goedkope toestellen. Hiermee wordt de smartphone ineens voor iedereen bereikbaar. Android is inmiddels met afstand (88 procent van alle mobieltjes heeft Android) het meestgebruikte systeem voor telefoons. Op Apple’s iOS na is de rest weggevaagd op de mobiele markt. Ook Nokia’s draaien sinds hun wedergeboorte gewoon op Android. Hetzelfde geldt voor Blackberry. En Microsoft? Dat heeft zijn poging een rol van betekenis te spelen op de mobiele markt gestaakt. Android is bovendien tegenwoordig ook terug te vinden op minder draagbare apparaten als koelkasten, televisies en slimme speakers. Binnenkort worden auto’s van Renault, Nissan en Mitsubishi uitgerust met infotainmentsystemen die draaien op Android.

Openheid

Android en iOS van Apple verschillen radicaal in hun aanpak. Apple’s iOS is niet opengesteld voor andere fabrikanten. Er is maar één telefoon die er gebruik van maakt: de iPhone. Deze innige verwevenheid is de kracht. Hardware en software werken naadloos samen en Apple heeft totale controle over het hele proces. Bovendien controleert Apple veel strenger dan Google wat er in zijn appstore terecht komt en wat niet. Dat heeft voor- en nadelen. Android-adepten moeten niets hebben van de gesloten Apple-cultuur waar alles draait om Apple zelf, terwijl Apple-adepten smalend kijken naar de veelvuldig opduikende dubieuze apps in de Google Play Store.

App-winkel

Die Google Play Store groeit de eerste jaren onstuimig. Van enkele tientallen apps in het begin in 2008 tot 3,5 miljoen eind vorig jaar. Genoeg apps, maar Google slaagt er nog steeds minder goed in dan Apple om zijn klanten ervoor te laten betalen. Waar het wél wonderbaarlijk goed in slaagt: zijn eigen apps in de etalage zetten. Gmail, Maps, YouTube en Play Store verschenen op miljarden toestellen, al dan niet voorgeïnstalleerd. 

Te dominant

Die praktijk leidt tot veel onvrede. Google heeft zich getransformeerd van een bedrijf dat zijn geld niet alleen op desktops verdient, maar toenemend ook op mobieltjes. Volgens Europa gaat het bedrijf daarin te ver: Google doet er alles aan om de eigenaren van mobieltjes via Google Search te laten zoeken. Het bedrijf zou fabrikanten als Huawei, Samsung en Sony dwingen hun toestellen te leveren met een bundeltje voorgeïnstalleerde Google-apps. Daarin zitten ook de mobiele variant van browser Chrome en Google Search, waarmee het geld wordt verdiend. Dat is illegaal en een ongekende vorm van machtsmisbruik, stelde de Europese Commissie deze zomer, waarop een boete van maar liefst 4,3 miljard euro volgde. Volgens critici is de macht van Googles moederconcern Alphabet zo groot dat er maar één optie overblijft: opknippen.

China

Een ander gevaar voor Android kan uit China komen. Smartphoneproducenten Huawei (inmiddels nummer twee achter Samsung), Xiaomi (vier) en Oppo (vijf) zitten stevig in de lift. Ze maken alle gebruik van Android, en zijn er dus afhankelijk van. Mocht de handelsoorlog met de VS verder escaleren, dan zou het verstandig zijn een eigen besturingssysteem achter de hand te hebben – naar verluidt is Huawei zelfs al bezig met de ontwikkeling ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.