Tica-voorzitter Buurmeijer voert sociale zekerheid liever alleen met vakbeweging en werkgevers uit 'Ik zie geen noodzaak voor komst kroonleden'

Bij de uitvoering van de sociale zekerheid worden behalve de sociale partners ook kroonleden betrokken. F. Buurmeijer, voorzitter van het instituut dat nu de hervormingen in de sociale zekerheid leidt, is niet daar geen voorstander van....

GIJS HERDERSCHEE

Van onze verslaggever

Gijs Herderschêe

AMSTERDAM

De slager is bekeerd tot de dierenbescherming. F. Buurmeijer, in 1993 nog voorzitter van de parlementaire-enquêtecommissie vanwege de uitvoering van de sociale zekerheid, staat nu pal voor de betrokkenheid van werkgevers en vakbeweging. De commissie wilde hen juist 'op afstand' zetten.

In de enquêtecommissie kon Buurmeijer vrijuit praten. Nu is hij met handen en voeten gebonden. Hij is voorzitter van het Tijdelijk instituut coördinatie en afstemming (Tica). Daarmee leidt hij de hervorming van de sociale zekerheid. Weliswaar zijn sociale partners inmiddels hun directe betrokkenheid bij de uitvoering van werkloosheidswet en de arbeidsongeschiktheidswetten AAW en WAO kwijtgeraakt, maar zij coördineren onder leiding van Buurmeijer nog wel samen de uitvoering in het Tica.

Het kabinet wil het Tica op 1 januari vervangen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). Daarin moeten behalve sociale partners ook onafhankelijke 'kroonleden' komen.

Het laatste bastion van vakbeweging en werkgevers wordt zo geslecht. Uiteraard zijn zij kritisch. Maar ook Buurmeijer, ooit hun grote criticaster, is niet gelukkig. 'Er zijn geen onoverkomelijke bezwaren tegen de komst van kroonleden. Maar ik noch vakbeweging noch werkgevers zien de toegevoegde waarde', zegt hij voorzichtig.

'In het Tica werken we goed met alleen vertegenwoordigers van sociale partners', zegt onafhankelijk voorzitter Buurmeijer. 'Tot nu toe is het Tica-bestuur steeds eensgezind. Er is nog nooit gestemd. Met kroonleden loop je de kans dat er bij meningsverschillen tussen sociale partners gezocht gaat worden naar losse, zwevende stemmen onder de kroonleden. Ik zie dan ook geen noodzaak voor de komst van kroonleden. De minister en staatssecretaris van Sociale Zaken gaan er echter van uit dat het wel de wens van de Tweede Kamer is. Dat respecteer ik.'

Als het Tica wordt opgeheven, vervalt Buurmeijers baan. Een overstap naar het nieuwe instituut Lisv ligt voor de hand. 'Dat is nu niet aan de orde.'

Het Lisv-bestuur wordt wel kleiner dan het Tica-bestuur. Leveren vakbeweging en werkgevers aan het Tica ieder tien bestuurders, dat wordt voor het Lisv teruggebracht tot drie. Naast drie kroonleden en de onafhankelijk voorzitter krijgt het Lisv-bestuur zo tien leden tegen 21 bij het Tica. 'Dat is ook de opzet in het nieuwe CBA, het landelijke bestuur van de arbeidsbureaus.'

Buurmeijer vermoedt - 'maar niet meer dan dat' - dat minister Melkert van Sociale Zaken en diens staatssecretaris Linschoten nog een ander doel hebben. 'Door de bestuurssamenstelling van arbeidsbureaus en Lisv op dezelfde leest te schoeien is het beleid makkelijker onderling af te stemmen.'

Onder leiding van Buurmeijer experimenteren arbeidsbureaus, uitvoerders van de sociale zekerheid en de gemeentelijke sociale diensten met nauwe samenwerking. Buurmeijer verzet zich heftig tegen de suggestie dat er stilletjes wordt toegewerkt naar één 'uitkeringsfabriek' met één loket voor uitkeringen en vacatures.

'Er worden nu volop samenwerkingsvormen opgezet. In het najaar willen we - Tica, CBA en gemeenten - daar een hoofdlijn uit distilleren. Die wordt dan aan het kabinet gerapporteerd. De politiek moet daar conclusies aan verbinden.'

Naast die samenwerking speelt het Tica een hoofdrol in de discussie over de 'sectorraden'. Deze raden moeten op 1 januari 1997 de achttien bedrijfsverenigingen vervangen. Elk bedrijf of organisatie is nu verplicht bij een bedrijfsvereniging aangesloten.

De nieuwe indeling van het bedrijfsleven in sectorraden is cruciaal als op 1 januari 1997 volgens de kabinetsplannen premiedifferentiatie in de WAO wordt ingevoerd. Nu is er nog één landelijke premie voor WAO en AAW. Het kabinet wil dat er verschillende premies per 'sectorraad' komen die vervolgens binnen de raad uiteen lopen aan de hand van het aantal WAO'ers per bedrijf. Ook krijgen bedrijven de mogelijkheid zichzelf te verzekeren tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico.

Sociale Zaken heeft voorgesteld om groepen bedrijfsverenigingen simpelweg samen te voegen. 'Slechte' risico's worden dan gebundeld met 'goede'. Zo komen de bouw, de houtverwerking en het uitzendwezen bij elkaar in één sectorraad.

'Dat is een onwerkbaar voorstel', meent Buurmeijer. 'De houtbedrijven zullen collectief vertrekken en zichzelf verzekeren. Zo zullen steeds de lage risico's zichzelf verzekeren tot de allerslechtste groepen overblijven.' De WAO-premie voor de sectoren met een hoog arbeidsongeschiktheidsrisico zullen daardoor snel hoog oplopen. Dat gaat ten koste van de werkgelegenheid. De premie wordt immers in de prijs doorberekend.

'Er is ook geen sociaal-economisch verband in het voorstel van Sociale Zaken', zegt Buurmeijer. 'Het is juist onze bedoeling dat cao's volledig binnen één sectorraad komen. De sector kan dan ook cao-afspraken over sociale zekerheid verwerken.' Buurmeijer doelt op aanvullende verzekeringen voor bijvoorbeeld het 'WAO-gat' of aanvullingen op de wettelijke uitkering bij ziekte, 70 procent van salaris.

Buurmeijer ziet wel oplossingen. 'We werken door aan het model dat aansluit bij cao's. Daar kan de WAO-premie op aansluiten. Of het kabinet maakt voor de WAO een aparte, puur administratieve indeling. Maar dat lijkt me niet nodig als ze geduld hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden