Thuiszorg tuimelt in zelfgegraven graf

IN de strijd om het voortbestaan van de traditionele instellingen voor thuiszorg (gezinsverzorging, kruiswerk en kraamzorg) blijkt de werkgeversvereniging Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) in grote mate hinder te ondervinden van de eigen strategische keuzen uit het recente verleden....

Dat werpt een bijzonder licht op het plan van de LVT om grote delen van de cao af te schaffen. Het lijkt er sterk op dat de 130 duizend werknemers in deze sector aangeslagen worden voor de fouten die de bestuurders in deze sector maakten.

De traditionele thuiszorg vreest verlies van marktaandeel aan de commerciële thuiszorgbureaus. Deze bureaus sprongen een aantal jaren geleden in het gat dat ontstond door capaciteitsgebrek en onvoldoende kwaliteit bij de traditionele organisaties.

Het door de LVT omarmde plan-Simons, dat door concurrentie tussen aanbieders van zorg de doelmatigheid en de kwaliteit in de zorgverlening wilde stimuleren, gaf ruimte voor een verdere ontwikkeling van de commerciële bureaus. Deze wisten immers bij een aanvaardbare en soms hogere kwaliteit, aanmerkelijk lagere prijzen op de markt te brengen. Tegen die aantasting van het marktaandeel heeft de LVT zich nimmer willen verzetten. De LVT zag in het plan-Simons een uitbreiding van het eigen marktaandeel, omdat vele gebruikers van zorgvoorzieningen thuiszorg zouden verkiezen boven verzorging en verpleging in een instituut.

Zelfs toen alle politieke steun voor het plan-Simons was weggevallen, steunde de LVT het nog, tegen interne protesten in. Daardoor koos de LVT willens en wetens voor de vrije concurrentie met overige thuiszorgaanbieders.

De concurrentie zou de positie van thuiszorginstellingen versterken, de kwaliteit van de zorg verhogen en het prijsniveau drukken. Nu blijkt het tegendeel.

In de strategie de eigen positie te vesterken nam de LVT het plan van - ook al weer - Simons over, de vele kleinere instellingen te doen fuseren tot grootschalige regionale thuiszorgorganisaties. Ook dat zou de marktpositie moeten versterken ten opzichte van de veelal kleinere commerciële bureaus, de kwaliteit van de geboden zorg moeten verbeteren, maar ook en vooral de kosten laten dalen.

Grootschalige organisaties zouden doelmatiger kunnen werken door minder overhead en door de zorg te laten uitvoeren door lager geschoold en dus lager gehonoreerd personeel. Die fusies in gezinsverzorging en thuiszorg zijn met veel tamtam en kosten aan organisatieadviseurs in gang gezet en op veel plaatsen gerealiseerd. De beoogde financiële opbrengst van 250 miljoen per jaar - zo'n 7 procent van wat er totaal omgaat in de sector! - is echter uitgebleven.

Dat is lang verdoezeld met kreten als 'de kost gaat voor de baat uit', maar zo langzamerhand is voor de VWS-ambtenaren, de Ziekenfondsraad en het parlement wel duidelijk dat het er niet van komt. De beoogde prijsdaling is derhalve als sneeuw voor de zon verdwenen. Ook daarvoor was gewaarschuwd.

Evenmin is de verschuiving van zorgtaken naar lager opgeleiden van de grond gekomen. Dat had met een verlies aan arbeidsplaatsen onder wijkverpleegkundigen gepaard moeten gaan. Die stap hebben de werkgevers, de LVT, nooit durven en willen nemen.

Met al die zelfgekozen ongeluksstrategieën heeft de LVT dus het onheil van de concurrentie over zichzelf afgeroepen. Diezelfde concurrentie vindt men nu oneerlijk.

Overigens preekt men tegen eigen parochie. Veel traditionele instellingen hebben de verleiding niet kunnen weerstaan zelf een commercieel bureau op te richten en hebben daarmee de eigen concurrent op de markt gezet. Zelfs de voorzitter van LVT, tevens directeur van een provinciale thuiszorgorganisatie, staat aan het hoofd van een dergelijke BV.

In de eigen LVT-gelederen stuit deze hypocrisie op weerstand. Je kunt niet enerzijds klagen over onvoldoende bescherming voor de traditionele instellingen en de zware lasten van de regelgeving en dure cao en anderzijds zelf actief die regelgeving en cao ontduiken.

De LVT meent nu zijn gram te moeten halen op de kennelijk te dure cao. Die cao is nog geen drie maanden oud. De cao's voor gezinsverzorging en kruiswerk zijn in elkaar geschoven met het onvermijdelijke gevolg van meerkosten. Blijkbaar wenst de LVT het niveau van de secundaire arbeidsvoorwaarden te verlagen. Voorzienbaar is dat ook deze strategie zal mislukken. Immers, de onderhandelingen in de instellingen zullen starten met het huidige niveau van arbeidsvoorwaarden als ondergrens.

De LVT zou er beter aan doen zijn leden, waaronder de voorzitter, op te roepen niet langer via de commerciële activiteiten de eigen cao en de eigen geloofwaardigheid te ondergraven, om vervolgens serieus met de cao-partners te gaan overleggen. Dan zal blijken dat waar redelijke en integere argumenten worden aangevoerd, vakorganisaties tot medeverantwoordelijkheid voor de continuïteit van de traditionele thuiszorgorganisaties te verleiden zijn.

Overigens, doordat de thuiszorg-cao algemeen verbindend is of wordt verklaard, is deze ook van toepassing op de commerciële bureaus, al ontkent de LVT dat.

De traditionele thuiszorg zal alleen aan haar zelfgegraven graf kunnen ontkomen door te kiezen. Wie kiest voor de onbeheerste concurrentie, moet niet jammeren als 'de tucht van de markt' zijn werk doet. Wie kiest voor een volksgezondheidsstelsel, het waarborgen van kwaliteit, continuïteit en een zekere bescherming tegen de commercie, zal zich uit de commerciële activiteiten moeten terugtrekken.

O. Jongsma

De auteur was directeur van een thuiszorginstelling en werkgevers-onderhandelaar voor de cao-gezinsverzorging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.