Thuiszorg móét anders

Stop met het gejammer over de thuiszorg, zegt Annelies de Wit. Het is goed dat schoonmaken weer de kern wordt....

Annelies de Wit

Er is veel geschreven over de afbraak van de huishoudelijke hulp in de thuiszorg, maar weinig weerwoord gegeven aan de klagers. Daarom bij deze.

Bijna twintig jaar werken in en met de thuiszorg heeft mij geleerd hoe verkwistend en hoe buitengewoon verwend en overdreven wij omgingen en omgaan met het eisen, toekennen en ontvangen van gesubsidieerde huishoudelijke hulp. Het is al lang duidelijk dat dit op deze voet niet door kan gaan.

Vooropgesteld: het is belangrijk dat mensen die het zelf niet kunnen, geholpen worden om in hygiënische omstandigheden te leven. Daarvoor is de hulp van de thuiszorg. Gaandeweg is daar van alles bijgekomen. Van de huishoudelijke helpster werd ook verwacht dat ze controleerde, signaleerde, stimuleerde en ondersteunende gesprekken voerde. Er kwamen cursussen om hen daarvoor geschikt te maken. Zo werden ze semiverzorgende maatschappelijk werksters. Geweldig leuk en interessant voor de helpsters zelf, maar de klant verwacht nog steeds dat er vooral wordt schoongemaakt.

Andersom beklaagden de helpsters zich omdat ze hun nieuw verworven kennis nauwelijks of niet in de praktijk konden brengen, omdat de klant vóór alles wilde dat er goed werd schoongemaakt.

Natuurlijk ging en gaat het niet bij iedereen zo en blijft er een categorie klanten waarbij extra vaardigheden wenselijk en noodzakelijk zijn. Ik durf echter te stellen dat dit bij 80 procent van de klanten niet nodig was en is. Bij hen wordt het werk door relatief dure, te hoog geschoolde en daardoor teleurgestelde mensen verricht.

Dat betekent dat het schoonmaakwerk goedkoper kan worden uitgevoerd dan nu, zonder dat de kwaliteit erop achteruit gaat. Geld dat daardoor vrijkomt kan elders in de zorg worden benut. Opgeleide verzorgsters kunnen, misschien met lichte bijscholing, terecht in de zorg waar tekorten zijn: de handen aan het bed of nabij het bed, soms bij de zieke thuis, maar ook in instellingen.

In de discussie over de thuiszorg wordt vaak gejammerd over de inzet van alphahulpen. Ten onrechte. De alphahulp biedt veel vrouwen (soms ook mannen) die de handen uit de mouwen willen steken de kans om zich tijdens de schooluren van hun kinderen maatschappelijk nuttig te maken en wat extra inkomen te verwerven. Alpha-hulpen zijn doorgaans zelfstandige, krachtige vrouwen, die hun eigen tijd willen indelen, die meestal een eigen huishouding runnen, en die beter dan menigeen weten hoe een wc of een doucheruimte moet worden gereinigd en wanneer een koelkast moet worden schoongemaakt.

Maar vereenzaming en isolement tegengaan is iets anders. Lang niet iedereen die een schoonmaker nodig heeft is aan het vereenzamen en wie vereenzaamt, is weinig gebaat bij drie uur ramenlappen en stofzuigen in de week.

Voor ouderen die bang zijn te vereenzamen biedt onze maatschappij tal van mogelijkheden om contacten te hebben, zoals met gesubsidieerde dagbesteding, gesubsidieerd personenvervoer, gesubsidieerd clubhuiswerk, gesubsidieerde uitstapjes. Het leven van de ouderen wordt troostelozer voorgesteld dan het in veel gevallen is. Het mag ook wel eens gezegd worden dat er voor ouderen fantastisch veel gedaan wordt door vrijwilligers en hun organisaties, die het mensen naar de zin willen maken. Bovendien loopt er een leger van fitte vutters rond die voldoende tijd hebben voor sociaal contact en zelf profijt kunnen hebben van die contacten.

Dat de gemeenten er nu op toezien dat niet onnodig dure en overgeschoolde krachten eenvoudig schoonmaakwerk doen, is een goede zaak. Het is te begrijpen dat mensen protesteren en de hulp willen behouden die hen ooit is toegekend, maar het is te hopen dat Bussemaker en de gemeenten de rug recht houden. En dat ze niet toegeven aan het ongenuanceerde en telkens herhaalde lied van Agnes Kant, die volhoudt dat het niet minder kan, dat iedereen ongelimiteerd en ongecontroleerd moet krijgen waar hij of zij om vraagt en die er niet bij vertelt hoe hoog de lasten zijn en dat die lasten moeten worden opgebracht door gewone mensen, met hele gewone inkomens. En die er ook niet bij vertelt dat in het overgrote deel van de thuiszorg de geschooldheid zeer weinig tot niets toevoegt aan de kwaliteit van het schoonhouden.

Wie verder vooruitkijkt dan de volgende verkiezingsuitslag , weet dat mensen die nu 60 of jonger zijn, wanneer zij schoonmaakhulp nodig hebben en aangewezen zijn op de thuiszorg, niet kunnen rekenen op de persoonlijke zorg die nu wordt verlangd. De mensen en het geld ervoor zullen er niet zijn.

Neen, het is hoogst waarschijnlijk dat wij straks een strippenkaart of chipknip zullen krijgen waarmee wij naar onze eigen maat diensten kunnen afnemen. Waarschijnlijk komt er dan periodiek een busje (vol Moldaviërs, Witrussen of Libanezen, als nieuwste EU-ingezetenen) de straat in rijden met schoonmaakpersoneel en mogen we kiezen welke diensten we willen afnemen: een schoon keukenkastje, een gereinigd tapijt, een heldere ruit of een glimmende badkamervloer. Het zou zo maar kunnen dat er dan genoeg geld overblijft om deskundige en liefdevolle zorg te bieden aan al die mensen die verward en ontheemd aan het raken zijn en echte zorg behoeven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden