Thuiskomst hartje winter

Een winterreis met goede afloop.

Weiszenbach am Attersee, 3 feb. 1946

Januari, die ik in het kamp bij Darmstadt doorbracht, liet mijn krachten in een soort winterslaap wegsijpelen. Ik leed onder die toestand, maar het was me niet vergund hem te doorbreken.

Tegen het einde van de maand werden we uit onze onderkomens gesmeten. Op de 28ste werden we in de wagons geladen, en op donderdag 31 januari werd ik in Linz uit het gevangenenkamp ontslagen en ik heb voorlopig hier bij mijn oom, de heer Richard Ritter von Doderer, in zijn mooie jachthuis mijn toevlucht genomen. De nacht van 31 januari op 1 februari sliep ik voor het eerst sinds 16 november weer in een echt bed, een heel goed bed zelfs, waarbij ik kilometers diep verzonk in de slaap.

En vrijdagmorgen, tijdens de twee uur durende vaart met de stomer van Kammer naar hier, zag ik voor het eerst het prachtige landschap van dit deel van Oostenrijk, dat me tot dan toe onbekend en vreemd was gebleven.

Op de aanlegsteiger kwam mijn oom me tegemoet, ouder geworden (net als destijds mijn vader, in 1920, toen ik hem terug zag na mijn thuiskomst uit Siberië) - maar nog steeds mooi om te zien; en het eerste wat ik van hem hoorde, was het allerbeste, namelijk dat mijn moeder gezond was na alle ontberingen.

Hier werd ik als een zoon ontvangen. Mijn thuiskomst hartje winter is gunstiger uitgevallen dan ik durfde hopen.

Heimito von Doderer (1896-1966), Oostenrijkse schrijver. Ingekort fragment uit Tangenten - Aus dem Tagebuch eines Schriftstellers. Biederstein, 1964. Vertaling Hans Driessen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.