Thuis is waar de thee trekt

In Nederland brengen rond 200 duizend Nederlandse kinderen een deel van de week door in crèches, in peuterspeelzalen, in naschoolse opvang en bij gastgezinnen, omdat hun ouders werken....

Familie Kuijpers

Als hun ouders in Tilburg aan het werken zijn, brengen Kay (4) en Liz (2) de dag door bij Martina en Anton Kuijpers. Meestal gebeurt dat zo'n twee keer in de week. In het huis aan de rand van een dorpje in Brabant aaien ze hond Snuffie en spelen ze met Rob en Bart, Martina's zoons. Die gaan met de meisjes om alsof het hun zussen zijn: ze zwieren hen door de lucht, maar zeggen ook af en toe 'foei'.

Martina: 'Kay en Liz zijn kinderen van kennissen, die vroeger naast ons woonden. Meestal komen ze twee keer in de week, soms vaker. Dan worden ze hier afgezet voor de school begint. Mijn eigen kinderen zijn al een stuk ouder: de oudste is zeventien. Ik vind het helemaal niet erg om af en toe twee van die jonge erbij te hebben. Het zijn zulke leuke meiden.'

Bart: 'Als we uit school komen spelen we af en toe met Kay en Liz. Buiten voetballen bijvoorbeeld. Maar we doen ook vaak een computerspelletje. fifa 2000, daar kunnen zij niet aan meedoen.'

Martina: 'Geen uren, hoor.'

Bart: 'We moeten natuurlijk ook huiswerk maken.'

Martina: 'Liz doet altijd even een dutje als ze van de peuterspeelzaal komt. Kay niet, die begint meteen te spelen.'

Liz (uithalend naar Bart): 'Hmpf.'

Bart: 'Foei!'

Kay: 'Blijven jullie eten?'

Familie Blokdijk

Henk Blokdijk heeft twee kinderen. Anne van negen uit zijn eerste huwelijk, en Tim van anderhalf van zijn huidige vriendin. Met zijn vieren wonen ze in een hoekhuis aan een drukke straat in Leidschendam. Omdat Henk en zijn vriendin allebei werken in de psychiatrische zorg passen opa en oma af en toe op. Voor de rest proberen ze hun onregelmatige diensten op elkaar af te stemmen.

Henk: 'Het levert wel eens stress-situaties op, ja. Vooral als ze ziek zijn is het af en toe moeilijk om opvang te regelen. Oma en opa wonen hier weliswaar in de buurt, maar die kunnen ook niet altijd. Die mensen hebben natuurlijk ook hun eigen leven.

'Daarnaast begint Annes school om half negen, terwijl ik om half acht op mijn werk moet zijn. Ik heb er op mijn werk afspraken over gemaakt: op die dagen hoef ik pas om negen uur te beginnen. Maar dat levert ook wel eens gemor op onder mijn collega's. Op de psychiatrische afdeling voor drugsverslaafden waar ik werk, moet eigenlijk altijd een verpleegkundige aanwezig zijn.

'Anne heeft het er af en toe moeilijk mee. Een paar dagen in de week zit ze bij haar moeder, maar ze woont hier, want ik ben haar voogd. Soms mist ze haar moeder als ze hier is. Maar aan de andere kant krijgt ze er ook veel voor terug. Ze is gek op Angelique, mijn vriendin. En op haar halfbroertje Tim, die altijd rond loopt te rennen door de kamer. Er is een hoop drukte en gezelligheid in huis.'

Familie Looije

In een nieuwbouwwijk in Driebergen woont de familie Looije, vader Ron, moeder Nicole en kinderen Juliëtte (7), Daniëlle (5) en Etienne (2). Bij hen gaat alles expres op z'n ouderwets. Zolang het financieel nog te bolwerken valt, werkt Ron en staat Nicole 's middags met de thee klaar.

De kinderen knutselen, bouwen torens van Lego en pikken af en toe een spekje uit de snoeptrommel, die zoals het hoort op tafel staat.

Nicole: 'Wat anderen doen moeten ze zelf weten. Maar ik vind: als je kinderen neemt, moet je er ook zorg voor dragen. Daarom ben ik altijd thuis als ze uit school komen.'

Juliëtte: 'Als ik thuis kom drink ik wat en eet ik een snoepje. Dan ga ik meestal tv kijken en spelen. Andere kinderen hebben een oppas, maar dat zou ik niet zo leuk vinden. Want een oppas is soms streng.'

Nicole: 'Ik denk dat ik me wel schuldig zou voelen als ik zou gaan werken. Want ik heb af en toe best medelijden met de kinderen die naar de naschoolse opvang gaan. Ze worden door zo'n taxibusje ergens afgeleverd en moeten dan maar wachten tot hun ouders ze weer op komen halen. Kunnen niet eens een vriendje meenemen. Dat is toch zielig? Zo'n kínd kiest er niet voor.'

Juliëtte: 'De oppas van Saskia is trouwens wel aardig. Die zou ik dan nog wel willen.'

Nicole: 'De overheid stimuleert deelname aan het arbeidsproces, maar er wordt nooit gesproken over investeren in het opvoeden van je kinderen. Dáár zouden ze belastingtechnisch eens iets aan moeten doen. Kinderopvang is hier in Driebergen trouwens vrij prijzig. Je betaalt bijna hetzelfde bedrag als voor een kind op het voortgezet onderwijs.'

Juliëtte: 'Ze kan ook tekenen, die oppas van Saskia. Kijk: dit heb ik laatst bij haar gemaakt. Mooi?'

Familie Miltenburg

Als ze uit school komen drinken Karin (7) en Hans (5) limonade in de keuken, samen met hun moeder Marina en zussen Elske en Wendy. Vader Stefan, die 's nachts in een bakkerij werkt en overdag fotograaf is, zien ze in de middagpauze. Karin en Hans spelen graag met aardappels. Die laten ze ronddraaien in een Neckermann-keukenapparaat, waardoor er lange, spaghetti-achtige schillen van afkomen.

Marina: 'Een oppas? Ik zou er zelf nooit voor kiezen. Het is zo kaal; ik vind het belangrijk om even een sociaal praatje te maken na school. En als ze 's middags tijdens de pauze thuiskomen, heb ik even de kans om ze opnieuw aan te kleden.'

Hans: 'Ik ben boos. Vandaag heeft iedereen flippo's gekregen van de juf, maar die van mij zijn afgepakt door Bart.'

Marina: 'Mijn moeder was er zelf ook altijd als ik uit school kwam. Ik ken wel mensen die het anders aanpakken hoor, een familielid van mij werkt af en toe. Dat vind ik prima. Maar mijn keuze zou het niet zijn.'

Karin: 'Ik vind het fijn dat mama er is. Ik vertel veel over de schooldag aan haar, maar niet alles.'

Marina: 'O nee, wat dan niet?'

Karin: 'Niet als ik heb gevochten of me pijn heb gedaan. Dat komt af en toe voor. Vandaag hebben ze me met twee nepmessen proberen door te snijden.'

Marina: 'Wie?'

Karin: 'Rustig, het waren maar népmessen'

Marina: 'O. We drinken ranja of Yogi, soms met een snoepje maar meestal met fruit. Ze zijn gek op fruit. Helemaal sinds ik dat schilapparaat bij Neckermann heb besteld. Ze klemmen er van alles tussen. Ik heb al weken geen aardappelmesje meer aangeraakt.'

Familie Vos

In het Amsterdamse grachtenpand van de familie Vos hebben de afgelopen jaren al een stuk of vijf au pairs gewoond. Filipijnse meisjes, een enkeling uit het Oostblok. Nu werkt Linda er, een 23-jarige Hongaarse.

Ze maakt een puzzel met Laura (10), Emma (7) en Peter (4). Hun moeder is officier van justitie, vader Hans is freelance journalist en heeft een kantoor op de eerste verdieping van het huis .

Laura: 'Het leuke aan een au pair? Je leert er zo veel van. Dingen waar je zelf nooit op zou komen. Laatst waren we bijvoorbeeld een bouwplaat aan het maken. Toen had Linda het idee om de vormpjes over te trekken en op karton te plakken. Hadden we er dus twee.'

Hans: 'We hadden een kamer over, zo zijn we op het idee gekomen om een au pair te nemen. Daarvoor hebben we wel Nederlandse oppassen gehad, maar die kunnen toch binnen twee weken zeggen: ajuu. Het is trouwens niet zo dat Linda alles hoeft te doen. Omdat ik vaak thuis werk, ben ik vliegende kiep. En woensdag is hun moeder de hele dag vrij.'

Emma: 'You want some more tea?'

Linda: 'Yes, please'

Laura: 'Engels leren we hier dus ook hartstikke goed van. Ik ben samen met een ander meisje een van de besten op school. Het is soms wel moeilijk afscheid te nemen van een au pair. Maar aan de andere kant... de vorige was zo'n kreng. Dan ben je dus blij dat je die geen tien jaar hebt.'

Hans: 'Oké, ze heeft misschien een paar keer gegromd. Maar daar trokken jullie je niets van aan.'

Emma: 'Nee.'

Laura: 'In ieder geval vind ik het goed dat wij een au pair hebben. De eerste is hier vier jaar gebleven. Dat was bijna een zus voor me. Verder hebben ze ook best veel vrij. Om naar de disco te gaan enzo. Als ik zelf groot ben, neem ik er ook een.'

Villa Bons

Het ruikt naar margarine in Villa Bons, een oud schoolgebouw in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Want voor de 99 kinderen die wekelijks van deze naschoolse opvang gebruik maken, liggen in de speellokalen gesmeerde boterhammetjes klaar. Na het eten klimmen ze in rekken van touw, sjezen ze in estafettes door de gang of maken ze armbandjes. Tot hun werkende ouders hen - uiterlijk om zes uur - weer komen ophalen.

Helma Blokland, hoofd van Villa Bons: 'Ze kunnen kleien, ze kunnen voetballen, ze kunnen tekenen. Als kinderen wensen hebben proberen wij daarin tegemoet te komen, want we willen graag dat ze het leuk hebben. Maar ze mogen ook de hele middag gaan hangen, als ze dat willen.

Marcel (7): Mijn papa is nu werken, denk ik. Maar waar mama zit, dat weet ik niet. Ik vind het leuker om thuis te zijn dan hier, daar ben ik meer gewend. Maar niet als ik jarig ben, dan is het hier leuk. Wat we dan doen? Gewoon, alles wat er verder bij hoort.'

Helma: 'Sommige kinderen balen als ze hier moeten overblijven. Maar anderen schieten in tranen als ze weer naar huis moeten. Ze zijn in ieder geval minimaal twee dagen hier, om toch een beetje binding te krijgen met de leiding en de andere kinderen.'

Prisca (10): 'Je kunt hier veel nieuwe vriendinnen maken. We doen met z'n allen vaak turnoefeningen in de gang, of we maken een muurschildering. Heel soms heb ik geen zin om hier naar toe te gaan, als ik me niet lekker voel. Maar meestal vind ik het leuk. Er wordt hier ook minder gepest dan op school.'

Hanna (5): 'Mijn mama wordt dokter. Midden in de nacht gaat ze naar school. Papa is thuis, en ik ben hier. Lekker spelen.'

Familie Massink

De ouders van Mitzi (6) en Jeppe (4) Massink zitten allebei in het onderwijs. De kinderen worden van school gehaald door Tineke, de oppasmoeder. In de serre van hun Brabantse huis spelen ze soms met zijn drieën restaurantje: dan maken ze de kamer helemaal donker, doen kaarsen aan en serveren elkaar bananen en koekjes. Maar voor de rest is Tineke 'niet iemand die spelletjes doet enzo'.

Tineke: 'Op de kinderen passen leuk? Ach, wat is leuk? Ik doe dit al vier jaar, en ik had nooit gedacht dat ik het vol zou houden. Iedereen zei: da's toch niks voor jou? Ik heb altijd een eigen zaak gehad. Maar ja, alleen thuis zitten vind ik ook niks.'

Mitzi: 'Mogen we nog een koekje? Waar is het lippenspul?'

Tineke: 'In de keukenkast. Soms is het hier echt een gekkenhuis. We hebben net een schema gemaakt. Als de kinderen een dag niet schreeuwen, slaan, ruziemaken of pesten, krijgen ze een kruis. Bij tien kruisen mogen ze naar het zwembad.'

Mitzi (vanuit de keuken): 'Niet.'

Tineke: 'Mijn zoon en dochter zeggen; ga toch eens wat anders met je leven doen. Reizen of zo. Dus een paar maanden geleden zei ik, ik schei ermee uit. Nou, toen was Leiden in last. Zat ze huilend bij me op de bank, hun moeder. Wat moesten ze dan? Toen ben ik maar teruggekrabbeld.'

Mitzi: 'TINEKE! Je hebt verkeerd gekeken! Het lippenspul lag niet in de kast, maar op de tafel.'

Tineke: 'Er is veel veranderd sinds de tijd dat ik zelf kleine kinderen had. Over van alles wordt overleg gepleegd: wat willen jullie aan, wat willen jullie op brood. In mijn tijd was het: trek maar aan, neem maar mee, tot ziens.'

Mitzi: 'Domoor.'

Tineke: 'Domoor? Kijk maar uit dat die domoor niet naar huis gaat. Anders zitten jullie straks zonder domoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden