Thomas von der Dunk

Tien jaar lang kwam cultuurhistoricus Thomas von der Dunk (40) niet in aanmerking voor een baan aan de de universiteit....

'Minister Jorritsma, dat die er nog steeds zit, sinds de verkwanseling van de ns, dat is toch een schande?'

Cultuurhistoricus Thomas von der Dunk is niet alleen uitgesproken in zijn opinies, hij is bepaald ook een opvallende verschijning. Een magere gestalte in leren broek, leren jack en met hoed. Met zijn hoge, af en toe overslaande stem heeft hij de belendende bezoekers van restaurant De Waag, op de Ams ter damse Nieuwmarkt, al snel tot stilte of tot weggaan gerateld. Zijn spreektempo is niet te evenaren; het geeft hem de mogelijkheid in zo weinig mogelijk tijd zoveel mogelijk bijzinnen uit te spreken en sub-thema's te behandelen. Terug bij het hoofdverhaal en aanbeland bij de clou volgt dan een uitbundige lach of die overslaande stem. Dat laatste wan neer hij zich opwindt.

Er zijn nogal wat thema's waarover hij zich, overigens altijd op vrolijke wijze, kan opwinden. Een aantal van die ogenschijnlijk zeer diverse zaken als het koningshuis, de grenzen van Europa, de multiculturele samenleving en het 'vergeefse conservatieve reveil', zijn sinds deze week gebundeld in een boek, Alleen op de wereld. De bundel bevat bewerkingen van artikelen die eerder verschenen in bladen en kranten als Vrij Neder land, nrcHandelsblad, Socialisme en Demo cra tie en de Internationale Spectator.

Von der Dunk, die al kan bogen op een behoorlijke wetenschappelijke productie, maakt een blik sem carrière in de media. Sinds een jaar of twee en zeker sinds 11 september zijn de met pregnante stem uitgesproken radiocommentaren moeilijk te missen, sinds kort is hij ook redacteur van het zondagse tv-discussieprogramma Buitenhof. Het Histo risch Nieuws blad omschreef hem al als 'Me dia beest met homo-erotische uitstraling'. En inderdaad, alles wijst erop dat hij in hoog tempo uit de schaduw treedt van zijn bekende vader Hermann von der Dunk, volgens alweer het Historisch Nieuwsblad de 'machtigste historicus van Nederland'. En dat vindt zoon Thomas wel prima. 'Het begint door te dringen dat er meerdere Von der Dunken zijn. Door mijn optredens in de media kom ik iets meer apart te staan van mijn vader. Ik heb nu duidelijk een eigen rol. Wist je trouwens dat ik soms al herkend word op straat?'

De titel van zijn laatste boek, Alleen op de wereld, slaat op Nederland, op de rol van Nederland in de internationale gemeenschap. Maar ja. 'Er zijn veel mensen die eenken dat die titel op mij slaat. Dat kan ik mij best indenken. Ik ben altijd een buitenbeentje geweest. Een Einzelgänger.'

Dat begon eigenlijk al bij zijn geboorte, die plaatsvond in een katholiek bejaardenhuis in Soest. Zijn ouders waren noch katholiek, noch bejaard, noch woonden ze in Soest. 'Dat bejaardenhuis was de enige plek in de buurt waar mijn moeder kon bevallen. Ik ben dus onder een katholiek gesternte geboren. Misschien komt daar wel mijn interesse voor kerken vandaan, haha. In ieder geval ben ik, naar het schijnt, al sinds mijn 2de een kerkenfanaat. Dat is vreemd voor de volstrekte heiden die ik ben. Ik ben een groot liefhebber van kerkgebouwen, speciaal van kerktorens, maar dat is misschien Freu diaans.'

Hoe dan ook: 'Wij hadden vroeger thuis twee fotoboeken van kerken. In een ervan stonden Gothische kerken in Neder land, dat andere boek heette Deutsche Dome, daarin stonden Duitse kathedralen. Die boeken bekeek ik als kleuter als ik 's avonds bij mijn moeder op schoot zat. En dan moest ze niet proberen een pagina over te slaan, want ik wist precies wat ertussen zat. Dat zelfde had ik trouwens met kerstliedjes. Zodra mijn ouders een couplet oversloegen riep ik: hoho.'

Hij had waterpokken op zijn 2de, net toen de familie op vakantie ging naar Zwitserland. 'De hele weg had ik zitten jammeren van de jeuk. Op een tussenstop, bij kennissen van mijn ouders bij Frankfurt, bleef ik maar doorhuilen. Toen kreeg mijn moeder een lumineus idee. Ze vroeg aan die mensen: "Hebben jullie de Deutsche Dome in de kast staan." Dat hadden ze, het was in die tijd een wijdverbreid platenboek. Ze duwden me dat boek in handen en toen was ik kennelijk stil.'

Het is vreemd: op zijn 40ste heeft Thomas von der Dunk een indrukwekkende wetenschappelijke staat van dienst, maar in een vaste aanstelling op een universiteit heeft dat niet geresulteerd. Hij heeft een flinke lijst aan publicaties en een paar door kenners gewaardeerde boeken op zijn naam staan, maar vooralsnog hopt hij van opdracht naar opdracht, van tijdelijke aanstelling naar tijdelijke aanstelling. Die onmogelijkheid om fatsoenlijk zijn brood te verdienen aan een universiteit, ergert de historicus. Vooral omdat hij maar al te goed weet wat de obstakels zijn.

Het belangrijkste obstakel zit hem in de generatiesfeer, weet hij. 'In de jaren zeventig zijn er op universiteiten, door de groei van het aantal studenten, heel veel mensen aangenomen. Ze moesten nemen wat ze konden krijgen. Vervolgens was er geen plaats meer en toen er ook nog eens bezuinigd moest worden, hebben ze dat gedaan volgens het laffe beginsel last in first out. Dat betekent dus dat allerlei zakken uit de geboortegolf, de goeden niet te na gesproken, konden blijven zitten terwijl ze nog nooit iets hadden gepresteerd, noch wetenschappelijk, noch op het gebied van het onderwijs. Ze zitten er nog steeds. En als er dan eens een weggaat, dan willen die vijftigers en zestigers opeens verjonging, dan moet er iemand van eind twintig komen, want iemand van 40 is oud, vinden ze.'

'Of', komt Von der Dunk bij obstakel twee, 'ze willen specialisten. Van die braven die een invuloefening hebben gedaan. Je merkt nu al: de generalisten sterven uit. Wat kun je ook verwachten van studenten die rond hun 25ste moeten promoveren. In beta-vakken kan dat misschien, daar gaat het om wat je ontdekt. Bij alfa-onderzoek gaat het om wat je met die kennis doet. Dat heeft te maken met belezenheid, en met levenservaring. Het rampzalige van het huidige systeem is dat de meeste dingen worden geschreven door aio's, die beide vaak nog moeten ontberen. Terwijl diegenen die eigenlijk zouden moeten schrijven geen tijd hebben, want die moeten projecten begeleiden of de vakgroep redden van nog steeds voortdurende bezuinigingen.'

Als het over de universiteiten gaat en over de 'provincialisering' van zijn eigen vak, is Von der Dunk moeilijk te stuiten. Over de bureaucratisering bijvoorbeeld. 'Bart Tromp heeft de universitaire wereld niet voor niets de laatste Sovjet-zone van Nederland genoemd. De waanzin van de con tro le, de ambtenarij. In Leiden hebben ze bedacht dat aio's nu elke maand een voortgangsverslag moeten schrijven. Dan kom je dus niet meer aan het echte schrijven toe. Dat moet je sowieso 's avonds doen en in het weekend, in de illegaliteit, zeg ik altijd. Zo'n malle pief van de ambtenarij die denkt: je hebt een programma, wat heb je die dag en die dag gedaan, en dan kom je precies zo uit. Uh... en Einstein dan? En Huizinga, zou die op die manier zijn boeken hebben kunnen schrijven? Je ziet het resultaat. Er worden hele brave, degelijke boeken geschreven zonder visie. Alleen buitenlanders schrijven in globale zin over de Nederlandse geschiedenis: Simon Schama, Jonathan Israël, Horst La de macher... Dat doet geen Nederlander meer. Hier worden enorme commissies gezet op het schrijven van een boek. Met zoveel deelauteurs dat er van visie niets overblijft.'

Zo komt Von der Dunk op het poldermodel, ook in zijn jongste boek een thema. 'Wij doen hier alles samen. Niemand neemt meer een beslissing. We willen alles controleren, want we durven niet te selecteren op kwaliteit en de mensen eruit te gooien die er een puinhoop van maken. Want niemand mag een sociaal geval worden. Een student die dom is, heet dus dyslectisch. Terwijl ik dan zeg: het kan best zijn dat er medische oorzaken zijn, maar iemand die blind is kan ook geen piloot worden. Die moet iets anders gaan doen.'

Al met al is het vak geschiedenis en de kennis ervan behoorlijk verwaarloosd, aldus Von der Dunk. 'De Nederlandse geschiedenis én de Europese geschiedenis. Trouwens: de aardrijkskundekennis is ook abominabel. Toen ik doceerde in Leiden merkte ik op een keer dat een student dacht dat Tsjecho slowakije aan zee lag. Ik dacht: toch eens de geografische kennis testen. Ze kregen allemaal een kaartje van Europa met de vraag: noem de landen en de hoofdsteden. Ik wil ze de hoofdstad van Mol davië nog wel vergeven, maar de hoofdstad van Bel gië, tja, als je dat niet weet... Het aan tal mensen dat dertig fouten maak te, je houdt het niet voor mogelijk. De hoofdstad van Spanje: een paar maal Bar celona. De Scandinavische hoofdsteden: nooit van gehoord. De hoofdstad van Zwitserland: tien maal Wenen. Dat betekent dat als ik het over het vroegere Habsburgse Wenen had, sommigen dachten dat het over Zwitserse bankiers ging. En zo kan ik doorgaan. Ten oosten van Duits land: volstrekt analfabeet. Waar Polen ligt: geen idee. Het meest krasse voorbeeld: een studente vulde op de plaats van Hon ga rije in: Irak, en op de plaats van Roemenië: Iran. En Oekraïne, dat werd Ar gen tinië...'

Dit is zo'n moment dat zijn stem overslaat: 'Erbarmelijk!'

Wat erger is: hij ziet die onderschatting van kennis overal. In de politiek bijvoorbeeld. 'Jorritsma, verreweg de domste minister in honderdvijftig jaar parlementaire geschiedenis. Maar ook zo'n Frank de Grave..., al die lui die denken dat je er best komt zonder inhoudelijke kennis van zaken. Neem nou de Defensienota. Die bestaat uit twee delen. Een politiek verhaal van De Grave en de verlanglijstjes van de drie krijgsmachtonderdelen. Er zit alleen geen enkele relatie tussen die twee. Als de landmacht zegt: "We hebben dat type helikopter nodig", dan is De Grave niet in staat om te zeggen: "Ja maar, voor die en die krijgsmachtoperatie hebben we niks aan zo'n ding." Daar moet je namelijk vakkennis voor hebben.

Zo werkt het in de politiek, maar ook op universiteiten, in ziekenhuizen... al die managers die het niks uitmaakt of ze nou een school, een fabriek of een ziekenhuis besturen. Ze denken: met een beetje regelen kom je er wel. In Nederland is de inhoud onderbedeeld. Dat hangt, denk ik, samen met het feit dat wij een handelsland zijn. Handel is niets anders dan organiseren. Zelf iets verzinnen is een andere zaak.'

Ach, hij schudt de voorbeelden zo uit de mouw. De mevrouw van de ns die hem via Hamburg naar Bielefeld wilde sturen. 'Ik zei: "Mevrouw, moet ik even de atlas pakken?" "Ja maar, de computer..." Of die reisboekenzaak waarvan het personeel niet wist waar Bohemen ligt. Of die fotovakhandel waar...

Maar, hoho, terug naar het hoofdverhaal.

Dat hij een buitenbeentje was, kreeg hij op de lagere school in de gaten. 'Ik was een wijsneus. Ik kende de namen van alle Romeinse keizers uit mijn hoofd, inclusief hun regeringsjaren. En welk kind van 12 heeft er nu een grote belangstelling voor kerken? Ik werd op school wel professor genoemd, maar gelukkig was ik nooit het zwarte schaap. Dat was wel mijn angst. Ik was daarom erg blij dat ik geen bril had. De neiging om te benadrukken dat ik niet alleen een boekenwurm ben, heb ik nog steeds. Mijn uiterlijk, het motorrijden, dat heeft er allemaal mee te maken. Misschien komt het ook doordat ik zo op mijn vader lijk. In de manier waarop ik praat, in mijn gebaren, qua karakter en opvattingen. Ik heb de neiging om me in bepaalde opzichten van hem te onderscheiden.'

Dat uiterlijk, zegt hij, heeft natuurlijk ook te maken met zijn homoseksualiteit. Ook zijn ontdekking daarvan was a-typisch. 'Als ik kijk in mijn vriendenclub, dan zijn er twee varianten. Of ze hebben al op hun 12de in een hooiberg liggen stoeien met jongens, of ze hebben het altijd verdrongen en komen er pas op hun 40ste achter, tijdens hun huwelijk. Ik ben lid van een wandelclub voor heren, die heet Op Hoge Poten - ja, we zijn dol op dubbelzinnige namen - en daar zitten nogal wat oudere mensen bij die getrouwd zijn geweest, nog steeds getrouwd zijn of zelfs grootvader zijn. Bij mij ging het anders. Tot mijn 20ste was ik volstrekt aseksueel. Pas tijdens mijn studie kunstgeschiedenis begon me iets te dagen. Via via leerde ik de kroegen kennen in de Warmoesstraat en ontdekte ik mijn seksualiteit, nog niet mijn homoseksualiteit. Pas later, op mijn 23ste, toen ik verliefd werd op een studiegenoot, wist ik plotseling: ja, ik ben het ook.

'Op een gegeven moment heb ik gereageerd op een contactadvertentie van een motorrijder. Want motoren, dat vond ik altijd al spannend, net als die lui in die leren pakken. Na 100 meter achterop die motor, wist ik: dit wil ik ook. Ik ben met een motorrijles gaan nemen.'

Zijn journalistieke coming out kwam tijdens de Gay Games in 1998. 'Ik had er nooit omheen gedraaid en ik beschouwde mezelf als vrij ongeremd. Maar toen had ik voor het eerst van mijn leven het gevoel dat ik tot de meerderheid behoorde. Een hele bijzondere ervaring. En ik merkte dat ik voorheen toch nog beschroomd was.' Die publieke coming out beleefde hij middels een stukje in de Volkskrant, waarin hij reageerde op columnist Gerry van der List, die het exhibitionisme van de homoseksuele goegemeente had gehekeld. 'Daar werd heel boos op gereageerd. Ik dacht: kan dat nou niet wat humorvoller, met een zekere distantie. Dat heb ik toen geprobeerd. Voor mij was dat stukje ook een duidelijke positionering.'

Hij kan er maar niet over uit dat zijn toenmalige opponent Van der List onlangs in Else vier 'de erotiek omarmde'. 'Ik dacht: wat krijgen we nou? De strekking van zijn stuk was geloof ik: hoe meer seksshops, hoe beter een land.' Hij proest het uit: 'Ik vroeg me af: heeft die man opeens wat interessants meegemaakt of zo. Heeft hij het soms met zijn vrouw op een hele spannende plaats gedaan? Kan iemand me dat eens uitleggen?'

'Voor een intellectueel is het een groot voordeel als je een buitenbeentje bent,' meent hij. 'Je wordt gedwongen om iedere keer opnieuw na te denken. Mijn homoseksualiteit is een extra factor waar om dingen niet vanzelf spreken. Je hebt niet automatisch een kader waar binnen je kunt opereren. Dat is precies de reden waarom de sgp nooit intellectuelen voortbrengt; alles is al voorgekauwd.'

Hij beschouwt zichzelf als een 'libertijnse sociaal-democraat.' 'Ik geloof niet heilig in de vrije markt. De overheid heeft een duidelijke taak bij publieke nutsbedrijven; de ns, de elek triciteit, het water. Ik ben ook vrij links als het gaat om inkomensverdeling. Ik bedoel: al die mooie verhalen van mensen die altijd heel goed weten te beargumenteren waarom ze zelf schatrijk moeten zijn. Bij Defen sie zaken zit ik op de rechtervleugel. Men sen die zeggen: je kunt met de Milose vicen praten: flauwekul. Het kwaad bestaat, zal ik maar zeggen. Onder handelen met de Bin Ladens heeft geen zin. Verder heb ik grote scepsis over het multiculturele gedoe. Als het gaat om de westerse waarden, de Ver lich ting, zit ik erg op de lijn van Paul Schef fer. Die waarden moeten we koesteren.'

Het best op dreef is Von der Dunk wanneer hij de libertijnse kant van de zaak verdedigt, zoals in zijn stukken voor de republiek, of beter: tegen het koningshuis, en in het debat over het neo-conservatisme. 'Mijn kracht is dat ik de conservatieven en de koningsgezinden op hun eigen terrein kan verslaan. Veel van mijn mede-republikeinen weten weinig van de geschiedenis van de Oranjes als omhoog gevallen ambtenaren van de republiek. En over de Bijbel en het geloof hoef je mij ook niets te vertellen. Het heeft niet zoveel zin om met Gerard Reve aan te komen bij Rouvoet van de ChristenUnie. Het is veel prikkelender om te zeggen: de verstandigste woorden uit het Nieuwe Testament zijn: "Wat is waarheid?".'

Overigens kan hij zich wel degelijk inleven in neo-conservatieven als de Leidse rechts filosoof Andreas Kinneging. 'Ik ben het met hen eens dat cultuur, normen en waarden te veel verwaarloosd worden ten opzichte van materie. Ik schrijf ook: de enige partij die op dit moment over dit soort thema's iets te melden heeft is het cda. Zeker met Balkenende, al heeft hij zijn imago, of beter, zijn kapper tegen, hihi.

'Mijn eigen culturele smaak is tamelijk conservatief. Mijn muziekinteresse loopt tot en met Wagner, daarna komt er voor mij niets. Op het gebied van architectuur kom ik bij Romaanse en Gothisch kerken uit. En met moderne kunst, met non-figuratieve schilders heb ik al helemaal niks. Alleen: ik roep niet dat de maatschappij ten onder gaat aan lelijke kunst. En ik bestrijd de preutsheid, al dat zwarte-kousengedoe. Niet omdat ik de smaak van de conservatieven niet deel, maar omdat ik denk: ik wil niet in een kuisheidsgordel, ik wil hier geen burqa. Boven dien: juist in de zestiende eeuw was er heel veel gevoel voor erotiek. Kijk maar naar de schilderijen en de sculpturen. Dat het Vaticaan er vijgenblaadjes tegenaan heeft geplakt, dat is iets anders. Het is trouwens algemeen bekend dat het katholicisme is doordrenkt met sm. Nog een reden waarom kerken best spannend zijn.'

Die libertijnse instelling maakt het lastig voor Von der Dunk om zich af te zetten tegen de jaren zestig-generatie, hoe graag hij ook zou willen. 'Ik bedoel: in het kielzog van het doorbreken van het eeuwige gezin werd ook de homoseksualiteit bespreekbaar. Daar van heb ik enorm geprofiteerd. Wij hebben de waarden en het levensgevoel van de mensen van de jaren zestig overgenomen. Alleen: ik constateer dat zij er zichzelf niet aan houden. Het zijn de nieuwe regenten en de opperbureaucraten. Vandaar die ergenis. De toenmalige onderwijsminister Ritzen heeft negen jaar over zijn studies gedaan, en vervolgens het studeren on mo gelijk gemaakt.

'Ik schaak nu op vijf borden tegelijk', zegt hij. Hij bedoelt: onderwijs, boeken en artikelen schrijven, radio, tv, forumdiscussies. 'Het is dodelijk ver moeiend, soms weet je niet meer aan welk bord je zit. Maar ja, ik moet wel. Ik heb twintig jaar geïnvesteerd in mijn vak en ik constateer: ik kom niet aan de bak op de universiteit. Boven dien: dat mediagebeuren is best leuk. Aan waardering geen gebrek. Daar komt bij: sinds ik die halve dag per week voor Buitenhof werk is mijn maandinkomen met 50 procent gestegen.

'Ik heb nu samen met de eindredacteur van Buitenhof een plan ingediend voor een serie over de graven van belangrijke Euro pese historische figuren. Het idee is dat ik iedere aflevering op mijn motor ergens bij een mausoleum kom aanrijden. In mijn leren pak. Ik zie dat al helemaal voor me.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden