Opinie

Thomas von der Dunk: 'In oorlogen zijn 'goed' en 'fout' nu eenmaal zelden helder'

Inmiddels kunnen wij wel enige sympathie opbrengen voor Nederlandse soldaten die weigerden naar Indie te vertrekken om daar te vechten - de oorlog zelf vonden we immers fout. Maar is dat niet hetzelfde dilemma als wanneer het gaat om het al dan niet herdenken van Duitse soldaten die sneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog?, vraagt columnist Thomas von der Dunk zich af.

Kransen worden gelegd bij het monument. Op de Waalsdorpervlakte worden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, op 4 mei jl. Beeld ANP

Het was een schot in de roos: het grote interview van Lidy Nicolaisen met twee Indië-weigeraars, Jan van Luyn en Jan Maassen, in de Volkskrant van zaterdag. Vooral, omdat het zo kort na 4 en 5 mei verscheen - herdenkingsdagen die vrijwel elke keer in het teken staan van veel heibel omtrent de vraag wie er wél en wie er vooral níet herdacht worden mag.

In dit geval ging dat zelfs zover dat een klein groepje fanatiekelingen zich onder leiding van de advocaat Herman Loonstein opwierp als 'de' vertegenwoordiger van joods Nederland en naar de rechter stapte om de burgemeester van Vorden te verbieden op 5 mei ook een bezoek te brengen aan de graven van enkele indertijd terplekke gesneuvelde Duitse soldaten.

De rechter bleek bovendien ook nog zo idioot om daarin mee te gaan - wat ervoor gezorgd heeft dat het dit clubje nu zozeer in de bol geslagen is dat het wil trachten om voortaan via rechterlijk bevel voor heel Nederland te dicteren hoe de Oorlog herdacht moet worden, en welke hiërarchie er daarbij ten aanzien van het lijden dient te worden betracht.

Officieel karakter
Begrijp mij goed: een discussie over 'Vorden' is legitiem - en zij is ook in zekere zin onvermijdelijk, omdat die herdenkingen immers een officieel karakter dragen. Maar die discussie dient in vrijheid te worden gevoerd, en de uitkomst ervan niet op tyrannieke wijze via een rechterlijk dienstbevel te worden afgedwongen.

Wat nu het gememoreerde dubbelinterview, ofschoon het op het eerste gezicht over een totaal ander onderwerp gaat, in dit verband zo relevant en actueel maakt, is dat daarbij een cruciale vraag aan de orde komt, die zowel geldt voor dienstplichtige Nederlanders die in 1945 naar Indië werden uitgezonden, als voor dienstplichtige Duitsers die in 1940 naar Nederland werden uitgezonden: in hoeverre is men vrij om dienst te weigeren, wat zijn de consequenties, en kan men zich bij niet-weigering moreel verschuilen achter een Befehl ist Befehl.

Wel, het interview maakt opnieuw duidelijk, dat die consequenties voor Indiëweigeraars er niet om logen: je belandde in een strafkamp, en kon na je invrijheidstelling naar een voorspoedige loopbaan fluiten.

Foute zijde
Inmiddels heeft de Nederlandse regering, zij het pas een halve eeuw na dato, erkend dat Nederland met haar poging Indonesië te heroveren, aan de foute zijde van de geschiedenis was beland. Met andere woorden: de dienstplichtigen die naar Indië gingen, vochten een foute oorlog uit - en degenen die dit bekritiseerden, zaten goed. Tot een rehabilitatie van de dienstweigeraars, die daaruit de logische consequentie trokken, is het echter nog steeds niet gekomen - dat ligt in militaire kring vermoedelijk nog veel te gevoelig.

Opmerkelijk is vooral een van de ingezonden brieven, die dinsdag in reactie op dit interview werden geplaatst, van de hand van een zekere Antje van Oostrom.

Zij schreef: 'Van Luyn en Maassen klagen op oneigenlijke gronden over het onrecht dat hun is aangedaan omdat ze niet naar Indonesië wilden. Maar hun handelen was simpelweg een overtreding van een wettelijk voorschrift waarop een sanctie stond in de vorm van een gevangenisstraf en dus geen reden nu genoegdoening te krijgen'.

Anders gezegd: de wet is de wet. Maar wat als de wet nu niet deugt?

Wet was de wet
Want precies ditzelfde argument valt ook in te brengen ten gunste van Duitse soldaten, die in mei 1940 Nederland moesten binnenvallen. Want ook voor hen gold: de wet was de wet, en een dienstweigering was in hun geval evengoed 'simpelweg een overtreding van een wettelijk voorschrift waarop een sanctie stond'. In dit geval overigens een nog heel wat steviger, namelijk de kogel.

Militaire tucht gaat vóór alles - zowel nu als toen. Na de Oorlog hebben de Geallieerden in hun krijgsgevangenenkampen dienovereenkomstig regelmatig gedeserteerde Duitse soldaten aan de Duitse krijgsraad uitgeleverd - waarna die daar dus onverbiddelijk werden gefusilleerd.

Wie dus nu nog steeds stelt dat Indiëweigeraars 'in overtreding waren', kan zeker gewone Wehrmachtsoldaten (ik heb het niet over de SS) weinig verwijten: in hun geval zou zo'n overtreding nog veel harder zijn bestraft, met zegen dus zelfs van de Geallieerden. En precies om de eeuwige 'slecht-heid' van zulke soldaten ging het bij diverse relletjes rond 4 mei: die mochten toch vooral niet worden herdacht, want die waren fout. Maar welke reële keus had in dit opzicht een gewone Duitse jongen, die het ongeluk had net in 1940 achttien en dus dienstplichtig geworden te zijn?

Ze stonden aan de foute zijde in de oorlog, maar zijn daarmee nog niet als persoon fout. Zij hadden, in een dictatuur, nog minder keuze dan de Nederlanders die naar Indië moesten.

Het is dus van tweeën één: ofwel valt degenen die in 1945 wel het Haagse regeringsbevel opvolgden, persoonlijk niets te verwijten, maar dan geldt dat ook voor hen die in 1940 het Berlijnse regeringsbevel opvolgden - en dan zijn gesneuvelde Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog even tragisch als die uit de Eerste. Ofwel is zo'n verwijt wel terecht, maar dan hebben Van Luyn en Maassen alle reden om eindelijk eerherstel te eisen.

De meest interessante brief n.a.v. de affaire-Loonstein stond 10 mei in NRC - van de hand van Dick Haagsman, bij wiens grootouders in Renkum de vader van Loonstein ondergedoken zat. Ingekwartierd was daar later een jonge Duitse soldaat, die bij de Slag om Arnhem doodsangsten uitstond.

Haagsmans grootvader bood hem aan onder te duiken, ervan bewust dat deze soldaat buiten eigen schuld tussen de raderen van de geschiedenis bekneld was geraakt. Anders dan Loonstein nu, besefte de redder van zijn vader toen wèl hoe complex morele schuld in tijden van oorlog liggen kan.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en columnist voor Volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden