Thomas van Luyn is bang voor haaien

Beeld Robin de Puy

Mijn fobie is haaien. Een nutteloze vrees. Ik ben er nooit eentje tegengekomen en de kans dat zulks ooit gebeurt is recht evenredig met de waarschijnlijkheid dat ik naar Australië verhuis om parelduiker te worden. Een fobie voor, zeg, honden had tenminste nog nut gehad. Niet alleen draag ik de genen van mijn verre voorouders in mij (die moesten zich immers de wolven van het harige lijf zien te houden), ik ben daadwerkelijk gebeten. Drie keer gevaarlijk. Een keer als kind, op mijn fietsje. Een hondje kwam blaffend achter mij aan (die bijten dus wél, blaffende honden - tenzij ze hun mond vol hebben), en beet mij vol in de kuit. Bloed en alles. Niks van opgestoken, want een paar jaar later dacht dat ik twee grommende waakhonden bij een Utrechtse autosloperij wel kon bevrienden als ik netjes mijn hand uitstak om aan te ruiken (ik ben zo'n lieve jongen, daar kun je toch niet boos op worden, was mijn logica). De eigenaar van het terrein bracht mij even later mopperend naar de eerste hulp voor hechtingen en inentingen. De derde keer was in Kiev, toen ik een binnenplaats van zo'n sombere oostblokflatwijk overstak, en een roedel slapende zwerfhonden verstoorde. Verheugd dat ik hun terrein op durfde, stonden ze een voor een op, en begonnen ze kwispelend achter me aan te drentelen. Rustig wandelen, dacht ik nog. Kalm, met de handen ontwapenend op de rug, slenterde ik verder. Ondertussen begonnen ze aan me te knabbelen, ik kan het niet beter zeggen, kleine tentatieve beetjes in mijn handen, enkels en dijen om te kijken hoe ik zou reageren. Het was slecht met me afgelopen als niet een oude vrouw mij tegemoet was gelopen, en met haar stok kordaat op ze was in gaan slaan. Dat hielp. En een oostblokkeriger tafereel zult u niet snel aantreffen.

Ik ben niet bang voor spinnen, niet voor slangen, niet voor muizen en niet voor ratten. Vooruit, wespen een beetje, maar dat is gewoon common sense. Dus waarom die haaienfobie? In het echt doen ze me niet zo veel. Ik zie ze wel eens in van die reuze-aquaria en dan denk ik: meh. Dom en verongelijkt, zo zien ze eruit. Niet echt aaibaar, zo ver wil ik niet gaan, maar zeker niet angstaanjagend. Natuurlijk, Jaws is een enge film, maar dat telt niet. The Birds heeft me tenslotte ook geen fobie voor vogels bezorgd.

Toch is er één plek waar een haai mij echt, echt doodsangst aanjaagt: mijn dromen. Raar maar waar, de haai is de enige terugkerende droom die ik heb. Nooit komt het zo ver dat ik daadwerkelijk gebeten word of zo, het is meer dat, als er aan mijn geestesoog een blauwe zee verschijnt, ik meteen denk: oh nee hè? Daar zal toch niet nét een haai in zwemmen hè? En ja hoor, daar zie ik een grote schaduw onder het oppervlak glijden (overigens steekt er nooit een vin bovenuit - zelfs in mijn dromen vermijd ik clichés), en dan word ik zwetend wakker. Wat die haai daar precies doet, daar heb ik natuurlijk wel over gespeculeerd. De freudiaanse interpretatie zou waarschijnlijk castratieangst zijn, maar met alle respect: Freud lulde maar wat. De jungiaanse duiding zal wel iets zijn van dat die haai een archetypische personificatie is van mijn monsterlijke zelf. Kan, kan, kan. Maar als ik moet gokken (en wie meer gekwalificeerd dan ik?), is het een angst voor wat er onder de oppervlakte ligt. De oppervlakte waarvan? Van mijn oppervlakkigheid, natuurlijk. Hm, interessant. Nu ga ik weer Masterchef kijken.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden