Thomas Oliemans zoekt naar de complete man

Voor een 38-jarige bariton heeft Thomas Oliemans nationaal en internationaal een meer dan indrukwekkende carrière. Nu er een nieuwe cd met werk van Robert Schumann ligt en hij zich op een tweesprong bevindt, rijzen de vragen. Tijd voor iets lichters wellicht?

Thomas Oliemans Beeld Sanne de Wilde

Een dichte mist onttrekt de Noordzee aan het zicht bij het Zuiderstrandtheater in Scheveningen. In de bar kijken de eerste matineebezoekers verrukt naar de meeuwen die verdwijnen in het zachte, melkachtige licht. Het is een uur voor de voorstelling, een man met een zwierige Franse baret bestelt een cappuccino. Hij wordt niet herkend door het binnendruppelende publiek. Een paar uur later, na de uitvoering van Ein deutsches Requiem, zullen ze hem uitbundig prijzen: Thomas Oliemans, bariton. Dat volle stemgeluid. Dat prachtige timbre. 'En het is gewoon een Nederlander', benadrukt een concertbezoeker. Hij wil maar zeggen.

Thomas Oliemans bouwt zowel in het buitenland als op eigen bodem aan wat inmiddels een indrukwekkende carrière is voor een 38-jarige zanger. Met schijnbaar gemak rijgt hij liedrecitals, oratoria en operarollen aaneen. Een avond Brahms hier, de 'Mattheus' daar, vervolgens door naar Zweden voor de grote baritonrol van Hamlet in de gelijknamige opera van Ambroise Thomas. Twee, drie jaar geleden had hij die rol nog niet had aangekund: 'Te pittig.' Zie het als een steppingstone Oliemans weet dat hij op een tweesprong in zijn carrière is aangekomen.

Stem

'Mijn docenten zeiden: tot je 40ste moet je stem zich ontwikkelen, daarna begint het pas echt. Tien jaar studeren, tien jaar zingen, dan heb je iets waarop je kunt bouwen. Ik ben nu 38 en ik merk het. Mijn stem rijpt, wordt groter en wat voller. Fascinerend, dat proces, en tegelijk licht verontrustend. Sommige noten die overal moeiteloos overheen zweefden, komen niet meer vanzelf. Andere gaan makkelijker. Ik ben constant oude gewoonten ter discussie aan het stellen. Dat beïnvloedt ook hoe je een stuk beleeft en wat je eruit haalt.'

'Ik vergelijk het met door de stad fietsen. Ik kijk nu anders om me heen dan vroeger. Een lied kan mensen raken door de eenvoud en de puurheid van het gezongene. Je kunt een lied technisch gezien met een heleboel verschillende stemmen zingen, dus in verschillende fases van je carrière. Bij opera is dat anders: voor sommige rollen heb je stamina nodig. Er moet vlees aan je stem hangen, niet in kilo's, maar in ervaring.'

Hij is de perfecte Papageno genoemd, de goedhartige vogelvanger uit Mozarts Die Zauberflöte. Overigens niet tot genoegen van zijn zoontjes van nu 5 en 8 jaar. 'In 2012 was ik Papageno onder regie van Simon McBurney bij de Nederlandse Opera. De jongste was 3, en zag niet dat de vogelpoep op mijn kostuum nep was. Hij wilde niet zo'n vieze papa.'

Tijdens een eerdere Zauberflöte in Nantes kwamen er levende duiven aan te pas. 'Ze fladderden om mijn hoofd, maar om dat te bereiken moest ik ze tijdens de repetitieperiode vanaf dag één voeren, zelfs op mijn vrije dagen, anders zouden ze niet aan mij wennen. Het effect was fantastisch. En ik was zo met die duiven bezig dat ik geen tijd had om nerveus te worden.'

Papageno lijkt geen moeilijk karakter dat intensief moet worden uitgediept, maar Oliemans ziet dat anders. 'Wat ik in Papageno, maar ook in andere rollen zo spannend vind, is het zoeken naar de complete man in zo'n personage. Dat klinkt alsof ik van alles eraan vastplak, maar dat is niet zo. Ik vind het een sport te kijken naar wat er níét wordt gezegd. Het personage Schaunard uit La bohème heeft weinig tekst, maar uit het verhaal blijkt dat hij veel in de gaten heeft. Dat moet je laten zien. Op het moment dat je niet zingt, acteer je ook.'

Acteren

Dat acteren doet hij zo naturel dat hij juist daardoor opvalt in zijn vakmanschap. Zowel het zingen als het acteren, zegt hij, moet in verhouding staan tot wat er wordt uitgedrukt. Geen Stimmpralerei. Geen grootse gebaren als je met kleine kunt volstaan. De opera-ervaring komt hem van pas in zijn liedrecitals waarin hij altijd een balans zoekt tussen de afstandelijke verteller en het neerzetten van een karakter.

'Je moet rekening houden met de onderstroom in de muziek. Die kan iets anders uitdrukken dan de tekst. In het echte leven gaat het vaak ook zo. Je kunt overhoop liggen met elkaar en opeens komen de kinderen binnen en dan is het weer goed. En omgekeerd. Van McBurney heb ik geleerd dat je niet per se naar de chronologie hoeft te kijken. Het kan erg afvlakken als je de emotie uit de ene scène automatische meeneemt naar de volgende. Kijk naar het moment, zei hij, kijk naar wat waarachtig is in dit moment van muziek en tekst.'

Thomas Oliemans als Papageno Beeld afp

De Y-splitsing in zijn carrière laat niet lang meer op zich wachten, vermoedt hij. 'De uitnodigingen die je aanneemt kunnen de afslag bepalen, je toekomst dus. Ga je naar links of naar rechts? Ik heb een paar kleinere Wagnerrollen gespeeld en ik zou heel graag Wolfram doen in Tannhaüser of Amfortas in Parsifal. Maar als iemand me vraagt voor de markies De Posa in Verdi's Don Carlo, zeg ik geen nee. Het grappige is dat mensen je vervolgens gaan associëren met ofwel Wagner ofwel Verdi. Dat kan heel beperkend zijn, maar ik heb tot nu nog gelukkig een breed palet.'

Hij is een harde werker, stevig geworteld in Hollandse nuchterheid. Vraag hem dan ook niet of hij moet inleveren op zijn carrière vanwege het vaderschap. Evenals zijn echtgenote, de Franse dirigente Ariane Matiakh, reist hij van hot naar her. Crimi's lezen in luchthavenlounges. Jongleren met vier oppassen, exclusief zijn ouders die geregeld bijspringen. 'Hier staat tegenover dat ik overdag vaak thuis ben en dan tussen de au pairs op het schoolplein sta om de jongens op te halen.'

Thomas Oliemans

Thomas Oliemans wordt in 1977 geboren in Amsterdam. In 1983 krijgt hij zijn eerste vioolles. Tien jaar later wint hij het Concours de la Chansons van de Alliance Française. In 1995 wint hij het Prinses Christina Concours. Hij studeert onder meer bij Margreet Honig, Robert Holl en Dietrich Fischer-Dieskau. Zijn operadebuut maakt hij in 2002 in Pollicino van Gans Werner Henze. In 2005 debuteert hij op het Festival in Salzburg. Voor zijn rol als Papageno kreeg hij in 2014 de Prix d’Amis.

Wel of geen kinderen, het is nooit een afweging geweest. 'Ik ben niet overtuigd van reïncarnatie, je kunt niet zeggen: in dit leven maar even geen kinderen. Zou ik beter zingen als ik die twee jongens niet had? Welnee. Het één is niet los te zien van het ander. Je moet zorgen dat het jetsetterige om de muziek heen je niet wegtrekt uit het normale leven, het leven waarover je zingt.'

Als kind luisterde hij naar de muziek van zijn vader, Mozart, maar ook Jacques Brel en andere chansonsiers. Hij werd op vioolles gestuurd, leerde piano spelen en ging erbij zingen. De echtgenote van zijn geschiedenisleraar gaf les op het conservatorium en ontdekte de zanger in hem. 'Ik was 15 toen ik op het conservatorium werd aangenomen voor klassieke en lichte muziek. Heerlijk vond ik het om de hele dag met muziek bezig te zijn.' Hij won een concours en mocht zijn opwachting maken in een tv-programma van Hans van Willigenburg. Zo is het begonnen.

'Ik was indertijd gek op liedjes van Harry Bannink, Youp van 't Hek en van De Dijk, maar ik ontdekte al snel het werk van Bernstein en Mahler. De wereld van de klassiek lag mij van begin af aan veel meer, maar nog altijd hou ik van het werk van Huub van der Lubbe.' De bariton doet geen moeite zijn ontzag te verbergen. 'Huub is gewoon een held. Die pakkende teksten en dat performen zonder poespas: het is wat het is.'

De afslag naar het lichte genre heeft Oliemans uiteindelijk niet genomen. Hoewel, je weet nooit. 'Iets doen met Huub van der Lubbe samen? Heel graag. Het zou er best nog eens van kunnen komen.'

Op 30/1 zingt Oliemans een Brahmsrecital met pianist Paolo Giacometti in de Leidse Stadsgehoorzaal. Op 2/2 zingt hij liederen van Hugo Wolf in het Concertgebouw Amsterdam.


Een duik in de geest van Robert Schumann

De nieuwste cd van Oliemans bevat liederen van Robert Schumann (1810-1856). Dr Jekyll & Mr Hyde luidt de ondertitel van het nieuwe album dat bariton Thomas Oliemans maakte met pianist Paolo Giacometti.

Vanwaar die ondertitel?

'Het is niet meer dan een associatie. Met Dr Jekyll, een romanfiguur uit de 19de eeuw, is niets mis totdat hij een manier vindt om zich te veranderen in Mr Hyde. Die staat voor het kwade, het mörderische, in de mens. Uiteindelijk verliest Dr Jekyll de controle over die kwade kant. Schumann schreef artikelen over muziek onder twee pseudoniemen: Florestan, een Draufgänger, impulsief en temperamentvol, en Eusebius die milder en fijngevoeliger is. Ieder mens heeft twee kanten. Als het goed is, zijn die in balans, maar bij velen verschuift die balans. Ook bij Schumann zien we dat in zijn latere leven.

Hoe zien we dat terug op de cd?

'Het kernstuk is Dichterliebe, een prachtige liederencyclus uit 1840. In die liederen staat elke aanwijzing, ook voor piano, op de juiste plek, van de eerste tot de laatste maat. Je ziet dat de componist de technieken perfect beheerst. Het is in zijn geheel gaaf gecomponeerd. Daarnaast ben ik erg gehecht aan de latere, de onbekendere Schumann.'

De componist sprong uit innerlijke verscheurdheid in de Rijn. Hij werd gered. Zijn laatste jaren zat hij in een inrichting.

'In zijn latere liederen is het technische gemak hem enigszins ontglipt. De andere liederen op het album zijn omstreeks 1847 gecomponeerd. Ze zijn veel weerbarstiger dan Dichterliebe. Soms zit ik naar die partituren te kijken en denk ik: wat is dit onhandig geschreven. Dat is natuurlijk mijn persoonlijke interpretatie, maar je merkt dat deze werkwijze niet zijn eigen keuze was. Bij een ouder wordende schilder zou je zeggen: je ziet het trillen van de hand terug in het kunstwerk. Zo is dat ook in deze composities: je ziet het psychologische proces waaraan Schumann onderhevig was terug in die liederen.'

Je bent in zijn hoofd gekropen?

'De muziekstukken ontstijgen Schumanns biografie. Het is ook pas later, in 1853, dat hij zich in de Rijn werpt. Als hij deze liederen schrijft, zijn de GGZ en de mantelzorg nog niet in actie gekomen. Je leest wél in zijn partituren en brieven uit die tijd dat er al wat aan de hand was. Maar voor mij is een liedprogramma geen biografisch verhaal. Die liederen zijn zichzelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden