Thomas Erdbrinks schoonvader is niet bepaald de beste zakenman van Iran

null Beeld Newsha Tavakolian/Magnum
Beeld Newsha Tavakolian/Magnum

We kijken televisie met de schoonfamilie. Er is thee. De wind die door het half open raam waait, brengt een zoete geur van lente binnen. De Iraanse versie van Idols staat aan, alleen te ontvangen via de illegale satelliet vanuit Londen. Op de Iraanse staatstelevisie zijn alleen geestelijken de sterren.

Mijn schoonmoeder wijst opeens naar de muur en zegt: 'Wat is de muur toch vies.' Mijn schoonvader duikt dieper in zijn kruiswoordpuzzel en doet alsof hij niets heeft gehoord. 'Behrouz, de muur is vies', zegt mijn schoonmoeder. En op besliste toon: 'We moeten de muur schilderen.' Mijn schoonvader richt zich op vanaf de bank en houdt zijn hand aan zijn bril, alsof hij de muur inspecteert. 'Zo vies is de muur nou ook weer niet', concludeert hij. 'Ik vind 'm ook vies', zegt Newsha nu. Mijn schoonvader kijkt naar mij, op zoek naar hulp, maar ik weet wel beter. 'Het zou kunnen dat de muur vies is, maar mijn lenzen zijn aan vervanging toe', besluit ik.

Dan is er stilte. Op de tv zingt Nikita, een Iraanse uit Zweden die kans maakt deze Idols te winnen met haar covers van Iraanse popliedjes. 'De bank is zo hard', zegt mijn schoonmoeder. Mijn schoonvader weet dat er geen ontsnappen meer mogelijk is. Hij moet handelen.

Het nieuwe jaar begint in Iran. Er zullen veel gasten komen. Mijn schoonvader weet: een vieze muur kan een hoop geroddel geven. Zoals altijd is het beter naar zijn vrouw te luisteren, dat is de weg van de minste weerstand. Schilderen dus. 'Als er een sterke wind staat, buig dan mee', is een van zijn gezegden. Het heeft wel even geduurd voor hij dat inzicht kreeg.

Hun ontmoeting was een ongeluk. Letterlijk en figuurlijk. Mijn schoonvader, 19 en een hele bink, was aan het cruisen over de Pahlavi-boulevard, zoals de langste straat van Iran heette naar de sjah, voor de revolutie. Mijn schoonmoeder, ze was 16 en gekleed in een koket rokje, kwam uit de bioscoop. Behrouz keek de verkeerde kant op en zag haar niet oversteken. In het ziekenhuis, waarin ze een jaar moest liggen, raakten ze bevriend. Een oom van mijn schoonmoeder, aanklager bij de rechtbank in Teheran, heeft Behrouz nog tijden achterna gezeten vanwege het ongeluk, maar op hun huwelijk klapte hij geestdriftig mee.

Ze kregen vier kinderen: drie dochters en een zoon. Zo hoorde dat in Iran. Tijdens de islamitische revolutie zag hij, net als vele anderen in die dagen, het gezicht van Khomeini in de maan. Blij dacht hij dat alles beter zou worden. 'Ik zag helemaal niks', zegt mijn schoonmoeder vaak. 'Ik zag alleen de maan.' Tijdens de oorlog met Irak, van 1980 tot '88, toen de raketten op Teheran regenden, zaten ze eerst maanden met z'n allen in de kelder. Daarna vluchtten ze naar de Kaspische Zee.

Altijd zorgde mijn schoonvader voor ze. Hij had geen vast werk, maar deed aan 'import en export'. Bouten, balen papier, houtpulp, hij kocht het in Europa en Turkije en verkocht het in Iran. Zoals hij destijds even niet oplette tijdens het autorijden, vergat hij ook wel eens een contract te tekenen. Ook geloofde hij graag iedereen op z'n bruine ogen. Het geld kwam binnen, soms veel, soms weinig. Mijn schoonmoeder dwong hem een huis te kopen, dat is nog steeds zijn beste investering ooit.

'Als hij wat vaker naar mij had geluisterd, waren we nu miljonair', zegt mijn schoonmoeder graag. Mijn schoonvader luistert goed, maar doet soms heel wat anders. Toen hij wilde gaan paardrijden met een vriend, had mijn schoonmoeder hem gesmeekt dat niet te doen. 'Hij kón helemaal niet paardrijden', zegt ze. Mijn schoonvader ging toch, zo'n paard zou vast wel naar hem luisteren. Mijn schoonmoeder kreeg helaas weer gelijk. Het paard knelde Behrouz' been tegen een elektriciteitspaal, en brak 'm op drie plekken.

Hun spaargeld ging op aan een behandeling in Duitsland. Toch genas zijn been maar half. Mijn schoonmoeder heeft daar wel een Engels woord geleerd: crazy. Dat zegt ze dan ook vaak tegen mijn schoonvader.

De tegenslagen maken hem niet bitter. Integendeel. Er is genoeg om bij de pakken neer te zitten, maar mijn schoonvader kijkt altijd naar de toekomst. Kansen zijn er om te grijpen. Onlangs vond ik een blok Old Amsterdam-kaas in onze supermarkt. Kaas, een nieuwe markt! Na wat rondvragen, vertelde mijn schoonvader me dat hij alle kaas met goede winst kon verkopen. Opgewekt zat hij naast me achter de computer terwijl we online bij Albert Heijn in Gouda camembert en gorgonzola bestelden.

Met een lege koffer vloog hij naar Nederland. 'Dat wordt niks', voorspelde mijn schoonmoeder. En inderdaad, we hebben allemaal gesmuld van de kaas, maar verkocht werd-ie niet. Iedereen vergeeft het hem. Want mijn schoonvader is wellicht niet de beste zakenman van Iran, hij is wel de zorgzaamste vader. Dag en nacht staat hij voor iedereen klaar. Altijd is hij vrolijk. 'Dat bewonder ik wel in hem', zegt mijn schoonmoeder. 'Hij is altijd blij.'

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden