This is not America

Aruba vindt zichzelf opnieuw uit. Het Caribische eiland krijgt meer oog voor zijn natuur, zijn keuken en zijn geschiedenis. Dat werd tijd, vinden velen er, want de stroom toeristendollars heeft Aruba veramerikaniseerd.

Parkwachter Julio Beaujon heeft de pas erin. De Arubaanse hitte lijkt hem nauwelijks te deren tijdens de wandeling door het Nationaal Park Arikok. De parkwachter is trots op dit grote beschermde natuurgebied op het Caribisch eiland en wil het zijn bezoekers graag laten zien.


Dus snelt Beaujon langs groepen zuilcactussen, waarvan de oudste al 150 jaar op Aruba blijkt te staan. Hij wijst op struiken basora pretu, een soort zwarte salie, dat vaak in thee wordt gedaan als middel tegen buikpijn. Vroeger, zegt de Arubaanse ranger, werd het ook veel gebruikt om een abortus op te wekken bij zwangere ongetrouwde vrouwen op het eiland.


Beaujon vertelt ook gretig over de aloëplant. Weet zijn bezoek dat Aruba, dat zo groot is als het waddeneiland Texel, in de 19de eeuw de grootste leverancier ter wereld was van aloëhars? En dat die hars voornamelijk voor laxerende middelen werd gebruikt? Of dat het sap van de aloëplant ook erg geschikt is tegen zonnebrand en voor het genezen van snijwonden?


Als er even geen plant in de buurt is, wijst de besnorde parkwachter naar de plaatselijke vogels. Neem de Arubaanse prikichi, een schattige, groenige maisparkiet. De shoco, een van de zeldzaamste holuiltjes ter wereld en sinds vorig jaar het nationale symbool van Aruba. Of de warawara, de grootste roofvogel van de Antillen, die door zijn rommelige vliegwijze en landingstechniek geregeld in cactussen terechtkomt.


O ja, had Beaujon ons al verteld dat je hier in het park ook in een tentje mag kamperen? Enige voorwaarde is een ontheffing à 25 Arubaanse florin (bijna 11 euro) en de belofte dat je bij vertrek al je rotzooi weer meeneemt. Net als we het idee omarmen om te kamperen tussen de cactuswouden en de grillige rotspartijen, vertelt de parkwachter over de hier kronkelende santanero, ook wel de Arubaanse kattenoogslang genoemd, en de cascabel, een van de giftigste ratelslangsoorten ter wereld. En dan is er sinds enkele jaren op Aruba ook nog eens een epidemie van boa's, de bekende wurgslangen.


We kunnen echter gerust zijn, bezweert Beaujon: de santanero is onschadelijk en wordt juist door Arubanen vaak gebruikt als plaagbestrijder van muizen en kakkerlakken. En de kans om te worden gebeten door de giftige cascabel is uiterst klein. De Arubaanse ratelslang vlucht juist voor mensen, maar mocht de cascabel wel bijten dan is in negen van de tien gevallen zijn eerste beet er een zonder gifstoffen. Een waarschuwing dus.


Genoeg over slangen. Beaujon wil nu onze kennis testen. Of wij weten hoe het Nationaal Park Arikok, dat ongeveer eenvijfde van het eiland beslaat, aan zijn naam komt? Triomfantelijk onthult hij het antwoord: het natuurreservaat dankt zijn naam aan de Nederlander Arie Kok die hier ooit een kleine plantage had met een lemen huisje.


De korte quiz blijkt de opmaat tot een bezoek aan een soortgelijk ruim honderd jaar oud huisje. Een van de drie zogenoemde cas di torto die nog op Aruba zijn te vinden. Maar bijzonderder dan dit lemen huisje of de nabijgelegen oude Balashi-goudmijn ('het echte goud vind je tegenwoordig bij de ruim honderd juweliers in Oranjestad') zijn de ruim drieduizend jaar oude indianentekeningen. Mysterieuze afbeeldingen die met een soort roodbruine verfstof zijn aangebracht in diverse kalksteengrotten op Aruba.


Hier en daar zijn vissen en vogels te herkennen. Meestal is het slechts gissen naar de betekenis van de bijzonder goed geconserveerde afbeeldingen, erkent ook Beaujon in de kleinere Fonteingrot, op een steenworp afstand van de azuurblauwe zee en de grootste zoetwaterbron van het eiland.


Aruba is vooral beroemd om zijn adembenemende witte stranden - Eagle Beach werd door de lezers van USA Today gekozen tot beste strand van de Cariben en Palm Beach door The Travel Channel en Condé Nast Traveler zelfs tot beste familiestrand ter wereld. Maar vraag Beaujon waar het Aruba dushi tera (Aruba mooi land) uit het Arubaans volkslied op slaat en hij twijfelt geen moment: het Nationaal Park Arikok.


Dan betrekt het gezicht van de parkwachter. Op de vraag of veel Amerikanen - ruim driekwart van de toeristen die jaarlijks Aruba bezoeken komt uit de Verenigde Staten - ook het Nationaal Park Arikok aandoen om met Beaujon aan de wandel te gaan. Driftig schudt hij het hoofd. 'Het merendeel van de Amerikanen is lui. Die pakken voor alles de auto. Ze lopen alleen als ze ergens naar binnen moeten.'


Dan volgt een opmerking van Beaujon die we hier nog vaak zullen horen: Aruba is Americanized. De 108 duizend inwoners van het eiland zouden in hun drang naar toeristische dollars uit de Verenigde Staten de afgelopen decennia te veel hun eigen natuur, hun historische wortels, hun kunst en hun keuken hebben laten overvleugelen door de Amerikaanse consumptiecultuur.


Zo verrezen sinds de komst van de Aruba Caribbean Hotel in 1959 - het eerste luxehotel van het eiland - vele zogeheten high-rises van Amerikaanse hotelketens. Een langgerekte strip van betonnen kolossen overheerst het prachtige Palm Beach. Arubanen zijn tot de dikste mensen ter wereld gaan behoren. Een gevolg van de gewoonte van veel eilandbewoners om snackritjes te maken naar de vele Amerikaanse fastfoodrestaurants van Wendy's, Pizza Hut, McDonald's of Taco Bell.


En breek Leon Bérénos, secretaris van de stichting achter het wekelijkse Carubbian Festival in San Nicolas, de bek niet open over Oranjestad, sinds 1790 de hoofdstad van Aruba. Oranjestad mag vanwege zijn tientallen neongekleurde casino's en chique winkelcentra wel het Las Vegas van het Caribische gebied worden genoemd, volgens Bérénos is de stad vooral nep. 'Oranjestad is een façade, een kitscherig decorstuk voor de Amerikaanse toeristen die een dagje van hun cruiseschepen afkomen om te gokken en winkelen.'


Nee, dan 'zijn' San Nicolas, aan de zuidwestkant van Aruba. Vernoemd naar de 19de-eeuwse landeigenaar Nicolaas Johannes van der Biest. Aruba's tweede stad, die decennialang leefde van de nog nauwelijks functionerende olieraffinage en olieoverslag, heeft nog vele authentieke art-decogebouwen uit de jaren twintig.


Trots vertelt Bérénos hoe het ene na het andere museum er tegenwoordig de deuren opent. Van het industriemuseum in de oude watertoren uit de jaren dertig van de vorige eeuw tot een heus sportmuseum.


Ook huisvest San Nicolas naast de enige legale cafés op Aruba met 'Spaanse dames' - Colombiaanse en Venezolaanse prostituees - de wereldberoemde Charlie's Bar. Te midden van de wonderlijke verzameling verkeersborden, duikvondsten, krantenartikelen en andere door klanten achtergelaten trofeeën zegt ook eigenaar Charlie Brouns dat 'Aruba weer meer Arubaans moet worden en minder een klein USA'.


Kom met al dat gemor niet aan bij Amayra Boekhoudt van de Aruba Tourism Authority. Zij verkondigt liever de officiële toeristische slogan van het eiland. Aruba? Dat is 'one happy island' waar bijna zeventig nationaliteiten vreedzaam met elkaar samenleven, de criminaliteitscijfers tot de laagste van de Cariben behoren en de banden met Nederland ondanks de staatsrechtelijke status aparte, die sinds 1986 bestaat, nog altijd sterk zijn te noemen.


Boekhoudt wijst erop dat ruim de helft van de toeristen die Aruba bezoeken ook weer terugkomt. 'Natuurlijk hebben bij toeristen populaire eilanden als Curaçao en Bonaire ook hun charmes. Curaçao heeft voor cultuurliefhebbers zijn historische gebouwen. Bonaire voor sportliefhebbers zijn maagdelijke stranden en prachtige duikplekken. Maar Aruba heeft juist iets voor iedereen: de vriendelijkheid en de warmte van de Arubaanse bevolking. De mensen maken hier het verschil.'


Toch erkent ook Boekhoudt na lang aandringen dat als de amerikanisering van het eiland zo doorgaat 'Aruba niet lang meer van de Arubanen zal kunnen zijn'. Om er gelijk aan toe te voegen dat 'nu al op veel manieren een omslag is ingezet'. Zo heeft de Arubaanse regering een bouwstop aangekondigd voor de hoteltorens en is het Ritz-Carlton, dat in november zijn deuren opent als Aruba's eerste vijfsterrenresort, voorlopig de laatste hotelreus op het eiland.


Urvin Croes, de jonge chef-kok van de culinaire hotspot White Modern Cuisine in Palm Beach Plaza, probeert zijn landgenoten te verleiden tot een minder Amerikaanse manier van eten door Arubaanse gerechten te moderniseren. Of de nadruk te leggen op de eetbaarheid van zelfgeplukte lokale planten als Banana di Rif, een soort zeekraal, of zelfs doodgewone verse groenten.


'Veel Arubaanse kinderen eten nu vaak pas op hun 12de of 13de voor het eerst groenten. Dat moet echt anders. Door ze andere gerechten aan te bieden of ze bijvoorbeeld zelf groenten te laten verbouwen. Want als kinderen iets planten, weet je zeker dat ze ook willen weten hoe het smaakt', aldus Croes tijdens een middagje planten plukken in de duinen aan de noordkust.


Daarnaast streeft Zahira Zaandam van het Arubaanse departement van cultuur naar een beter monumentenbeleid. Een historisch gebouw als Fort Zoutman, dat in 1796 door de Nederlanders werd gebouwd en het oudste bouwwerk van Aruba is, zou een museum moeten worden waar Arubanen hun eigen cultuur en geschiedenis beter leren kennen. 'Fijn als toeristen hier en bij de naastgelegen Willem III-toren langskomen, maar het gaat er vooral om dat de Arubanen er op zoek gaan naar hun wortels en weer trots kunnen zijn op hun identiteit.'


Want, betoogt Zaandam, als je als samenleving je eigen geschiedenis kunt vertellen, kun je je ook beter aan de buitenwereld presenteren. 'Dan ben je meer dan een toeristische attractie.' Zelfs het door Leon Bérénos zo verfoeide Oranjestad werkt aan een grootschalige metamorfose van zijn hoofdstraat en binnenstad. Groot is onze verbazing als we plots zelfs een tram, de eerste in een Caribische stad, door de zonnige straten zien rijden.


Voor de broers Omar Steve en Chris Lejuez is de tram een goed bewijs dat Aruba zich voor de zoveelste keer in zijn toeristische geschiedenis aan het heruitvinden is. 'Zoiets kost nou eenmaal tijd. Je kunt niet in één keer alles overboord gooien. We kunnen niet opeens onze neus ophalen voor de Amerikanen. Die brengen nog altijd het meeste geld binnen. En daar kunnen we na de grote problemen die we hier hebben gehad na de verdwijning van Natalee Holloway in 2005 alleen maar blij om zijn.'


Door de affaire rond het vermiste Amerikaanse meisje en de mogelijke betrokkenheid van de toenmalige inwoner Joran van der Sloot kwam het eiland wereldwijd negatief in het nieuws. Maar het inspireerde de broers Lejuez ook tot het verspreiden van 'I Love Aruba' T-shirts onder toeristen en Arubanen. Chris Lejuez: 'Inmiddels is de 'I Love Aruba'-campagne veel meer dan een positieve tegenreactie. Het vergroot de band tussen Arubanen, migranten en toeristen. Het bindt jonge en oude Arubanen in hun nationaal bewustzijn en de liefde voor het eigen eiland.'


Omar Steve Lejuez valt zijn broer bij: 'Kijk om je heen. De zon schijnt vrijwel altijd. De mensen zijn allemaal aardig. Wat wil je nog meer van een eiland waar je ook 's nachts veilig over straat kunt lopen? Waar je echt nooit kunt verdwalen omdat onze divi-divibomen in zuidwestelijke richting wijzen en je dus altijd de weg terug kunt vinden naar de hotels?'


Een geruststellende gedachte als we de volgende keer zonder parkwachter Julio Beaujon de Arubaanse natuur in willen trekken.


HOPPEN

Vanaf Amsterdam vliegen KLM en Tuifly vrijwel dagelijks naar Aruba. De vlucht naar Aeropuerto Internacional Reina Beatrix duurt zo'n negen uur. Vanaf Aruba kun je ook 'eilandhoppen' naar de andere Nederlandse Antillen. Curaçao is een half uur vliegen, Bonaire ongeveer 40 minuten. Voor Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius zit je zo'n anderhalf uur in het vliegtuig.


aruba.com


app.aruba.com


ELKE WEEK CARUBBIAN FESTIVAL

Elke donderdagavond tussen 18.00 en 22.00 uur vindt in San Nicolas het Carubbian Festival plaats. Het straatfeest is een waar paradijs van lokale eetkraampjes met gerechten als de Arubaanse curry chicken en pastechis (pasteitjes). Daarnaast zijn er dansvoorstellingen en optredens van bands als Rincon Boys of Youth Xtreme. Knoop er vooral een praatje aan met de locals, drink een ijskoud Balashi-biertje of batido (vruchtenshake) en kijk je ogen uit tijdens de minicarnavalsoptocht door de Bernhardstraat, waarmee het festival wordt afgesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden