Thijssen schittert tegen Valneris

In de laatste week van oktober vond in Amsterdam Zuid-Oost de vijfde editie van het Bijlmer-toernooi plaats. Het enige prestigieuze rondtoernooi waarop de Nederlandse damwereld nog kan bogen, kende traditiegetrouw een topbezetting en leverde een schat aan boeiende partijen op, waarvan een hoog aantal (meer dan 40 procent) in een...

Na een spannend verloop, waarbij vrijwel elke deelnemer - met uitzondering van wereldkampioen Tsjizjov - wel één of zelfs meerdere nederlagen moest incasseren, ging de toernooizege naar Kees Thijssen. De Amsterdammer, die het Bijlmer-toernooi ook in 1999 op zijn naam had geschreven (andere winnaars waren Schwarzman en - vorig jaar - Ndiaga Samb), behaalde 12 punten uit 9 partijen.

Met die 'plus-drie' score bleef Thijssen het trio Samb/Meijer/Tsjizjov, dat in deze volgorde (bepaald door het aantal geboekte winstpartijen) de plaatsen twee tot en met vier deelde, precies één punt vóór.

Voor het overige zag de eindstand er als volgt uit: 5. Valneris 9 punten; 6. Boezjinski, Kalmakov en Hoogteijling allen 8; 9. Ndjofang 7; 10. Oudshoorn 5 punten.

Van de vier partijen die Thijssen in winst omzette en waarmee hij zijn verlies tegen Meijer ruimschoots compenseerde, spreken die op de Baltische cracks Boezjinski (Litouwen) en Valneris (Letland) het meest tot de verbeelding. Maar met het oog op de ruimte schuif ik een bespreking van zijn overwinning op Boezjinski naar volgende week door. Een analyse daarentegen van het kleurrijke duel dat Thijssen op de zesde speeldag van Guntis Valneris won, verdraagt geen langer uitstel.

Overigens: de wereldkampioen van 1994 (èn tweede prijswinnaar van het toernooi om het WK 2000) had twee ronden eerder eveneens verloren van Hein Meijer, die zijn illustere tegenstander op een memorabele cursus hogere (aanvals)strategie trakteerde. En het scheelde waarlijk niet veel of de doorgaans zo trefzekere Valneris had op de slotdag óók van zijn oude kwelgeest Tsjizjov verloren!

Maar over dit alles later méér. Voor het moment richten wij de aandacht op Thijssens topprestatie.

Valneris-Thijssen

(Bijlmer-toernooi 2001)

1.32-28 20-25 2.37-32 14-20 3.41-37 10-14 4.46-41 17-21 5.31-26 5-10 6.26x17 12x21 7.36-31 21-26 8.31-27 7-12 9.41-36 1-7 10.37-31 26x37 11.42x31 11-17 12.27-22 18x27 13.31x11 6x17 14.48-42 12-18 15.42-37 17-21 16.47-41 21-26 17.36-31 8-12 18.31-27 18-23!?

Een niet-alledaagse zet, waarmee Thijssen enerzijds de opstoot 28-23 uit de stand haalt en anderzijds het vervolg 19.34-29 23x34 20.40x29 3-8(!) 21.44-40 19-23(!) probeert uit te lokken.

Maar Valneris reageert adequaat:

19.27-22!?

Zonder vrees voor 19...12-18 20.22-17 16-21?? 21.34-30! en 22/23.30-24 +.

Overigens valt er zelfs in dit stadium van de partij al zeer veel rekenwerk te verrichten, bijvoorbeeld 19...12-18 20.22-17 en nu òf 20...2-8 21.17-11 7-12 22.11-6 26-31 enz. òf 20...3-8 21.17-11 26-31 enz. òf 20...3-8 21.33-29 25-30 22.34x25 23x34 23.39x30 7-12. Het hoeft dus geen verwondering te wekken dat beide spelers, die normaliter tòch al zwaar op de (dam)hand zijn, straks met hevige tijdnood te kampen krijgen.

19...3-8(!) 20.34-30 25x34 21.40x18 12x23 22.41-36 7-12 23.37-31 26x37 24.32x41 23x32 25.38x27

Zo stelt wit de positie van zijn voorpost op 22 veilig. Met bijvoorbeeld 4 op 1 of 6 zou zwart nu zonder meer voordelig hebben gestaan. Maar de permanente afwezigheid van het steunpunt 6 bemoeilijkt de vorming van een helder stellingsoordeel.

25...20-24 26.41-37 19-23 27.37-31 23-29 28.43-38 14-20 29.44-40 10-14 30.40-34 29x40 31.45x34

Het witte streven zou erop gericht moeten zijn, denk ik, om 49 naar 32 over te hevelen en tot 31-26 en 22-17x17 te komen. De vraag welke (tactische) middelen zwart kan aanwenden om dat streven te dwarsbomen, bepaalt het antwoord op de vraag of 31.45x34 dan wel 31.35x44 de voorkeur verdient. Hoe dan ook - mijn eerste, noodgedwongen oppervlakkige indruk is dat wit momenteel nog heel redelijk staat, maar dat er in de fase tussen de 30e en 35e zet iets grondig mis gaat.

31...13-19

Deze schijnbaar a-positionele zet heeft tot doel wit de controle over het randveld 25 te betwisten: 32.34-30/49-43 20-25! 33.49-43/34-30 25x34 34.39x30 14-20! 35.50-44 (35.30-25??) 35...20-25 36.44-39 25x34 37.39x30 15-20! enz.

32.33-28 20-25 33.31-26 14-20 34.26-21?

Een strategische misslag, zoals spoedig blijken zal.

34...9-13! 35.50-45 12-18! 36.21-17

Zie diagram

36...24-30!

Dit lijkt sterker dan onmiddellijk 36...18-23 37.17-12 enz.

37.35x24 20x40 38.45x34 18-23!

Hiermee stelt Thijssen zijn tegenstander voor een lastige keuze. Want een positioneel vervolg met 39.38-32 15-20! ziet er inderdaad bijzonder zorgelijk voor wit uit. Zo verliest 40.39-33 kansloos door 40...20-24 41.33-29 24x33 42.28x39 19-24! 43.49-44 (43.39-33?? 24-29! +) 43...4-10 44.44-40 10-14 enz. +. En ook na 40.36-31 lijkt zwart aan het langste eind te trekken. Een fraaie spelgang ter illustratie:

40...4-10!! (sterker nog dan 40...20-24 41.49-43 enz; zie de 'hoofdvariant') 41.49-43 10-15! 42.43-38 13-18! 43.22x24 20x40 44.28x19 40-45!! 45.17-12 (45.19-14 45-50! +) 45...8x17 46.19-13 (relatief hardnekkiger is 46.39-34, maar ook dan verliest wit na 46...17-21! 47.31-26 45-50 48.26x17 50x11 49.19-13 11-50! 50.13-9 50-45 51.34-30 25x34 52.9-4 45-50! door overmacht) 46...45-50 47.38-33 (want op 47.39-34 kan al 47...16-21! 48.27x16 50-22 +) 47...17-21! 48.13-9 25-30! 49.9-3 50-45!! 50.3x26 2-8! 15-20 51.3x34 45x26 (via de velden 23 en 37; merk op dat 45x29x42x26? niet meer dan remise oplevert na 52.39-34!) en nu bijvoorbeeld nog 52.33-29 26-48! 53.39-33 48-42! 54.27-22 42-31 55.22-17 31-26 enz. met winst.

Toch kan wit in de stand na 39.38-32 15-20 nog van zich afbijten, en wel door direct 40.49-43! te spelen. Er kan dan volgen 40...20-24 (na 40...4-10 41.39-33! 20-24 42.43-39! zou zwart met lege handen staan) 41.36-31 en nu onderzoeken we drie verschillende winstpogingen:

1) 41...4-10 (met de bedoeling 42.31-26? 10-15! 43.26-21 24-29! 44.34-30 25x34 45.39x30 15-20 46.30-25 20-24 +; maar:) 42.43-38!! en wit heeft net voldoende tijd om zijn bedreigde rechter flank middels 43.38-33 af te grendelen, daar 42...24-29 de remise-combinatie 43.27-21!! en 44.32-27 = mogelijk maakt!

2) 41...24-29 42.34-30 25x34 43.39x30 4-10 44.31-26 10-15 45.43-38! 15-20 46.27-21!! 16x18 47.38-33! 29x27 48.30-25 23x32 49.25x3 =.

3) 41...24-30 42.43-38 30-35 43.31-26 25-30 44.34x25 35-40 45.27-21 16x18 46.39-34(!) 40x29 47.17-11 en het is niet duidelijk of zwart het (ingewikkelde) afspel kan winnen.

Het laat zich evenwel begrijpen dat Valneris voor de andere verdediging kiest:

39.17-12 23x43 40.12x3 43-48 41.39-33??

Maar deze afname van de vijandelijke dam voor niet minder dan vier(!!) stukken staat gelijk aan zelfmoord. Dit temeer daar Thijssen vrijwel geen schijven op het middenbord heeft en, onder 'dekking' van de vangstellingen 4/13 en 2/13, linea recta op de promotielijn afstevent. Daarom had wit hoe dan ook 41.3-26 moeten proberen, al geef ik toe dat deze stand zich domweg niet voor tijdnood leent...

41...48x30 42.49-43 30x48 43.36-31 48x26 44.22-17 26x12 45.3x17 25-30 46.33-28 30-35 47.17-6 35-40(!) 48.28-22 40-44 49.22-17 44-49 50.27-22 19-24 51.6-1 13-18

Wit geeft het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden