Thessaloniki gaat eindelijk slachtoffers holocaust eren

De culturele hoofdstad van de Europese Unie durft eindelijk de geschiedenis onder ogen te zien. Thessaloniki, de tweede stad van Griekenland, gaat ruim een halve eeuw na de Tweede Wereldoorlog de slachtoffers van de holocaust eren....

The New York Times

THESSALONIKI

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wisten de nazi-bezetters in Thessaloniki alle sporen uit van het rijke joodse verleden. Op één na werden alle 36 synagogen verwoest. Van de oorspronkelijke 56 duizend joden die er voor de oorlog woonden, overleefden er slechts een paar duizend. Het overgrote deel kwam om in de concentratiekampen. In Thessaloniki wonen nog maar 1150 joden.

Na de oorlog keerden de overlevenden terug. Ze ontdekten dat zelfs de sporen van hun lijden nagenoeg waren verdwenen. Net als in Babi Yar, het beruchte nazi-massagraf in de Oekraïne, waar de Sovjet-autoriteiten tientallen jaren weigerden te erkenen dat de meeste slachtoffers joden waren, geeft Thessaloniki eindelijk toe dat de grote en bruisende joodse gemeenschap van weleer door de nazi's is uitgeroeid.

'Over de joden van Thessaloniki is ondraaglijk lang gezwegen.' Andreas Sefiha, de 69-jarige voorzitter van de joodse gemeenschap, slaagde er als 13-jarige jongen in het bezette Thessaloniki te ontvluchten voordat de treinen naar Auschwitz begonnen te vertrekken. 'Het leek er soms op dat wij nooit hadden bestaan. Voor mijn generatie was het een soort tweede dood.'

In het reine komen met het verleden van Thessaloniki was 'een van de moeilijkste taken' die de schrijver en architect/restaurateur Panos Theodoridis kreeg toebedeeld. Hij is de vierde artistiek directeur die het gemeentebestuur van Thessaloniki aanstelde om de activiteiten te coördineren die het predikaat 'culturele hoofdstad van de Europese Unie' met zich meebrengt.

'De mensen hier vergeten dat deze stad vanaf het allereerste begin multinationaal was. Het is de hoogste tijd dat wij iedereen gedenken die het karakter van Thessaloniki heeft bepaald', meent Theodoridis.

Andreas Sefiha beschouwt het monument en de twee musea als een verlate daad van rechtvaardigheid. 'Als we het monument eenmaal hebben, zullen steeds meer mensen belangstelling krijgen voor de geschiedenis van de stad. En dan zullen ze de noodzaak van het monument inzien.'

De plaatselijke nationalisten willen niet graag worden herinnerd aan de geschiedenis van Thessaloniki. Die was tijdens de vijf eeuwen Ottomaanse bezetting grotendeels joods met een Armeense en Turkse inbreng.

De eerste grote groep sefardische joden kwam eind vijftiende eeuw naar Thessaloniki, op de vlucht voor de Inquisitie in Spanje en Portugal. De gemeenschap groeide gestaag met de komst van joden uit Oost-Europa. Tegen het einde van de negentiende eeuw bestond de bevolking van de stad voor tweederde uit joden. De voertaal was Frans of Ladino, de joods/Spaanse taal van de sefardische joden. Winkels en kantoren waren 's zaterdags dicht in verband met de sabbat.

Het verleden is grotendeels uitgewist. Niet alleen door de nazi's, maar ook door branden, aardbevingen en het Griekse nationalisme, dat in 1923 werd versterkt door de 160 duizend Grieken die het Turkse vasteland verruilden voor Thessaloniki.

Thessaloniki heeft zijn holocaust-slachtoffers nooit herdacht. Op de scholen in de stad leren de kinderen nauwelijks iets over het multiculturele verleden. 'In de schoolboeken staats niets over de joden', klaagt Sefiha. 'Maar ik weet zeker dat het ware verhaal van de stad eens zal worden verteld.'

De joodse bijdrage aan de geschiedenis van Thessaloniki is niet het enige slachtoffer van het collectieve geheugenverlies. In de plaatselijke toeristische folders en het materiaal dat is verschenen omdat Thessaloniki de culturele hoofdstad van de EU is, worden de vijf eeuwen Ottomaanse overheersing eufemistische omschreven als de 'post-Byzantijnse' periode. De sterke anti-Turkse sentimenten maken deel uit van het Griekse bewustzijn.

Dat is niet altijd zo geweest. In de jaren dertig liet de gemeenteraad van Thessaloniki zich van zijn goede kant zien.

De gemeenteraad gaf Mustafa Atatürk, de oprichter van het moderne Turkije, zijn geboortehuis terug - een eenvoudig gebouw met tuin dat een van de weinig herinneringen is aan de Turkse middenklasse. Thessaloniki was ooit de op één na grootste stad van het Ottomaanse rijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden