'Therapie is geweldig'

Hij is 'een beetje een asperger', schrijver (en hovenier) Gerbrand Bakker (48), en angsten en dwanggedachten heeft hij ook. Maar hij blijft graag opgewekt: 'Zo erg is het niet.'

E en paard gaat hij kopen. Geen rijpaard, maar zo'n knol met brede flanken 'waarop je lekker kunt liggen'. Dat was wat hij bedacht toen zijn Engelse uitgever hem voorbereidde op de vraag die komen zou: 'Wat gaat u met het geld doen?'


'Ik heb maar wat verzonnen', zegt Gerbrand Bakker. Want wat moet hij met zo'n beest in een Amsterdams appartementengebouw? Een huis ergens buiten, met een stuk grond erbij, komt eerst.


Schrijver Gerbrand Bakker kreeg op 17 juni van dit jaar in de Ierse hoofdstad de International IMPAC Dublin Literary Award, à 100 duizend euro. Een kwart is voor zijn vertaler, de rest is voor de auteur van de winnende roman Boven is het stil (in het Engels vertaald als The Twin).


Die prijs is zeker 'wel fijn', zegt hij nu, enigszins onderkoeld. Maar toen zijn Engelse uitgever hem in mei belde, wist hij niet waar hij het zoeken moest. 'Ik dacht: Jezus Christus nog aan toe. 's Avonds ben ik uit eten geweest met mijn uitgever hier. Maar je moet een maand lang je mond houden. Dat is heel raar, alleen jij weet het. Een stomme maand was dat, en een eenzame maand.'


In Dublin werd hij groots onthaald, en via telefoon en sms uit Nederland hoorde hij dat 'het de hele dag op het Journaal was geweest'. Maar toen hij drie dagen later thuis kwam, bleef het stil. 'Je houdt rekening met reacties, interviews. Nul. Er gebeurde niks.' Bakker, die het schrijven combineert met hovenierswerk, kon gewoon aan de slag in de tuin. En daar foeterde een vriend dat het 'in dit land' toch godgeklaagd is: 'Zo'n Thiemo de Bakker, die een ronde verder komt op Wimbledon, krijgt een hele pagina in de Volkskrant, terwijl je moet zoeken naar een regeltje over een Nederlandse schrijver die de grootste literaire prijs na de Nobelprijs wint'.


Bakker wil allesbehalve de verdenking op zich laden dat hij zich miskend voelt, want dat is niet zo en dat Journaal-itempje dat hij later terug heeft gezien was 'echt hartstikke leuk'.


Maar: 'Het is toch, nou ja, grappig.'


Het gesprek vindt plaats in een café aan het water, met uitzicht op het 'yuppige' appartementengebouw waar Bakker woont. Aanleiding genoeg voor een gesprek: naast de IMPAC Award - die hem vertalingen tot in het Chinees, het Catalaans en het Litouws oplevert - is er Bakkers nieuwe boek De omweg. Het is zijn derde roman, na Boven is het stil (2006) en Juni (2009); Perenbomen bloeien wit, dat in 1999 als jeugdboek verscheen, niet meegerekend.


Thuis afspreken doet hij niet meer, sinds een 'minder prettige' ervaring met een verslaggever van een opinieweekblad. Dus drinken we koffie in het café. Wanneer een boxer en zijn baasje langs ons tafeltje schuiven, steekt hij meteen zijn hand uit. De hond springt enthousiast tegen hem op.


Wat was er nou met die journalist? 'Die man bleef maar zitten.'


Hij bleef maar zitten? 'Het interview was al afgelopen, maar hij ging maar niet weg. En ik weet dan niet hoe je dat aanpakt, terwijl je denkt: man, ga nou weg. Dat was heel onaangenaam. Toen heb ik besloten: ik doe het niet meer. Buiten de deur is wel zo overzichtelijk. Dan kan ik straks om 5 uur rustig thuis een borreltje drinken. Ik ben uitgeput na zo'n gesprek.'


Boven is het stil was zijn debuut: een ingehouden verteld verhaal over Helmer, die zich na het dodelijke ongeluk van zijn tweelingbroer verplicht voelt in zijn plaats de zorg voor de boerderij op zich te nemen. Moeder is intussen overleden, vader, hoogbejaard en krakkemikkig, kan zijn bed niet meer uit. 'Oud brood' is het intussen, zegt de auteur. 'Ik heb het in 2002 geschreven en het is in 2006 uitgegeven.' Hij heeft er destijds 'vreselijk mee geleurd', maar bleef erin geloven - helemaal toen hij van een uitgeverij een brief kreeg van drie kantjes met de conclusie: we geven het niet uit. Daar had iemand tijd ingestoken. 'Dan weet je: het is wel iets.'


Eerst kun je het aan de straatstenen niet kwijt, vervolgens wordt het een wereldsucces. 'Ja, ik snap dat nog steeds niet goed. Maar dat komt ook door de ontvangst van Juni, mijn vorige boek. Dat is hier, nou ja, nogal neergesabeld, terwijl het in Duitsland jubelend is besproken. Dat heeft me weer doen beseffen hoe raar het kan gaan.'


Heb je met Boven is het stil jezelf als schrijver ontdekt? 'Ik wist dat ik het kon, ik had dat jeugdboek al geschreven. En als twintiger schreef ik weleens gedichten samen met een vriend. Dan gebeurde het dat ik iets schreef waarvan ik zelf niks begreep, maar wel het gevoel had: dit zegt iets. Zo schreef ik over een wilg, die 'als de dood zo bang was voor de elzensnuitkever' die hem kon besmetten met, hoe heet het, pseudomonas salicis, een ziekte. Die vriend leest dat en zegt: 'Pummel, zie je dat dan niet, het gaat over aids.' Dat had ik zelf niet door. Met Boven is het stil heb ik dat herontdekt: dat ik niet precies weet hoe het zit, maar deep down voel dat het iets kan worden.'


Een boek ontstaat 'onder zijn tikvingertje', zegt Bakker. Hij gaat zitten en hij schrijft. En zoals de lezer vooraf niet weet wat hem te wachten staat, staat hij er zelf ook tamelijk onbevangen in. Met het noteren van invallen in een 'boekje' - hij spreekt het uit alsof het om een belachelijke jeugdzonde gaat - is hij in elk geval opgehouden.


'In mijn nieuwe boek zit bijvoorbeeld die das, die de vrouw overdag in haar voet bijt. Dat is raar, want dat doet een das niet, die laat zich hooguit 's nachts zien. Ik schrijf dat op en denk: wat is dit nou weer? Als ik dan doorga, begin ik het beter te begrijpen en wordt de rol van die das ook groter. Maar dat is niet iets dat ik vooraf verzin, dat gebeurt.'


Dassen en ganzen - en een dood lam - vormen de beestenbende in De omweg, waar het ezels en koeien zijn in Boven is het stil. En voor het eerst bedient de schrijver zich van een vrouwelijke hoofdpersoon. Nee, hij heeft geen seconde gedacht: nu ga ik me eens inleven in een vrouw. 'Ik had een A4'tje geschreven en dacht: er klopt iets niet. Toen heb ik alle 'hij's' gedeletet en er 'zij' van gemaakt. Toen klopte het wel.'


Die vrouw verdwijnt. Ze zoekt een heenkomen op het platteland van Wales, haar echtgenoot in Amsterdam in onwetendheid achterlatend. Of beter: wat de een niet weet, weet de ander wel, of diegene krijgt gaandeweg een vermoeden. En Bakker is er zelf intussen ook achter: 'Al die boeken van mij gaan over non-communicatie.' In Juni, fictie gebaseerd op feiten, is dat op een extreme manier meegebakken in de vorm, met 'wel twaalf verschillende perspectieven'. Vader, moeder, hond en andere gezinsleden en betrokkenen blikken terug op de gebeurtenissen van 17 juni 1969, de dag dat koningin Juliana een dorp in de kop van Noord-Holland aandeed en kleine Hanne, een meisje van 2, door de bakker werd doodgereden.


'Ik zie jou, ik luister naar je, ik zeg iets. Tegelijkertijd zie jij mij, je luistert naar mij en je zegt iets. Maar dat zijn twee totaal verschillende werelden. Dat zal altijd in mijn boeken zitten.'


Sinds kort weet hij dat hij 'een beetje een asperger' is. 'Dat zijn mensen die moeite hebben met contact, écht contact, en zich daarover schuldig voelen. Dat heeft zijn weerslag in mijn boeken, ook in De omweg gaan dingen langs elkaar heen. Er is een poging tot warmte en liefde, want dat zit er wel in, vind ik, en toch mislukt het altijd net.'


Hoe kwam je erachter dat je asperger hebt? 'Ik ben sinds een jaar in therapie - helemaal niet erg hoor, ik wil het graag relativeren. Vorig jaar oktober trok ik het niet meer. Ik had zo'n angst, en dan bedoel ik geen angst voor iets, maar het Duitse Angst, met een hoofdletter. Ik dacht: hier heb ik geen zin in. Toen heb ik onmiddellijk actie ondernomen.'


Angst? Dat borreltje om 5 uur hielp ook niet meer? 'Nee, zelfs dat hielp niet meer. Het is een gevoel van onrust en nergens veilig zijn. Ik dreigde de grip op alles te verliezen. Dat is eng. Dus ik dacht: ik ga in therapie. Toen heb ik het geluk gehad dat ik via mijn huisarts een enorm leuke vent heb getroffen.'


En die constateerde? 'Hoe dat ging, was grappig. Het duurde maanden voordat ik tijdens de therapie moest huilen, terwijl ik een keer tijdens een interview, met collega-schrijver Kees 't Hart, wel in huilen ben uitgebarsten. Dat vertelde ik aan mijn therapeut en die reageerde quasigepikeerd. Kees stelde een vraag, ik begon met het antwoord en ik wist al: dit gaat fout. En het ging ook fout, dus ik zat daar te snotteren en toen¿'


Wat vroeg hij? 'Ach, dat doet er niet toe.'


Je gaat niet zomaar zitten snotteren. 'Het gesprek ging over mijn boek Juni, waar die autobiografische kern in zit. Het ging over honden - ja, daar heb je die honden weer. 'Die hond', zei hij, 'en de koningin en je dooie broertje¿' Toen dacht ik eerst nog: ho ho ho, het boek gaat over een meisje, maar goed, laat maar gaan. En op dat moment zag ik onze Ierse setter, die toen nog een pup was, naast de sloot zitten waarin mijn eigen broertje is verdronken. Dat beeld kende ik wel, maar op de een of andere manier vóélde ik het voor het eerst echt. Omdat ik besefte dat die hond nog maar een pup was en helemaal niet geleerd had: 'Zit!', 'Volg!' of 'Blijf!' En dat dat beest instinctief bij die sloot is blijven zitten. Toen brak ik.


'Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen: hoe die therapeut daarop reageerde. Hij speelde een beetje geïrriteerd van: goddomme, dat gaat daar en plein public zitten huilen en hier bij mij¿ Dat was grappig. En zo zie ik het ook, daarom praat ik er nu ook over: therapie is geweldig en iedereen heeft wel wat.'


Asperger, daar hadden we het over. 'Een maand later of zo moest ik ook bij hem huilen. Dat was nadat ik had verteld over één moment in mijn leven waarin ik werkelijk heel erg betrokken bij iemand was geweest. Eén moment in mijn leven - ik ben 48, hè.


'Toen zei hij: wacht eens, mannetje, jij bent een asperger. O, zei ik, nou bedankt. Want de enige asperger die ik kende, was, hoe heet-ie, Volkert van der G. Maar dan ga je erover praten en nadenken. Het bestaat in verschillende gradaties. Een punt van die aspergers is dat ze zo goed in staat zijn om er doodnormaal mee te leven. Je merkt nooit iets aan ze, maar ondertussen.


'Maar wat voor mij zo heerlijk was: in één klap vielen allerlei dingen, vooral van vroeger, op zijn plek. En wat ik nu ook besef: dat ik in mijn boeken een veel warmere, liefdevollere wereld probeer te scheppen. Omdat ik dat in mijn echte leven een beetje ontbeer.'


Dingen van vroeger? 'Rare dingen had ik altijd. Hyperventilatie, dwanggedachten. Het is natuurlijk ook een slinkse manier om je aan dingen te onttrekken. Je bent niet helemaal goed; o, ga jij maar even liggen. Het gemak waarmee andere mensen met elkaar omgingen, ook vriendjes op school, vond ik raadselachtig. Dat snap ik nu beter allemaal.'


Wat zegt je familie van de diagnose? 'Ik ben er zelf nog mee aan het klooien, daardoor heb ik er thuis eigenlijk nog niet over gepraat. Hoewel ik wel meer aan mijn moeder vraag hoe ik vroeger dingetjes deed. Vaak moeten dan de sperziebonen worden opgezet, dus het komt er niet zo van. En ik wil ze er ook niet mee lastigvallen. Krijg je dat weer, want die jongen schrijft ook al. Bij ons gaat het daar niet zo over.'


In je boeken zijn het gevaar van water en verdrinken, naast tweelingen en dieren overigens, terugkerende elementen. Hoe oud was je toen je broertje verdronk? 'Ik was 7 en hij was op een maandje na 2. Ik ben de derde in het gezin, hij de vijfde. Maar daar heb ik geen therapeut voor nodig. Ik heb altijd wel geweten dat het ook door die leeftijd zoveel indruk heeft gemaakt. In werkelijkheid zaten er elf dagen tussen het bezoek van Juliana en mijn dode broertje, maar in Juni heb ik het op dezelfde dag laten gebeuren. Zo zit het in mijn hoofd: Juliana, dood broertje én dat ik op mannen val - ook dat zit in Juni. Voor mij is het één pot nat, gek genoeg, althans dat was het in dat 7-jarige breintje.'


Hij vertelt over Jan Wolkers, 'nooit ontmoet, hoor', die hij 'een ongelooflijk goed, leuk, warm mens' vond. Rond zijn dood stuitte hij op een interview waarin Wolkers zei dat al zijn werk, schrijven en beeldende kunst, te herleiden is tot de dood van een van zijn kinderen. 'Dat wist ik niet, maar ik vond dat zo mooi.'


Hij neemt een slok van zijn koffie en zegt: 'Sommige lezers verwijten me dat die Helmer, die 35 jaar lang de koeien melkt waar zijn overleden broer dat had moeten doen, een lafbek is. Want hij had toch ook tegen die vader kunnen zeggen: 'Sodemieter op met je koeien'? Zo zit het niet, zeg ik dan, want die Helmer, die bijna zonder na te denken die koeien melkt, doet dat uit eerbetoon voor die dode broer. Hij richt als het ware een monument voor hem op. Nu we het erover hebben, besef ik dat ik dat ook doe, door te schrijven.


'Ik heb er een gigantisch schuldgevoel over, dat is ook zo bizar en nergens op gebaseerd. En nogmaals, anders wordt het allemaal zo zwaar: zo erg is het niet, ik zou bijna zeggen: iedereen heeft wel een dood broertje. Maar blijkbaar ben ik bij ons degene geweest die de schuld op zich heeft genomen. Ik geloof dat het zo werkt, zeker in zo'n groot gezin; er is altijd wel iemand die alles probeert goed te maken.'


Zoals Helmer, die gezeglijk de koeien melkt. 'Ja, totdat er een moment komt dat het klaar is. Voor mij persoonlijk kwam dat toen ik besloot Juni af te gaan maken; ik was al jaren bezig met dat boek. Ik wist: dat autobiografische is misschien niet zo leuk voor vader en moeder Bakker. Maar dat is dan jammer, je kunt je hele leven wel mensen blijven ontzien.'


En? Wat vinden ze ervan? 'Zo simpel is het niet. Ik hoor wel dat er mensen zijn die Juni willen nalopen of -fietsen. Die komen via via bij mijn ouders terecht om te vragen waar de bakker woonde. En dan zegt mijn moeder: 'De bakker bestaat niet en de begraafplaatsbewaakster evenmin.' En tegen mij: 'Hoe verzinnen ze het, die stomkoppen.'


En je andere boeken? ''Mooi hoor', zegt mijn moeder, 'maar waarom moet het altijd zo triest?' En dan zeg ik: 'Hoe kom je erbij?' Boven is het stil vind ik helemaal geen triest boek. Zeker het einde, dat is een soort openbaring; hij komt los, hij gaat eindelijk léven. En Perenbomen bloeien wit vind ik ook niet zo triest, al eindigt het met een zelfmoord. Maar dat komt vooral doordat die twee broers, die tweeling, die overblijven met die hond en die vader, elkaar vastpakken. Het komt goed. Als je er maar een portie warmte en liefde achteraan gooit.'



CV

Gerbrand Bakker


Geboren


1962, Wieringerwaard


Opleiding


1992 Nederlandse taal- en letterkunde, Universiteit van Amsterdam


2006 Avondopleiding tot hovenier


Werk


1995 - 2002 ondertitelaar


1997 - heden schaatstrainer op de Jaap Eden-baan in Amsterdam


1999 Perenbomen bloeien wit (jeugdboek)


2006 Groot Junior Etymologisch Woordenboek


2006 Boven is het stil


2007 - heden wekelijkse column in De Groene Amsterdammer


2009 Ezel, schaap en tureluur (dierencolumns)


2009 Juni


2010 De omweg


Gerbrand Bakker is vrijgezel en woont in Amsterdam


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.