Theo

PETER MIDDENDORP

Het heeft er lang op geleken dat dit weer het seizoen van PSV zou worden - van het voetenwerk van PSV-spelers Bakkal en Toivonen.

Eerst ging Bakkal op de voet van Suarez staan. Suarez beet in zijn hals - het had ook een hap uit die gepommadeerde krulletjes mogen zijn - werd geschorst, en daarna was het voor PSV eenvoudig een puntje uit Amsterdam mee te nemen.

Bakkal heeft overigens een fijne techniek. Niemand kan zo mooi naast schieten als hij. Maar het is allemaal nog te weinig doorleefd wat hij laat zien. Hij moet zo snel mogelijk weg uit die Brabantse gemoedelijkheid op de Herdgang, weg uit die frisse lucht, en zich driemaal daags op het trainingsveld van een provincieclub onbedaarlijk onderuit laten schoffelen - misschien dat het dan nog wat wordt.

Vervolgens ging Toivonen op de voet van Gudelj staan. Gudelj reageerde, kreeg rood: met elf tegen tien kon PSV wel winnen van NAC.

Van dit gescharrel zijn meer voorbeelden te geven: de strafschop bijvoorbeeld, die Koevermans tegen Excelsior versierde in de derde minuut van de verlenging, bij een stand van 2-2.

Tegen Twente leek het zaterdag weer hetzelfde liedje te worden. In de elfde minuut hield Lens een Twente-inzet op de doellijn tegen met zijn hand. Als Twente een verdiende strafschop had gekregen, en Lens gewoon rood, waren ze compleet over PSV heen gewalst. Maar het gebeurde niet, en in gedachten zagen we PSV alweer in het vuistje lachen.

Maar toen kwam Theo Janssen. Hij benutte een strafschop door te wachten met schieten tot de keeper op zijn rug lag. Later zagen we hem opstomen over de linkerflank. Een sprintende Janssen is een grappig gezicht. Het doet een beetje aan Jhonny van Beukering denken. Met dit verschil: Janssen wint zijn sprints. Hij wint ze op pure traagheid.

In het doelgebied keek hij even op, en stiftte de bal daarna over de keeper in het doel: het mooiste, meest volmaakte doelpunt van de laatste jaren.

Janssen ging aan het hek staan. Rode kop, wallen onder de ogen, bier en tabak uitzwetend, de armen eenvoudig in de lucht - hoera. En geen spatje spelplezier uitstralen hè. Gelukkig maar, het zou teveel bederven.

De traptechniek van Janssen: zijn voorzetten zijn als trekballen bij het biljarten. Spits Janko hoeft vaak alleen maar een been uit te steken. Eigenlijk heeft Janko nog nooit gescoord. Hij is de band van het biljart. Janssen scoort via hem.

Bij FC Groningen hebben we ook zoiets gehad, lang geleden. Joop Gall verzond meer aardkluiten dan lange ballen, maar als de bal een buitenspeler bereikte, gaf die voor, en kopte Martin Drent die in. Ook Drent heeft nooit zelf gescoord, of ook maar gekopt. Hij stelde zijn hoofd beschikbaar, dat was het meer. Voor flankspelers was het zaak daar zo hard mogelijk tegenaan te schieten.

Theo Janssen. Er zijn nog vijf wedstrijden te gaan. Je durft het nog niet te hopen, maar als de scheidsrechters Toivonen de komende weken een beetje in de gaten houden, bestaat zomaar een kans dat deze competitie door techniek wordt beslist.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden