Opinie

Theodore Dalrymple: 'Wat heeft Thatcher aangericht?'

Fel in haar retoriek, maar terughoudend als het er echt om ging, heeft Thatcher bij veel mensen de zo noodzakelijke hervormingen, die nooit plaatsvonden, in diskrediet weten te brengen. Dat schrijft de Britse essayist en psychiater Theodore Dalrymple.

null Beeld afp
Beeld afp

Margaret Thatcher riep even veel bewondering als afkeer op, maar zelfs haar grootste vijand zou haar niet kleurloos hebben genoemd. Ze liet bijna niemand onverschillig en zelfs met het verstrijken van de tijd, wat meestal leidt tot bijstelling van iemands reputatie, is zij zowel in Groot-Brittannië als elders iemand gebleven die tot verdeeldheid leidt: de meeste mensen zijn nog steeds volledig voor of volledig tegen haar. Er is in het recente verleden geen politicus geweest bij wie het zo moeilijk was om de woorden 'enerzijds, anderzijds' te gebruiken. Ze was zo'n krachtige persoonlijkheid dat, volgens een artikel in het British Medical Journal in 1985, zelfs mensen met alzheimer zich haar bleven herinneren.

Niet de geschiedenis oordeelt over politici, maar de mensen, en meestal in het licht van hun eigen actuele beslommeringen. Er kan daarom ook nog geen eindoordeel over Margaret Thatcher worden geveld, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat ze ooit zal worden gezien als een gewone beroepspoliticus, even saai en grijs als John Major, Gordon Brown of David Cameron of even oppervlakkig en bedrieglijk als Tony Blair. Of je het ermee eens bent of niet, je kunt in elk geval een redelijk samenhangend geheel van opvattingen formuleren waarin zij geloofde. Het verwoorden van de politieke filosofie van die anderen zou daarentegen veel weg hebben van met een vlindernet jagen op een wolk.

Geen gratis schoolmelk
Een samenhangende politieke overtuiging leidt echter niet noodzakelijk tot samenhangend, praktisch politiek handelen. Voordat Thatcher premier werd, was ze minister van Onderwijs in het rampzalige kabinet van Edward Heath. Omdat ze moest bezuinigen op de onderwijsbegroting, besloot ze kinderen tussen 7 en 11 jaar niet langer gratis schoolmelk te verstrekken. Het was een maatregel die in de ogen van Thatcher prima te verdedigen was: twee weken schoolmelk kostte nog minder dan een pakje sigaretten en mevrouw Thatcher was de sterke overtuiging toegedaan dat ouders, niet de overheid, primair verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun kinderen. Deze episode pakte echter publicitair rampzalig uit, in elk geval onder dat aanzienlijke deel van de bevolking (waarvan de omvang door Thatcher altijd werd onderschat) dat juist vindt dat de overheid ons aller verstandige ouder moet zijn. Iemand bedacht de slogan 'Thatcher, Thatcher, milk snatcher!' en dat bleef hangen. Voor menigeen vervulde ze voorgoed de rol van gemene stiefmoeder, het harteloze mens dat de kwetsbaren hun 'rechten' op tastbare privileges ontzegde. In haar memoires schreef Thatcher dat ze hiervan had geleerd dat ze niet te veel politiek kapitaal moest verspillen aan een relatief onbelangrijk doel, maar het zou niet de laatste keer zijn dat ze een dergelijke fout maakte.

Veel ernstiger was het dat ze als minister van Onderwijs het ogenschijnlijk egalitaire beleid van de vorige regering voortzette waarbij het door de overheid gefinancierde atheneum plaats moest maken voor de middenschool, waar alle kinderen voortaan naartoe moesten, ongeacht hun niveau. Die atheneums waren overal en selecteerden de ongeveer 10 procent van de kinderen met het meeste talent voor een academische studie (Thatcher had er zelf ook op gezeten). Die scholen hanteerden hoge normen en vormden praktisch een garantie voor de sociale stijging van kinderen uit arme gezinnen die dit onderwijs volgden. Sovet-Unie met afhaalpizza's

Het sluiten ervan, waarbij Thatcher de zeer belangrijke rol speelde van er niets tegen doen, was een onderwijskundige, sociale en culturele ramp. Onderwijskundig omdat de academische normen al snel verwaterden; maatschappelijk omdat het atheneum het duidelijkst zichtbare elitaire instituut was dat uitging van kunde in plaats van sociale status, waarvan de opheffing heeft bijgedragen aan de verandering van een klassenmaatschappij in een kastenmaatschappij; en cultureel omdat het opheffen ervan symbool stond voor het verlies van het geloof in de idee van hogere en lagere cultuur, waarbij die lagere cultuur al snel de hogere onder de voet liep. Het verlies van dit geloof had funeste gevolgen voor de economie, de maatschappij en de beschaving. Je kunt je nauwelijks een beleid voorstellen dat minder bij Margaret Thatcher paste dan dat wat ze als minister van Onderwijs voerde.

Armoede
Ze werd tot premier gekozen aan het eind van de jaren zeventig, een voor Groot-Brittannië somber en vernederend decennium waarin de vakbonden probeerden vast te houden aan wat zij zagen als hun deel van de economische koek, zonder enig oog te hebben voor de manier waarop de omvang van de koek in stand kon blijven, laat staan groter kon worden. Het was ook een tijd waarin de bevolking geloofde dat een langzaam afglijden naar armoede onafwendbaar was. Toen Thatcher aan de macht kwam, stonden de openbare voorzieningen op instorten en waren er regelmatig stroomstoringen in het land van de industriële revolutie.

Al snel ging Margaret Thatcher dapper de confrontatie met de oppermachtige bonden aan, die zichzelf inmiddels beschouwden als de vierde staatsmacht, in theorie gelijk aan en in de praktijk machtiger dan de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Ze ging liever het conflict aan dan weer toe te geven, want ze meende terecht dat dat alleen maar zou leiden tot uitstel van de afrekening. Ze ondermijnde het gezag van de bonden door slecht presterende bedrijfstakken failliet te laten gaan, wat tot massawerkloosheid leidde. Met de vakbonden was het gedaan, maar er ontstond wel een maatschappelijke probleem, omdat grote delen van het land economisch volslagen afhankelijk waren van deze niet meer bestaande bedrijfstakken en er geen oplossing werd geboden of tot nu toe is gevonden, behalve het langdurig overhevelen van geld vanuit de veel dynamischer dienstensector van de economie, die zonder enige twijfel door Thatcher is aangezwengeld.

Dat verklaart waarom zelfs in tijden van economische groei zo'n groot deel van het land een soort Sovjet-Unie met afhaalpizza's lijkt. Daar komt bij dat haar hervormingen als minister van Onderwijs een eind hebben gemaakt aan het model van opklimmen op basis van persoonlijke verdienste, waaraan nu juist zo'n behoefte was in gebieden van industriële teloorgang.

Buitenlands succes
Op buitenlands terrein had ze deels succes. Ze deed niets om de Europese trein met zijn belachelijke vierkante wielen tegen te houden, maar ze speelde een belangrijke rol in het beëindigen van de Koude Oorlog en ze was ongetwijfeld de grootste hervormer in de Argentijnse geschiedenis: ze heeft de politieke invloed van het leger in dat land voor zeer lange tijd, zo niet voor altijd, vernietigd. Het is echter niet waarschijnlijk dat ze daar uit dankbaarheid veel standbeelden voor haar zullen oprichten.

Het effect dat ze op lange termijn op haar eigen land heeft gehad, is veel tweeslachtiger dan doorgaans wordt aangenomen. Zonder twijfel is ze erin geslaagd om bij een groot deel van de bevolking een commerciële opstelling te doen herleven die tot haar aantreden op sterven na dood was, maar in de publieke sector veranderde er maar weinig, en dan nog ten kwade. Ze trof die sector inefficiënt aan en liet hem inefficiënt en corrupt achter.

Haar felle retoriek tegen de overheid verhulde het feit dat onder haar bewind de rol van die overheid even dominant bleef in het leven van miljoenen mensen als ooit tevoren. De overheidsuitgaven gingen dan wel (tijdelijk) omlaag als percentage van het bbp, maar gingen in absolute zin omhoog, vooral op het gebied van sociale uitkeringen. Thatcher geloofde in zakelijk management als oplossing voor de tekortkomingen van de publieke sector, maar zonder de disciplinerende invloed van de ondergrens. Bepaalde bedrijfspraktijken (zoals grote beloningen voor managers en bonussen) waren eenvoudig in te voeren, maar dat gold niet voor echte efficiency.

Private graaien
De doelen die de overheid stelde, waren vooral procedureel en trouwens, waar de overheid doelen vaststelt voor bureaucratieën, leidt dat meestal tot georganiseerd liegen (ironisch genoeg had Thatcher niets geleerd van de Sovjet-Unie en was ze zelf een soort leninist geworden). In feite heeft Thatcher, ongetwijfeld onbewust, het regime van gelegaliseerde corruptie gevestigd waaronder we nu leven en dat door Blair verder is uitgebouwd met de laaghartige sluwheid die bij hem voor intelligentie moest doorgaan. Hij zag dit als zijn kans om een machtsbasis te vormen, een nomenclatuur-achtige klasse die erg lastig omver te werpen is.

En nu, dankzij Thatchers geloof in bestuur door management, vindt het private graaien in de openbare middelen plaats op een schaal die we sinds de 18de eeuw niet meer hebben gezien.

Imponerend en charmant
De fout die ze maakte, kwam deels voort uit het feit dat ze niet doorhad hoezeer de Britse volksaard was veranderd. Zij zag de Britten zoals ze in het vooroorlogse Grantham waren, het stadje in Lincolnshire waar ze vandaan kwam: eerlijk, voorzichtig, bescheiden, vlijtig, zuinig, deugdzaam, plichtsgetrouw en vaderlandslievend. Maar de jaren daarna hadden die mensen veranderd: zij waren bijna het tegendeel van al die dingen geworden.

Fel in haar retoriek, maar terughoudend in de praktijk waar het er juist om ging, is Thatcher erin geslaagd om bij veel mensen de zo noodzakelijke hervormingen die nooit plaatsvonden in diskrediet te brengen. Haar nagedachtenis, door velen met afkeer bezien, staat zo werkelijke verandering in de weg.

Desondanks was ze beslist een imponerende figuur. Als persoon was ze veel charmanter dan de meeste mensen dachten. Haar retoriek mocht dan disproportionele afkeer oproepen, ze stelde toch belangrijke kwesties aan de orde en ze schudde menigeen wakker die mentaal was ingedut. Voor even herstelde ze het geloof dat achteruitgang niet onafwendbaar was.

Een van de lessen die we uit haar leven kunnen trekken, is echter dat in een democratie een enkel individu, hoe bijzonder ook, niet in haar eentje een land kan veranderen. Wij Britten zijn weer helemaal terug bij af, met een publieke sector die relatief groter is dan toen Margaret Thatcher 34 jaar geleden aan de macht kwam.

Theodore Dalrymple is essayist en psychiater.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden