THEO OLOF

'Als je je nou helemaal op de viool had geconcentreerd, was je een wereldberoemdheid geworden', heeft violist Theo Olof (76) vaak te horen gekregen....

'De oorlog ging verder. 's Avonds deden we spelletjes en als het luchtafweergeschut zweeg, dan was het best gezellig' (thuis bij het gastgezin Adler:) 'Marieke zocht weleens bescherming bij mij, en Anita probeerde me naïef puberaal, bewust of onbewust op te winden door zo op de trap te gaan zitten dat ik wel recht in haar kruis moest kijken.'

Het is dat het meisje nog een broekje aan heeft, anders zou je zeggen: welkom bij Jan Wolkers. Maar niks Kort Amerikaans, het staat in Flarden, de nieuwe autobiografie van Theo Olof, violist, columnist en Bekende Nederlander in ruste. 416 pagina's en geen Oegstgeest te bekennen, maar op de eerste bladzij is daar reeds het dienstmeisje Lena: 'Lena stond in de keuken met een vriendin te kletsen. Haar jurk stond van boven royaal open. Zij droeg geen beha en ik kon haar borsten zien. In een opwelling greep ik er een stevig beet. Die voelde warm en prettig aan.' (...) 'Ik pakte de bezem die in de keuken stond en speelde hop-paardje-hop en kwam klaar zonder klaar te komen. Dat gevoel ben ik nooit meer vergeten. Veelvuldige herhalingsoefeningen bleven toen zonder het gewenste resultaat. Wat wil je. Ik was vier.'

Goed dat even verder een podium opdoemt, waar kleine Oolsjen met zijn viooltje bedolven raakt onder de eerste dozen bonbons. Het zal menig kenner geruststellen. Maar hoe je het wendt of keert, in zijn autobiografische Flarden duikt een andere Olof op dan die van de genoeglijke herinneringen in Daar sta je dan, het klassiek geworden boekje uit 1958, waarin de lezer het viooltalent omringd zag door zorgzame matrones, gewapend met krultang en nagelvijl.

Waar is de Olof van Opus Popus ('Olof maakt de hits klassiek') en van de Tros-tv, de glimlachende presentator die 'Mendelssohn en zijn zusje Fanny' introduceerde door ze in dromerig soft focus aan een spierwitte vleugel te laten plaatsnemen? Waar vinden we De Telegraaf-medewerker die in de jaren zeventig menig 'niet onaantrekkelijke ouvreuse' door zijn columns liet vlinderen, en traantjes droogde van 'prille, beeldschone' harpistes?

In Olofs Flarden kom je hem heus nog wel tegen ('Mijn begeleidster was een niet onaantrekkelijke Belgische, die mijn gedachten meer dan eens op onmuzikale paden deden belanden'). En Olof de musicus en Olof de animator van Hilversum 4 ontbreken niet. Maar daar ligt ook plotseling Herr Walter op zijn rug, een buurman, gevallen door het glazen dak van het huis van Olofs jeugd. In zijn opengereten borstkas ziet Oolsjen, voor zijn Mutti hem wegsleurt, 'bloederig lillend vlees en een paar ribben'. Olofs vader droeg het ijzeren kruis, pleister op de wonde die een granaat in zijn bil had geslagen. Vati had het na een paar jaar huwelijk wel gezien bij de vioolspelende Mutti, zodat die er alleen voor stond: als Theo het haar thuis moeilijk maakte, kreeg hij van de meester in de klas op zijn donder. Broek omlaag, zwiep-zwiep deed het rietje. 'Ik voelde de vernedering als verraad van Mutti, en haatte haar.'

Niet lang nadat ze hem op straat met paardenvijgen bekogelden, zat Oolsjen met zijn moeder in de trein naar Holland. 'Wat is dat, een jood? Gelovig waren we niet, en gelovig ben ik nog steeds niet. Maar ik ben een jood, dat is alles wat ik weet. 100 procent, zo is mij gezegd.'

Theo Olof (76) staat op en schenkt koffie uit een geëmailleerde kan. Boeken, links en rechts op stoelen gedrapeerd, vormen het signaal van een naderende verhuizing. Naar Amstelveen, waar Olof en Noortje een flat gevonden hebben met uitzicht en een lift. Nee, het Concert gebouw, op vijftig stappen van zijn huidige woning, hij zal het niet missen. 'Juist niet dit gebouw. Ik vind het vreselijk om in die zaal te zitten. Iedereen kijkt je aan en vraagt: "O meneer Olof, wat vindt u ervan?" Nou, ik vind het altijd prachtig.' Radio 4 zegt hem weinig meer. 'Ik heb hem 's morgens soms aanstaan als ik me scheer.'

In de hoek staat een dubbele lessenaar op een gedraaide houten stang. Het zal de lessenaar zijn van Oskar Back, de oude vioolpedagoog, bij wie het kind Olof peentjes moest zweten, en in wiens studio hij met vriendje Herman Krebbers het dubbelconcert van Bach doorspitte, tot ze er bij neervielen. Het is, beaamt Olof met een gebaar van zegening, de lessenaar van Back. Oskar Back, de ongeneeslijke lijder aan plankenkoorts, die enkel en alleen speelde om iets voor te doen aan een leerling. 'De onafscheidelijke sigaret in een mondhoek, waarvan de as voortdurend op en door het f-gat in de viool viel.'

'Een autobiografie is een onmogelijk iets', schrijft de auteur van Flarden. Twee jaar was hij aan het schrijven, met de hand, alles doorhalend, opnieuw uittikkend. 'Ik ken mezelf nu al 76 jaar, maar meer dan oppervlakkig durf ik mijn zelfkennis niet te noemen.'

'Ik wou het ook eigenlijk niet', bekent Olof. Ik ben echt overgehaald, door mijn uitgever Wim Hazeu. "Jouw leven is interessant", zei hij, "maar wat echt interessant is, is dat je zo veel groten hebt ontmoet." Nou ja, dat is ook zo.'

Kort geleden vond hij de brief terug die zijn moeder hem schreef voor ze op transport werd gesteld naar Sobibor. 'Ze zat te wachten tot ze opgehaald zou worden, ze wilde niet onderduiken zoals ik. Een jiddische mamma, bezorgd over alles wat het zoontje deed. Dat irriteerde me vaak. Later besef je pas dat het uit liefde gebeurt.' De brief is uit het boek gehouden, zegt Olof. 'Ik heb expres veel dingen niet geschreven. Daar heeft de uitgever mij gelukkig bij geholpen, van "dat kun je maar beter niet doen". Liefdes... seksuele gebeurtenissen in een lang leven... veel heb ik maar weggelaten.'

Wat een druiloor, die uitgever.

'Ik geef hem gelijk. Je schrijft dingen in een opwelling en achteraf denk je: die mensen leven nog. Ik heb altijd geprobeerd niemand onaangenaam te bejegenen.'

Charmeren is u altijd beter afgegaan dan beledigen.

'Beledigen vind ik moeilijk. Misschien heeft het te maken met wat ik als jongeling heb ervaren aan narigheid en geschreeuw. Vooral Duitse SA-lieden konden goed schreeuwen. Dat heb ik nooit vergeten. Ik doe er niet aan mee.'

'Ik kan het niet helpen, maar mijn zorg is aldoor geweest dat het zo leesbaar mogelijk... een beetje oppervlakkig kun je het ook wel noemen - nou ja oppervlakkig? Luchtig. Ik wil de mensen amuseren.'

'Aan niets in de muziek heb ik zo'n gruwelijke hekel als aan oppervlakkigheid, leukheid, eigenlijk aan alles wat Theo Olof is' - zei de componist, pianist en Notenkraker Reinbert de Leeuw ooit in een interview in Vrij Nederland. Gevleugelde woorden: 'Hij weet natuurlijk wel wat vioolspelen is - dat vind ik juist zo onuitstaanbaar, dat iemand die zo'n oliebol is, nog goed kan spelen ook.'

Olof is het niet vergeten. Wel, dat hij een paar jaar later met De Leeuw in een Stravinsky-programma zat, spelend met het Concertgebouw orkest onder Haitink. 'Stravinsky!? Nou blijkt toch dat ik een slecht geheugen heb. Misschien is dat de leeftijd, maar ik denk ook dat het komt door de muziek. Ik heb mijn leven lang ontzettend veel stukken uit mijn hoofd geleerd. Daar had ik nooit moeite mee, maar daardoor is de rest van mijn kunnen-onthouden er erg bij ingeschoten. Data. Namen. Op school had ik het al niet op teksten. Dat lukte allemaal niet.

Waar zoeken we de ware Olof, in de pionier van het nieuwe vioolwerk van Van Vlijmen, Maderna, Britten, Henkemans, Badings, of in de Olof die voor de Tros het Felixje en Fannietje Mendelssohn in witte uitdossing liet wandelen in een parkje? 'Hoogst romantisch. En een stukje pianoconcert werd door Marja Bon gespeeld, ook in witte kleding. Nee, ik heb veel erger gedaan op dat gebied. Echte kolder, en daarvan heb ik genoten.'

'Het Logeerkamerorkest. Ik dirigeerde. De musici waren collega's van het Residentie Orkest, allemaal in pyjamabroek. Het einde was werkelijk zoek. Het werd zelfs opgenomen voor de televisie, en alles lukte: een viool die op het hoofd van de concertmeester werd stukgeslagen. Eén cellist zaagde letterlijk zijn cello door. Toen kwam na afloop de regisseur van de opname: "Het was fantastisch, maar zou u het nog eens willen doen want we hebben vergeten een film in de camera te stoppen." Hebben we nog gedaan ook. Half zo goed natuurlijk. Maar Oskar Back, mijn oude leraar, die zei achteraf: "Theo, ik ben trots op je." De enige keer dat Oskar Back zoiets tegen me zei.'

Later had het hoofdstedelijke theater Carré de primeur van een Groots Muzikaal Kolderfestijn, Olof der zotheid, met een concert voor strijkbouten, achtervolging door een hysterische bewonderaarster, feestneuzen voor het publiek. 'Dat was natuurlijk roekeloos. Daar was u bij? Ze hebben me de grond in geschreven. Maar ik had reuzenlol.'

'Er bestaat een uitdrukking', vervolgt de autobiograaf met smaak, 'voor iets dat als humor bedoeld is maar geen leuke humor geacht wordt te zijn. Niet oliebol. Maar het heeft iets met olie te maken.'

Oubollig.

'Oubollig! Dat woord zocht ik. Dat is dus één kant van mijn persoonlijkheid. Ik vond het een levensbehoefte om te lachen en leuke dingen te zien. Ik was gek op Toon Hermans, Wim Kan, Sonneveld, de boeken van Annie M.G. Schmidt. Een van haar zinnetjes was: "Lachen mag van God." Helemaal mee eens.'

Dat Olof er De Telegraaf bij uitkoos, heeft hij geweten. 'Van alle kanten opmerkingen. "Hoe kun je dat nou doen." Dat kon makkelijk. Met politiek heb ik me nooit bemoeid, omdat ik het idee heb dat er ontzettend veel bedrog achter zit, naar welke kant het ook wijst. Dus toen De Telegraaf me vroeg, vond ik dat leuk. Het is een krant die het grootste deel der mensheid in Nederland behaagt, en nou ja, die mensen hebben ook hun rechten. Krebbers, die zegt tegen mij: "Jij steekt je nek uit." Nou goed. Als je iets leuk vindt, moet je het proberen, anders weet je niet of het ook leuk is.' 'Het is me vaak verweten: "Als je je nou maar helemaal op de viool had geconcentreerd, dan was je een wereldberoemdheid geworden." Maar ik wist al gauw dat ik dat niet wilde. Er waren ook andere dingen die ik interessant vond.'

De 'niet onaantrekkelijke' koffiedame. De grote B's van Bach, Brahms en, pagina 144: 'Bedwelmende Borsten'.

'Daar kwam ik altijd graag voor uit, dat dames, meisjes, mij charmeren.'

Gerijpte dames doen u glunderen.

'Blijkbaar glunder ik vaak. Ik glunder. Nou en? Ik heb liever mensen die glunderen dan mensen die er alleen maar droevig bij lopen.

'Als wonderkind heb je altijd dames om je heen die het schattig en weet ik wat vinden. Later, toen ik er de leeftijd voor kreeg, heeft het me verbaasd, en ook wel teleurgesteld, dat als er vrouwen naar me toe kwamen en contact zochten - het altijd veel oudere vrouwen waren. Terwijl ik de mooiste meisjes in mijn hoofd had.

'Helaas ben ik geen popster geworden. In Groningen werd ik een keer heel laat uit mijn bed geklopt door de portier. Er was een dame die mij wou spreken. Ik dacht, aaaahh, eindelijk. Kwam daar een wat beschonken oudere dame naar boven. Die kijkt, en zegt: "Ik dacht dat u groter was" en toen ging ze weer weg. Dat zijn míjn avonturen.

'Het gekke is, zelfs al leek me soms iets te gaan overkomen, dan kon ik er toch nooit op ingaan. Misschien was ik er te verlegen voor. De angst die mijn moeder me heeft ingeprent - alles wat met seks te maken had, was uit den boze en gevaarlijk. Ik ben twee keer getrouwd en heb vijf kinderen, maar avontuurtjes, helaas, nee.'

Ondergedoken aan de Keizersgracht, en in de gaten gehouden door zijn pleegmoeder Mies Boissevain, kreeg Olof waterpokken. Hester, jonge zuster van 'Mammie Mies', kwam hem pap brengen, waarna Plofje steeds haar rug mocht insmeren. 'Zelfs toen ben ik niet bezweken. Achteraf heb je daar spijt van. Misschien heb ik veel vrouwen teleurgesteld. Ik was niet doortastend.

'Je hoort veel over beroemdheden. Casals, Picasso. Altijd in de weer met jong grut. Ja, Menuhin was een asceet. Ik kende hem goed, maar je kwam er nooit helemaal doorheen. Zijn eerste vrouw raakte aan de drank, een tragedie. Van Otterloo, de dirigent van het eerste orkest waar Herman en ik concertmeesters waren, het Residentie Orkest - als je over het rokkenjagen van Willem van Otterloo hoorde, dan klapperden je oren. Gek van vrouwen en snelle auto's. Herman en ik stonden doodsangsten uit als we bij hem in de auto zaten. Die rijdt zich een keer kapot, zeiden we. In Australië is hij omgekomen. De tragiek is dat hij niet eens achter het stuur zat. Hij zat achterin.'

Theo Olof, geboren in Bonn als Theo Olof Wolffberg, en op zijn 9de gevlucht naar Amsterdam, gelooft in geen god, maar wel in een beschermengel. Verzetsleuzen plakken in Zuid, dat wou hij graag ('ik deed het een keer of wat, ik was geen held'), tot hij in het donker zijn gezicht openhaalde aan prikkeldraad. Voor de familie Boissevain, zijn oude gastgezin, bracht hij als wandelend koerier boodschappen over na spertijd ('ik was meer naïef dan heldhaftig'). Op doortocht naar Zwitserland werd hij in Nancy van zijn bed gelicht. In zijn beste Frans schold hij de agenten uit, waarna ze afdropen ('ik had buiten school nooit Frans gesproken'). De volgende ochtend bleek zijn gids er met het geld vandoor. Terug naar Brussel, en weer door het oog van de naald: terugkerend van een ommetje, zag hij hoe de bewoners van zijn onderduikadres werden weggevoerd. Ook in de tram reisde de engel mee: een rijtuig voor het zijne werd leeggehaald. De tram achter hem ook. De zijne mocht verder. 'Het schuldgevoel dat ik nog leef, speelt me nog steeds parten'.

In een boek waarin de doden van Sobibor staan opgesomd, zocht hij de naam van zijn moeder. 'Zij zat op het eerste of tweede transport. Jaren later ben ik nog eens die lijsten gaan doorlezen, en zag ik de familie Adler daar staan. Vader, moeder, de dochters Marieke en Anita. Mijn moeder had een 'gewoon transport'. De Adlers hadden een 'straftransport'. Want die hadden ondergedoken gezeten.

'Over mijn vader heb ik pas na vijftig jaar gehoord. Dankzij een verre neef in Amerika, die erg bezig is met stambomen en zo. In het begin van de oorlog schreven mijn vader en ik elkaar wel. We deden schaak, een zet per briefkaart. Hij schreef: 'Ik heb nu een gezond baantje, want ik ben straatveger. Dat was het laatste dat ik van hem hoorde. Die neef heeft uitgezocht dat mijn vader het zes weken in Auschwitz heeft uitgehouden. Ik was vol bewondering. En opgelucht. Opgelucht dat ik het eind kende van het verhaal.'

Henk Badings, de componist die directeur werd van het Haagse conservatorium toen de jood Sem Dresden moest vertrekken, heeft niets van Olofs sympathie verloren. 'Hij was ooit mijn leraar in harmonie of iets anders waar ik heel slecht in was. Een man met een goed hart. En zijn concert voor twee violen is een meesterwerk. Hij deed domme dingen, maar schreef ook studenten in die niets met muziek hadden, om ze te vrijwaren van de arbeidsdienst. Zijn ongeluk was dat hij getrouwd was met een echte NSB'ster.'

Maar de pianist Cor de Groot beging de 'gotspe' met Olof een duo te willen beginnen. 'Die had thuis bij Seyss-Inquart gespeeld, deed alles om in het gevlei te komen. En zei na de oorlog dat hij dat deed om de aandacht af te leiden van zijn schoonvader, die voor de Engelsen spioneerde. Een belachelijke smoes.'

Als er één duo met Olof was, dan was het het viooltweetal Olof-Krebbers, dat op Olofs elfde al solieerde bij het Residentie Orkest, en Bach speelde, dubbelbach. 'We waren de Van Gendt en Loos, de Vroom en Dreesmann van de viool.'

Olof knikt naar de bronzen kop van Oskar Back, de gevreesde, die nooit over het raadsel van de muziek praatte, maar het alleen voor deed. Strak staart de pedagoog de kamer in. 'Het is één van de vier of vijf exemplaren van deze buste. Ik heb het kunnen klaarspelen dat er ook een in het Concertgebouw mocht staan. Back is er zelf nog met de ziekenwagen naar toe gebracht. Werd erheen gedragen. Had nog maar één been. Hij heeft het roken moeten bezuren.'

De roker Olof is gestopt. Zijn enige band met de sigaret is Philip Morris-Nederland. De tabakproducent heeft zijn autobiografie gesponsord. Oude connectie: onder Olofs toeziend voogdschap looft de sigarettengigant Finest Selection-prijzen uit aan jonge kunstenaars. 'Ook zoiets. Daar heb ik in het begin héél boze brieven over gehad. In die tijd rookte ik nog, dus ik zag geen enkel bezwaar. Nog steeds niet.'

'Als ik terugkijk, dan heb ik vooral de indruk dat ik een geweldige bofkont ben. Misschien ook een angsthaas, maar in ieder geval geboren met de eigenschap te kunnen genieten. Mijn vierde plaats bij het Elisabeth Concours, daarvan kan ik nog genieten. Dat de klassieke zender er gekomen is, geeft voldoening. Het Instrumentenfonds dat is opgericht voor jonge musici.

'De Pique-viool waar ík op speelde zit nu ook in dat fonds. Elke keer als er een nieuwe bespeler is, waarschuwen ze me. Een paar dagen geleden is er een nieuw meisje langs geweest met de Pique. Indisch type. Speelt heel goed. Moet ook wel, anders kreeg ze hem niet.'

Maar doodzonde: het Jeugdorkest van de Méditerranée is ter ziele. 'Ze kwamen uit Marokko, Algiers, Italië, overal vandaan kwamen ze 's zomers naar Frankrijk. Ik had de eerste violen onder mijn hoede, en elke keer was je weer stomverbaasd wat je kon bereiken. De dirigent, Michel Tabachnik, deed het geweldig, tot hij ineens door de politie werd opgehaald. Hij bleek bij een rare sekte te zijn, waar veel doden zijn gevallen, de Orde van de Zonnetempel of zoiets. Hij heeft nog een boek geschreven; dat hij in de val was gelopen, maar de eerste stommiteit was dat hij ontkende, terwijl ze aan kleding die ze vonden, konden zien dat hij een soort hogepriester was.'

Bij de kapstok in huize Olof hangt Menuhin aan de muur. Met Monteux, Klemperer, Ormandy, Katsjatoerian, Krips, de groten die dear Theo omringden, gul met foto's. 'Hoe meer mensen je ontvallen, hoe meer je eraan gewend raakt.' 'Wil je een exemplaar van Daar sta je dan? Daar heb ik een stapeltje van. Ik krijg er soms een toegestopt. Als ik kan, ga ik elke vrijdag naar de boekenmarkt op het Spui. Ik houd van de oude boeken in mijn kast. Heerlijk om dingen te zien die je gelezen hebt en weer vergeten was. Ik geniet van mooie vrouwen op straat. Ik ben mijn hele leven verliefd geweest. Ik zie mezelf als een fles butagas door het leven lopen. Licht ontvlambaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden