Theo Bos is nog niet van plan om te stoppen. 'Daar gaat het nog net iets te goed voor'

Ondanks zijn jarenlange ervaring, hangt hij niet graag de leermeester uit

De generatie na hem hijgt hem in de nek. Ruim tien jaar na zijn wereldtitels rijdt baanrenner Theo Bos de NK om te laten zien dat hij nog altijd thuishoort op het hoogste podium.

Theo Bos in actie tijdens het NK baanwielrennen in het Sportpaleis Alkmaar. Foto Simon Lenskens

Theo Bos (34) ligt ruggelings op een dunne matras op het middenterrein van de wielerbaan in Alkmaar, de benen over elkaar gevouwen, de oortjes in - house uit de jaren negentig. Hij draagt een extra paar sokken en een wollen muts. Het is voor de zekerheid. Een lichte verkoudheid speelt op.

Geen misverstand, het voelt hier als een warm bad. Op het hout van het Sportpaleis Alkmaar legde Bos het fundament voor zijn gloriejaren: tussen 2004 en 2007 wereldtitels op de sprint, de tijdrit over één kilometer en de keirin, olympisch zilver in Athene in 2004, sportman van het jaar in 2006. Als 19-jarige woonde hij in een tuinhuisje bij familie in Egmond aan den Hoef en fietste hij elke dag naar de toen net gerenoveerde baan. Geregeld trainde hij er als er niemand meer was, dan kon hij via de nooduitgang nog naar buiten. Van latten larikshout die overbleven na de verbouwing, heeft zijn vader destijds een tafel gemaakt. Die staat nu in de bed & breakfast van zijn ouders in Hierden.

Puzzel voor de plekken

Een dik decennium later rijdt hij er op de NK baanwielrennen om te laten zien dat hij nog altijd thuishoort op het hoogste podium. Over twee maanden is de WK in Apeldoorn, daar wil hij bij zijn. Met al zijn routine probeert hij zich te laten gelden te midden van de mannetjesputters uit de lichting na hem: types als Roy van den Berg (29), Matthijs Büchli (25), Jeffrey Hoogland (24) en Harrie Lavreysen (20). Bos: 'Alles wat ik nu nog kan bereiken, voelt als een bonus. Ik ben trots op wat ik heb bereikt, ik ben er gelukkig mee. Maar een wielrenner houdt altijd hoop op meer, ook al is het soms tegen beter weten in.' Het worden dagen in Alkmaar waar hij met gemengde gevoelens op terug zal kijken.

Hij rijdt rond in het turquoise shirt van BEAT Cycling Club, net als Büchli en Van den Berg. Het is de eerste commerciële ploeg in het baanwielrennen. Bos was zelf een van de initiatiefnemers. 'We wilden minder afhankelijk zijn van de bond. Er zijn zeker zeven, acht jongens die op topniveau rijden. Er worden altijd renners gepasseerd. Er komt ook nog eens veel talent aan. We wisten dat er in de wereldbekers ruimte was voor een tweede ploeg. De puzzel voor de plekken wordt dan een stuk makkelijker. Het geeft renners wat meer rust en vertrouwen.'

De oude vos

Ze houden er nog geen inkomen aan over. De deelname aan wedstrijden en de training worden bekostigd uit sponsorgelden, het geven van clinics en de opbrengsten uit ledengeld; BEAT Cycling heeft een verenigingsstructuur. Bos en Büchli teren nog op hun verdiensten uit het lucratieve keirincircuit in Japan, waar ze in 2017 maandenlang verbleven.

Hij zei van tevoren dat hij het op de NK niet van de sprint moest hebben. De pure kracht en explosiviteit van die jonge gasten mist hij. Hij rijdt in Alkmaar de vijfde tijd in de kwalificatie, verslaat Van den Berg met enkele banddiktes in de kwartfinale en verliest kansloos van Lavreysen in de halve finales. Maar dan staat hij toch met de bloemen te zwaaien. Hoogland, dan nog nationaal kampioen en goed voor zilver op de EK in Berlijn, laat zich door The Boss twee keer aftroeven in de strijd om het brons. Eerst volstaat een versnelling om de aanstormende tegenstander op te vangen, in de tweede heat verrast Bos zijn tegenstander met enkele heftige slingerbewegingen. Was dit de oude vos die zijn streken niet verliest? Bos: 'Ik rijd eigenlijk altijd goed in Alkmaar.'

Theo Bos Foto anp

Kritiek

Terugblikkend op de periode vanaf zijn terugkeer op de baan in 2015 na een verblijf van zes jaar op de weg, overheerst tevredenheid. Na het verblijf in Japan, waarin hij trainde onder de Franse succescoach Benoît Vêtu, streed hij de afgelopen wereldbekers met zijn ploeg weer mee voor het podium. Rimpelloos verliep zijn rentree niet. Hij wist zich weliswaar te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Rio door Hugo Haak in een 'bike-off' uit de selectie te rijden, maar succes in Brazilië bleef uit. Op de laatste WK in Hongkong leidde een zestiende plek op de kilometer tot de verzuchting dat zijn carrière er misschien wel op zat. Enkele weken later kwam hij erop terug, het was frustratie 'in the heat of the moment' geweest.

Er kwam kritiek. Bos zou de doorgang belemmeren van talent. Hij trekt zich er weinig van aan. 'Topsport is nu eenmaal keihard. Ik ben ook topsporter, ook iemand met ambities. Leeftijd maakt niet uit. Ik kreeg de kans. Die heb ik gegrepen. Dat kan vervelend uitpakken voor een ander, maar het is ook fair.'

Pure kracht

Intussen was de baanwielrenner van gedaante veranderd. Waar Bos in zijn hoogtijdagen nog vooral op souplesse kon fietsen, weegt nu vooral pure kracht. Bij de huidige generatie spant het lycra om brede torso's en gebeeldhouwde bovenbenen. Het verraste hem niet, als wegrenner is hij de ontwikkelingen blijven volgen. Maar zijn postuur bleef ongewijzigd. 'Ik doe toch echt mijn best in de gym. Maar er gebeurt weinig. Ik kom gewoon niet aan. Ik ben wel iets zwaarder gaan trappen, het verschil met de anderen is echt niet zo groot. Je zoekt een soort tussenweg. Iedere renner wil zo veel mogelijk kracht kunnen leveren, maar tegelijkertijd zo licht mogelijk blijven. Uiteindelijk past bij elk fysiek een andere versnelling.'

Dat zich nu zoveel talent aandient, is volgens hem wel het gevolg van het accent op krachttraining. 'Veel van die jongens komen van Papendal. Daar worden ze goed begeleid. Ze zijn op jonge leeftijd al sterk in de gym en kunnen hoge frequenties trappen.' De doorstroom vanuit de BMX, om het hardst rijden op mini-fietsjes over een baan vol bulten, is ook een factor. 'Wie het daarin niet redt vanwege de techniek of net het hoge ritme niet aankan, is eigenlijk perfect geschikt voor het baanwielrennen.'

Rug

Vormt hij met al zijn successen uit het verleden een vraagbaak voor de jongere renners? 'Dat valt erg mee. Veel van die jongens hebben zelf ook wel wat gepresteerd. Ik hang zelf niet graag de leermeester uit. Eigen ervaringen vormen nog altijd de beste leerschool.'

Uitgerekend op het onderdeel waarop hij zich in Alkmaar wil onderscheiden, gaat het mis. Als hij een proefstart maakt voor de tijdrit over 1 kilometer, schiet het in zijn rug. 'Bij de tweede pedaalslag al. Alsof er een wervel verschuift.' Hij heeft er al eerder last van gehad, maar juist de afgelopen week was het gevoel dat hij het na aanpassingen van de krachttraining onder controle had. 'Zo zonde, dit. Het ging hartstikke goed.' Nog voor het toernooi is afgelopen, vertrekt hij uit het sportpaleis. Hij zal nu op de wereldbeker in Minsk, later deze maand, moeten bewijzen dat hij de vorm te pakken heeft.

Zijn laatste kunstje als baanwielrenner is nog niet aanstaande. Hij wil nog oogsten met het team, Büchli en Van den Berg bijstaan, wereldbekers rijden. Twee jaar naar Japan is een optie. Bos: 'Ik kan nog gewoon hard fietsen. Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik moet gaan stoppen. Daar gaat het nog net iets te goed voor.'

Theo Bos tijdens de zesdaagse van Rotterdam in januari 2016. Foto anp
Meer over